Gemeente Asse

Zitting van 18 mei 2026

Van 20:00 tot 21:35

 

Aanwezig:

Koenraad Van Elsen, Burgemeester;

Geert Heyvaert, Edwin Fabri, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Schepenen;

Michel Vanhaeleweyck, Voorzitter;

Hendrik De Baerdemaeker, Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Erik Beunckens, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Daan Van Elsen, Griet Van den Broeck, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes, Jellis Bollens, Quinten Vanheuverzwyn, Frank Michiels, Jeannine Buyl, Raadsleden;

Lander Van Droogenbroeck, Algemeen directeur;

 

Verontschuldigd:

Jan De Backer, Schepen;

Tim Lengeler, Bruno De Smet, Raadsleden;

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Goedkeuring van de notulen van vorige zitting.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art. : De notulen van vorige zitting worden goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

bv Woonmaatschappij Providentia - Algemene vergadering dd. 7 mei 2026.

Bekrachtiging collegebeslissing van 27 april 2026.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art. : De collegebeslissing van 27 april 2026 ivm de goedkeuring agenda van de algemene vergadering van de bv Woonmaatschappij Providentia op 7 mei 2026 wordt door de gemeenteraad bekrachtigd.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

De Lijn - Algemene Vergadering van aandeelhouders - 26 mei 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De agendapunten van de algemene vergadering van aandeelhouders van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn worden goedgekeurd.

 De vertegenwoordiger van de gemeente, Frank Michiels, is gemandateerd om de agendapunten van de algemene vergadering van aandeelhouders van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn op 26 mei 2026 goed te keuren.

 

Art. 2 - Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Fluvius OV - Algemene vergadering tevens Jaarvergadering - woensdag 3 juni 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Artikel 1

Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Algemene Vergadering tevens Jaarvergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging dd. 3 juni 2026 met als agendapunten:

1. Kennisneming van het jaarverslag, het verslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de Commissaris over het boekjaar 2025.

2. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025.

3. Verlenen van afzonderlijke kwijting aan de bestuurders en aan de Commissaris.

4. Voorstel tot herbenoeming van de Commissaris.

5. Statutaire benoemingen.

6. Statutaire mededelingen.

 

Artikel 2

Dhr. Guy De Bondt, vertegenwoordiger van de gemeente Asse die zal deelnemen aan de digitale Algemene Vergadering tevens Jaarvergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging op 3 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan Fluvius Opdrachthoudende Vereniging, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Fluvius Halle-Vilvoorde - Algemene vergadering tevens Jaarvergadering - dinsdag 16 juni 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Artikel 1

Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Halle-Vilvoorde dd. 16 juni 2026:

 

  1. Kennisneming verslagen van de Raad van Bestuur en van de commissaris van Fluvius Halle-Vilvoorde over het boekjaar 2025.   
  2. Goedkeuring van de jaarrekening van Fluvius Halle-Vilvoorde afgesloten op 31 december 2025 (balans, resultatenrekening, winstverdeling,  boekhoudkundige besluiten en waarderingsregels).
  3. Vaststelling uitkeringen overeenkomstig art. 6:114 en volgend WVV.
  4. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders, de leden van het regionale bestuurscomité en de commissaris van Fluvius Halle-Vilvoorde met betrekking tot het boekjaar 2025.  
  5. Hernieuwing aanwijzing als elektriciteits- en aardgasdistributienetbeheerder door VNR en toestemming om beroep te doen op de werkmaatschappij Fluvius System Operator cv 
  6. Desgevallend aanvaarding uitbreiding activiteiten gemeenten voor (neven)activiteiten.
  7. Statutaire benoemingen.
  8. Benoeming van een commissaris.
  9. Statutaire mededelingen.

 

Artikel 2

Dhr. Guy De Bondt en dhr. Johan De Rop, vertegenwoordigers van de gemeente Asse die zullen deelnemen aan de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Halle-Vilvoorde op 16 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Halle-Vilvoorde, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

EthiasCo - Gewone Algemene Vergadering - 11 juni 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

 

Art. 1 - De agendapunten van de gewone algemene vergadering van EthiasCo op 11 juni 2026 worden goedgekeurd.

 

Art. 2 - Dhr. Edwin Fabri, vertegenwoordiger van de gemeente is gemandateerd om de agendapunten van de algemene vergadering van EthiasCo op 11 juni 2026 goed te keuren.

 

Art. 3 - Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Creat Services dv  - Algemene vergadering - dinsdag 16 juni 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Artikel 1. De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de algemene vergadering Creat Services dv van dinsdag 16 juni 2026 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:

 

1. Wijziging van vermogen

2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen

3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025

4. Verslag van de commissaris

5. a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025

    b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025

6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris

7. Actualisering presentievergoeding

8. Statutaire benoemingen

Varia

 

Artikel 2. De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger Rik De Baerdemaeker of plaatsvervanger Emiel Saerens op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de algemene vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16 juni 2026, te onderschrijven en hun stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde algemene vergadering.

 

Artikel 3. Een afschrift van dit besluit zal per elektronische post verzonden worden naar het e-mailadres AVCreatServices@creat.be.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Intradura OV - Algemene vergadering - 17 juni 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Artikel 1

De agendapunten van de Gewone Algemene Vergadering van INTRADURA dd. 17 juni 2026 worden goedgekeurd.

 

Artikel 2

De reeds gevolmachtigde effectieve afgevaardigde Danny Van Hemelrijck en plaatsvervangend afgevaardigde Yoeri Vastersavendts - gedurende de huidige legislatuur – is gemandateerd om de agendapunten en het voorstel van statutenwijzigingen op de Gewone Algemene Vergadering van INTRADURA dd. 17 juni 2026 goed te keuren.

 

Artikel 4

Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Haviland - Gewone algemene vergadering - woensdag 17 juni 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Artikel 1

De agendapunten van de Gewone Algemene Vergadering van Haviland dd. 17 juni 2026 worden goedgekeurd.

 

Artikel 2

De reeds gevolmachtigde effectieve afgevaardigde Rik De Baerdemaeker en plaatsvervangend afgevaardigde Danny Van Hemelrijck - gedurende de huidige legislatuur – is gemandateerd om de agendapunten op de Gewone Algemene Vergadering van Haviland dd. 17 juni 2026 goed te keuren.

 

Artikel 3

Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Farys ov  - Algemene vergadering - vrijdag 19 juni 2026.

Goedkeuring agenda.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Artikel 1. De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de algemene vergadering Farys ov van 19 juni 2026 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:

 

1. Wijziging in deelnemers en/of kapitaal

2. Wijziging van bijlage 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging in deelnemers en/of kapitaal

3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025

4. Verslagen van de commissaris

5. a. Goedkeuring van de maatschappelijke jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025

b. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025

6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris

7. Actualisering presentievergoeding

8. Statutaire benoemingen

Varia

 

Artikel 2. De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger Rik De Baerdemaeker of plaatsvervanger Edwin Fabri op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de algemene vergadering van Farys ov vastgesteld op 19 juni 2026, te onderschrijven en hun stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde algemene vergadering.

 

Artikel 3. Een afschrift van dit besluit zal gestuurd worden per elektronische post naar het e-mailadres avfarys@farys.be.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 18 mei 2026

 

Gezamenlijke rechtspositieregeling: aanpassing.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 :  Opnieuw invoering van een proeftijd voor statutairen – nieuwe artikels van 13  tot 13 sexies, dus huidige afdeling I wordt volledig geschrapt en vervangen door onderstaande:

 

Hoofdstuk III. Opvolging, feedback, evaluatie en vorming tijdens de loopbaan

Afdeling I De inwerkperiode (= proeftijd voor statutairen)

Art. 13 §1. De inwerkperiode is van toepassing bij aanwerving en zowel voor statutairen als contractuelen met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur die een volledige aanwervingsprocedure hebben doorlopen.

Een statutair personeelslid wordt tijdens de inwerkperiode aangesteld als “statutair op proef”.

De inwerkperiode beoogt de integratie van het personeelslid in het bestuur en de inwerking in zijn functie en stelt de aanstellende overheid in staat de geschiktheid van het personeelslid voor de functie te verifiëren.

§2. De leidinggevende van het personeelslid maakt onder de eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur de concrete afspraken voor de actieve inwerking van het personeelslid in zijn functie en zijn integratie bij het bestuur.

Het personeelslid krijgt de informatie en de vorming die nodig is voor de uitoefening van de functie waarin het is aangesteld.

De afspraken voor de inwerking van het personeelslid en de evaluatiecriteria die van toepassing zijn voor de beoordeling van de inwerkperiode, worden schriftelijk aan het personeelslid meegedeeld.

§3. De duur van de inwerkperiode is:

  1. Voor functies van niveaus E, D, C en IFIC 4-12: zes maanden;
  2. Voor functies van niveaus B, A en IFIC 14-17: tien maanden;

De duur van de inwerkperiode voor de algemeen directeur en de financieel directeur is twaalf maanden.

§4. Voor de berekening van de duur van de inwerkperiode worden in aanmerking genomen:

  1. elke periode waarin het personeelslid effectief prestaties heeft verricht;
  2. de afwezigheden in het kader van het jaarlijks vakantieverlof en voor deelname aan vormingsactiviteiten.

De inwerkperiode wordt verlengd als het totale aantal dagen afwezigheden, met uitzondering van die vermeld in §4, punt 2, meer is dan vijftien werkdagen (5-dagenweek).

De inwerkperiode wordt verlengd met het totaal aantal werkdagen van de afwezigheden. Zaterdagen en zondagen worden nooit meegerekend om de verlengingstermijn vast te stellen.

Het personeelslid wordt tijdens de inwerkperiode geëvalueerd door de rechtstreekse leidinggevende, optioneel bijgestaan door een tweede evaluator.

Art. 13 bis

§1. In de eerste maand van tewerkstelling vindt er een planningsgesprek plaats tussen de rechtstreeks leidinggevende en de medewerker, waarbij duidelijke afspraken gemaakt worden over de taakinhoud en waarbij aan de medewerker wordt meegedeeld wat er precies verwacht wordt. 

Tijdens dit gesprek wordt aangegeven op basis van welke kennis, vaardigheden, attitudes, timing en kwaliteit de medewerker zal beoordeeld worden. Er moeten ook een aantal resultaatsgebieden (kwantitatief en/of kwalitatief te verrichten meetbare prestaties) worden doorgegeven. 

Van dit gesprek wordt er een schriftelijk verslag opgemaakt.

§2. Wanneer de inwerkperiode voor de helft is verstreken, wordt met het personeelslid een tussentijdse evaluatie gevoerd.

In de tussentijdse evaluatie wordt een stand van zaken opgemaakt over de mate waarin de inwerking van het personeelslid in zijn functie vordert en de mate waarin het personeelslid voldoet aan de functievereisten. Zo nodig worden bijsturingen afgesproken.

De tussentijdse evaluatie is een kwalitatief beschrijvend evaluatieverslag dat het evaluatieresultaat afdoende onderbouwt. Het resultaat van de tussentijdse evaluatie is gunstig, gunstig met opmerkingen of ongunstig.

Het contractueel personeelslid dat een ongunstig evaluatieresultaat heeft gekregen voor de tussentijdse evaluatie m.b.t. de inwerkperiode wordt ontslagen conform de modaliteiten van Hoofdstuk IV van de wet van 3 juli 1978.

Het statutair personeelslid op proef dat een ongunstig evaluatieresultaat heeft gekregen voor de tussentijdse evaluatie bekomt een verbrekingsvergoeding zoals vermeld in artikel 39 §1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Het ontslag wordt betekend via een aangetekend schrijven en vermeldt de datum van uitwerking.

De aanstellende overheid hoort het personeelslid vooraf.

Art. 13 ter

§1. De eindevaluatie van de inwerkperiode vindt in elk geval plaats voor de afloop van de inwerkperiode.

§2. Na een evaluatiegesprek stellen de evaluatoren de eindevaluatie vast in een kwalitatief beschrijvend evaluatieverslag dat het evaluatieresultaat op afdoende wijze onderbouwt.

Het resultaat van de eindevaluatie van de inwerkperiode is ofwel gunstig ofwel ongunstig.

Het contractueel personeelslid dat een ongunstig evaluatieresultaat heeft gekregen voor de eindevaluatie met betrekking tot de inwerkperiode wordt ontslagen conform de modaliteiten van Hoofdstuk IV van de wet van 3 juli 1978.

Het statutair personeelslid op proef dat een ongunstig evaluatieresultaat heeft gekregen voor de eindevaluatie bekomt een verbrekingsvergoeding zoals vermeld in artikel 39 §1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De tewerkstelling eindigt de laatste kalenderdag van de inwerkperiode. Het ontslag wordt betekend via een aangetekend schrijven.

De aanstellende overheid hoort het personeelslid vooraf.

§3. In geval van nalatigheid door de werkgever waardoor de eindevaluatie niet plaatsvindt, wordt de eindevaluatie als gunstig beschouwd.

Art. 13 quater

§1. De evaluator(en) kan een éénmalige verlenging van de inwerkperiode voorstellen, als uit de eindevaluatie blijkt dat de duur van de inwerkperiode niet volstaat om tot een gefundeerd evaluatieresultaat te komen.

In voorkomend geval wordt het voorstel van verlenging gemotiveerd.

De verlenging kan eenmaal voor maximaal de duur van de inwerkperiode worden toegepast. Als een verlenging voorgesteld wordt, wordt de duur van de verlenging naargelang van het geval bepaald binnen de grenzen van de toegelaten maximumduur.

§2. De aanstellende overheid beslist over de verlenging van de inwerkperiode.

Het contractuele personeelslid wordt voor de afloop van de verlengde inwerkperiode opnieuw geëvalueerd. Als uit de evaluatie blijkt dat het personeelslid een ongunstig eindresultaat heeft verkregen, wordt het ontslagen in overeenstemming met de bepalingen van Hoofdstuk IV van de wet van 3 juli 1978.

Het statutaire personeelslid op proef wordt voor de afloop van de verlengde inwerkperiode opnieuw geëvalueerd. Als uit de evaluatie blijkt dat het personeelslid een ongunstig eindresultaat heeft verkregen, bekomt het personeelslid een verbrekingsvergoeding zoals vermeld in artikel 39 §1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

De tewerkstelling eindigt de laatste kalenderdag van de verlengde inwerkperiode. Het ontslag wordt betekend via een aangetekend schrijven.

De aanstellende overheid hoort het personeelslid vooraf.

Art. 13 quinquies (enkel van toepassing voor statutairen)

De diensten die een kandidaat ononderbroken tot de datum van de statutaire aanstelling op proef in tijdelijk verband bij het bestuur heeft vervuld in dezelfde functie als de functie waarin hij aangesteld wordt, worden in aanmerking genomen voor de proeftijd, op voorwaarde dat het personeelslid daarvoor een gunstig evaluatieresultaat heeft gekregen.

Na afloop van de inwerkperiode / proeftijd behoudt het statutaire personeelslid op proef zijn hoedanigheid van op proef aangesteld personeelslid, tot de aanstellende overheid beslist over de vaste aanstelling of het ontslag. De aanstellende overheid neemt haar beslissing zonder uitstel.

Het statutaire personeelslid op proef wordt vast aangesteld in statutair verband op voorwaarde dat het:

1° voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden en aan de aanwervingsvoorwaarden die voor de functie van toepassing zijn;

2° de proeftijd heeft afgesloten met een gunstig resultaat voor de evaluatie.

Het personeelslid wordt vast aangesteld in statutair verband in de functie waarin het op proef werd aangesteld.

Art. 13 sexies (enkel van toepassing voor contractuelen)

Indien er sprake is van zware fouten, gedragsproblemen of zeer frequente lichtere overtredingen, kan de tewerkstelling – mits grondige schriftelijke motivering en op basis van concreet vastgestelde feiten – vervroegd beëindigd worden, zonder dat de volledige evaluatiecyclus van de inwerkperiode moet doorlopen worden. 

Als voorbeelden (niet limitatief) van dergelijke fouten kunnen aangehaald worden: 

        Zeer herhaalde malen te laat komen op het werk of te vroeg vertrekken, zonder hiervoor de toelating bekomen te hebben; 

        Het herhaaldelijk weigeren van opdrachten; 

        Het herhaaldelijk in gevaar brengen van de veiligheid van zichzelf en van andere medewerkers tijdens de uitvoering van het werk;

        Herhaalde malen onder invloed van alcohol of drugs op het werk verschijnen;

        Feiten die kunnen leiden tot een ontslag omwille van dringende redenen. 

 

Art. 2 : Uithalen van verwijzingen naar ontslagdecreet voor statutairen en verwijzen naar art. 55 in volgende artikels:

 

Art. 21.De aanstellende overheid neemt een beslissing over het voorstel tot ontslag bij een ongunstige evaluatie na een hersteltraject.

Vooraleer de aanstellende overheid definitief beslist over het ontslag, krijgt het personeelslid de mogelijkheid om gehoord te worden. Het personeelslid kan schriftelijke conclusies of nota’s ter verdediging voorleggen. Het personeelslid kan zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. Het ontslag van een medewerker gebeurt volgens art. 55 voor de statutaire personeelsleden en volgens de wet op de arbeidsovereenkomsten voor de contractuele personeelsledende bovenlokale wettelijke bepalingen.

Art. 29§3 … De gemeenteraad beslist over het ontslag wegens beroepsongeschiktheid. De betrokkene wordt vooraf gehoord. Het ontslag van de vast aangestelde statutaire functiehouder verloopt volgens de regels, vermeld in art. 55 het ontslagdecreet.

 

 

Art. 3 : Onder afdeling III 'specifieke bepalingen voor de evaluatie van de algemeen directeur en de financieel directeur' aanpassing van afdeling III.2 'De evaluatie bij indiensttreding' en verwijzing naar afdeling I van hetzelfde hoofdstuk, zodat dit gelijkloopt met de overige statutaire en contractuele personeelsleden.

 

Afdeling III.2. De evaluatie bij indiensttreding.

Art. 27.

De algemene bepalingen van afdeling I van dit hoofdstuk zijn tevens van toepassing op de decretale graden.

 

Art.28. opgeheven 

Zes maanden na de indiensttreding wordt een tussentijds functioneringsgesprek gevoerd:

  1. Tussen de algemeen directeur en het college van burgemeester en schepenen;
  2. Tussen de financieel directeur van de gemeente en het college van burgemeester en schepenen en de algemeen directeur.

 

In het tussentijdse functioneringsgesprek wordt een stand van zaken opgemaakt over de mate waarin de inwerking van de functiehouder in zijn functie vordert en hij voldoet aan de functievereisten. Zo nodig worden bijsturingen afgesproken. Het tussentijdse functioneringsgesprek heeft de waarde van een formeel communicatiemoment en komt niet in de plaats van de evaluatie vermeld in art. 26.

Art. 28.§1.Ten laatste 12 maanden na de indiensttreding vindt de evaluatie plaats door het evaluatiecomité en volgens de modaliteiten vermeld in artikel 26. Het evaluatiecomité stemt over het evaluatieresultaat.

§2. Het resultaat van de evaluatie is gunstig of ongunstig.

§3. Indien de evaluatie ongunstig is, dan gaat de gemeenteraad over tot ontslag en dit uiterlijk binnen een maand na de evaluatie. Het ontslag wordt gegeven in overeenstemming met de bepalingen van het ontslagdecreet.

 

 

 

 

 

 

Art. 4 : Aanpassen van aantal zaken in Hoofdstuk V 'Uitstroom': schrappen van huidige afdelingen I tot en met V en vervangen door onderstaande tekst

 

Hoofdstuk V. Uitstroom

Afdeling I. Verlies van hoedanigheid van een statutair personeelslid

Art. 54 §1. Met behoud van de toepassing van andere wettelijke en decretale bepalingen kan niemand de hoedanigheid van statutair personeelslid verliezen, behalve in de gevallen die bepaald zijn door dit besluit.

§2. Ambtshalve wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van statutair personeelslid:

1° Als de statutaire aanstelling onregelmatig werd bevonden binnen de termijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of, als een zodanig beroep is ingesteld, tijdens de procedure;

2° Als het statutaire personeelslid niet meer voldoet aan de voor zijn functie geldende nationaliteitsvereiste, of de burgerlijke en politieke rechten niet meer geniet, of zijn medische ongeschiktheid voor de functie behoorlijk werd vastgesteld (door MEVA);

3° Ingevolge de toepassing van artikel 83 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen (ambtshalve pensionering ingevolge 365 kalenderdagen arbeidsongeschikt vanaf de leeftijd van 63 jaar);

4° het statutaire personeelslid zonder geldige reden de werkpost verlaat of na een toegelaten afwezigheid zonder geldige reden het werk niet hervat na meer dan tien dagen;

5° Als het statutaire personeelslid zich in een toestand bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging tot gevolg heeft.

De termijn, vermeld in punt 1°, geldt niet in geval van arglist of bedrog vanwege het statutaire personeelslid.

§3. In de gevallen vermeld in artikel 54 §2 wordt een einde gemaakt aan de hoedanigheid van statutair personeelslid zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding.

Het personeelslid van wie de aanstelling onregelmatig werd bevonden als vermeld in artikel 54 §2, punt 1, na arglist of bedrog, wordt op staande voet ontslagen, ongeacht het tijdstip waarop die onregelmatigheid werd vastgesteld.

In afwijking van het eerste lid, krijgt het statutaire personeelslid van wie de onregelmatige aanstelling, vermeld in artikel 54 §2, punt 1, niet te wijten is aan arglist of bedrog van zijn kant, een verbrekingsvergoeding zoals vermeld in artikel 39 §1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

§4. De aanstellende overheid stelt het verlies van de hoedanigheid van statutair personeelslid vast en beslist tot ontslag van het betrokken personeelslid. Het personeelslid wordt vooraf gehoord.

Het ontslag wordt met een aangetekende brief betekend. De brief deelt de beslissing en de redenen ervoor mee en vermeldt de ingangsdatum van het ontslag. Het ontslag gaat niet in met terugwerkende kracht, maar gaat in op de datum vermeld in de ontslagbeslissing, en, als daarin geen datum vermeld wordt, op de dag van de beslissing zelf.

§5. Het vast aangestelde statutaire personeelslid wordt bij zijn ontslag geïnformeerd (indien van toepassing) over alle verplichtingen van bestuur en personeelslid die voortvloeien uit de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse andere bepalingen.

Afdeling II. Definitieve ambtsneerlegging van het statutaire personeelslid

Art. 55 §1. De volgende zaken geven aanleiding tot de definitieve ambtsneerlegging van het statutaire personeelslid:

  1. het vrijwillige ontslag;
  2. de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid naar aanleiding van het evaluatieresultaat ongunstig voor de eindevaluatie van de proeftijd;
  3. de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid na een ongunstige evaluatie, zoals vermeld in artikel 18 en volgende;
  4. het statutaire personeelslid maakt gebruik van de mogelijkheid tot vervroegde pensionering door toepassing van de pensioenwetgeving;
  5. het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd.

§2. Bij de beëindiging van de aanstelling van het statutaire personeelslid, vermeld in § 1, 4° wordt het personeelslid schriftelijk van het ontslag op de hoogte gebracht.

§3.  In afwijking van §1, 5° kan de aanstellende overheid het vast aangestelde statutaire personeelslid in dienst houden. Het statutaire dienstverband wordt verlengd op verzoek van de aanstellende overheid of op verzoek van het personeelslid. In het eerste geval is de uitdrukkelijke instemming van het personeelslid vereist. In het tweede geval is de uitdrukkelijke instemming van de aanstellende overheid vereist. In beide gevallen verleent, de aanstellende overheid de verlenging voor een periode van hoogstens één jaar, telkens verlengbaar met hoogstens één jaar. Het betrokken personeelslid behoudt gedurende de volledige periode van de verlenging de hoedanigheid van vast aangesteld statutair personeelslid.

Art. 56 Het statutaire personeelslid dat vrijwillig ontslag neemt, doet dit per aangetekend schrijven.

De datum waarop het statutaire personeelslid de dienst effectief verlaat, wordt vastgesteld in onderling akkoord tussen het personeelslid en de aanstellende overheid.

De vaste aanstelling in statutair verband bij een andere overheid wordt gelijkgesteld met vrijwillig ontslag, behalve als een deeltijds werkend personeelslid daarnaast ook deeltijds bij een andere overheid vast aangesteld wordt.

Art. 57 Het statutaire personeelslid dat wordt ontslagen wegens beroepsongeschiktheid zoals bepaald in artikel 55 §1, 3 presteert nog een opzeggingstermijn van 3 maanden.

Afwezigheden van het personeelslid tijdens de opzeggingstermijn verlengen deze termijn niet.

De opzeggingstermijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de betekening van het ontslag.

De betekening van het ontslag gebeurt per aangetekend schrijven.

Daarbij wordt het personeelslid in voorkomend geval geïnformeerd over alle verplichtingen die voortvloeien uit de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse andere bepalingen.

Het vast aangestelde statutaire personeelslid dat ontslagen wordt wegens definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid krijgt maximaal één dag per week voor een deelname aan een sollicitatieprocedure bij een andere werkgever dienstvrijstelling voor de duur die daartoe nodig is. Het personeelslid stelt zijn leidinggevende op voorhand in kennis van de afwezigheid voor deelname aan een sollicitatieprocedure.

In onderling akkoord tussen de aanstellende overheid en het personeelslid kan de opzeggingstermijn van het vast aangestelde statutaire personeelslid dat ontslagen wordt wegens definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid, worden ingekort.

Art. 58 De aanstellende overheid die een statutair personeelslid wil ontslaan op basis van artikel 55 §1 2° van deze rechtspositieregeling hoort het personeelslid vooraf en motiveert deze rechtshandeling cfr. de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Art. 59 opgeheven

 

 

Art. 6: Er dienen genderneutrale vacatures, functiebenamingen en de aanwerving en selectie dienen op een niet discriminerende wijze gevoerd te worden (5de wijzigingsbesluit RPB). Volgende artikels moeten worden aangepast:

 

Art. 9.§1.Aan elke aanwerving gaat een externe bekendmaking van de vacature met een oproep tot kandidaten vooraf.

De vacature en functiebenamingen zijn genderneutraal en de aanwervingsprocedures worden op niet-discriminerende wijze gevoerd zodat het recht op gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid niet wordt ondermijnd.

 

§2.De vacatures worden ten minste via twee verschillende bekendmakingskanalen bekendgemaakt. Het personeel van lokaal bestuur Asse kan de vacatures ook raadplegen via het intranet.

 

§3.De volgende informatie wordt in voorkomend geval ter beschikking gesteld van de kandidaten:

1° de wijze van en termijn voor de kandidaatstelling

2° de aard, het prestatieregime en de duurtijd van de tewerkstelling

3° het functieprofiel, de functievereisten en de functievoorwaarden

4° of er een diploma vereist is of evenwaardige ervaring, vermeld in artikel 4, §3, eerste lid;

5° of er een wervingsreserve wordt aangelegd

6° de wijze waarop de functie wordt ingevuld: aanwerving, bevordering, interne of externe mobiliteit of een combinatie van voormelde procedures

7° de selectieprocedure en de daaraan verbonden termijnen

 

Art. 7 :  Gezinsverloven tellen mee voor geldelijke anciënniteit, eindejaarstoelage en ziektekrediet (5de wijzigingsbesluit RPB). Volgende artikels moeten worden aangepast:

Art. 91. De volgende periodes van disponibiliteit en dienstactiviteit uit artikel 47 van het rechtspositiebesluit komen in aanmerking om het bedrag van het eindejaarstoelage te berekenen:

1° loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof

2° loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins-of familielid

3° loopbaanonderbreking voor het verlenen van palliatieve zorgen

4° loopbaanonderbreking voor mantelzorg

5° zorgkrediet

6° adoptieverlof

7° pleegzorgverlof

8° pleegouderverlof

9° omstandigheidsverlof naar aanleiding van een familiale gebeurtenis

10° periode in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering die een andere uitkering is dan de uitkering vermeld in punt 11°

11° een periode van ziekte of ongeval privéleven met recht op een uitkering in het kader van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering

12° een tijdelijke afwezigheid van statutaire personeelsleden die hun functie niet kunnen uitoefenen wegens overmacht

13° een periode van tijdelijke werkloosheid met recht op een uitkering in het kader van de werkloosheidsverzekering

14° ° een periode van afwezigheid wegens dwingende redenen en wegens het zorgverlof

 

§2. De volgende periodes van disponibiliteit en dienstactiviteit uit artikel 47 van het rechtspositiebesluit komen niet in aanmerking om het bedrag van de eindejaarstoelage te berekenen:

1° een afwezigheid wegens militaire dienst die geen volledige kalendermaand beslaat

2° het onbezoldigde verlof als recht

3° het onbezoldigde verlof als gunst

4° ° een periode van afwezigheid wegens dwingende redenen en wegens het zorgverlof

§3. De meerekenbaarheid als dienstactiviteit van de periode van afwezigheid bij ziekte wegens arbeidsongeschiktheid bij contractuelen en de meerekenbaarheid van een periode van disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid wordt begrensd tot twaalf maanden.

 

 

Art. 8 : Herstructurering en verduidelijking deeltijdse hervatting bij ziekte en disponibiliteit (5de wijzigingsbesluit RPB). Volgende artikels moeten worden aangepast:

 

Art. 156.§1.Statutaire personeelsleden hebben recht op verlof wegens arbeidsongeschiktheid met behoud van hun salaris volgens een stelsel van ziektekredietdagen.  

§2. De ziektekredietdagen worden toegekend in de vorm van een krediet van 21 werkdagen per jaar volledige dienstactiviteit.

Onder dienstactiviteit wordt hier begrepen: de verloven en afwezigheden met behoud van salaris of ten gevolge van arbeids(weg)ongeval of beroepsziekte, de georganiseerde werkonderbreking, het onbezoldigd verlof als recht, het ouderschapsverlof, het palliatief verlof, het verlof voor medische bijstand, het mantelzorgverlof, het Vlaams Zorgkrediet, het pleegouderverlof, het pleegzorgverlof, het adoptieverlof, het omstandigheidsverlof en het verlof wegens dwingende redenen.

Art. 157.§1Statutaire personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of ongeval privéleven kunnen in het kader van de re-integratie de toestemming krijgen om de arbeid deeltijds te hervatten. De toestemming wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie maanden en volgens een prestatiebreuk overeenkomstig het advies van de preventieadviseur-arbeidsarts. Het voorafgaand onderzoek bij de preventieadviseur-arbeidsarts is enkel verplicht voor personeelsleden die onder gezondheidstoezicht vallen, die langer dan vier weken onafgebroken afwezig waren en die een onderzoek bij werkhervatting moeten ondergaan.

§2. Onder dezelfde voorwaarden en op dezelfde wijze als bij het toestaan van de eerste periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte kan het bestuur de periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte meermaals verlengen met een periode van telkens ten hoogste drie maanden.

§23. De afwezigheid van het statutaire personeelslid tijdens een periode van deeltijdse prestaties wegens arbeidsongeschiktheid wordt beschouwd als verlof voor gedeeltelijke werkhervatting.

Het statutaire personeelslid krijgt tijdens een periode van deeltijdse prestaties wegens arbeidsongeschiktheid het salaris voor de effectief geleverde prestaties, vermeerderd met 37,5% van het salaris dat verschuldigd zou zijn voor de prestaties die niet worden geleverd, met dien verstande dat het salaris van het statutaire personeelslid dat deeltijds herneemt nooit minder kan zijn dan het wachtgeld dat het zou krijgen als het in disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid zou worden gesteld overeenkomstig paragraaf 3.

§3. In afwijking van de tweede paragraaf het tweede lid kan op verzoek van het personeelslid de afwezigheid tijdens de periode van deeltijdse prestaties wegens arbeidsongeschiktheid aangerekend worden op het ziektekrediet met behoud van het volledige salaris. Bij uitputting van het ziektekrediet tijdens de periode van deeltijdse prestaties wegens arbeidsongeschiktheid zijn de bepalingen van paragraaf 2 van toepassing

Het personeelslid bouwt enkel ziektekrediet op a rato van de progressieve werkhervatting (gepresteerde uren).

 

Art. 157 bis§4. Als de ziektekredietdagen opgebruikt zijn, kan het statutaire personeelslid in disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid worden gesteld. Het krijgt een wachtgeld voor het afwezigheidspercentage dat gelijk is aan 60% van het laatste activiteitssalaris en de fictieve ontwikkeling daarvan, berekend volgens de regels die van toepassing zouden zijn geweest als het personeelslid nog in effectieve actieve dienst was gebleven.

De disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid maakt geen einde aan de stelsels van loopbaanonderbreking of zorgkrediet, noch aan het onbezoldigde verlof.

Het bedrag van dat wachtgeld mag echter in geen geval minder bedragen dan:

  1. de vergoedingen die betrokkene in dezelfde toestand zou hebben verkregen met toepassing van de regeling voor contractuele werknemers in het kader van de sociale verzekering bij ziekte of invaliditeit;
  2. het pensioen dat de betrokkene verkregen zou hebben bij vervroegde pensionering op dezelfde dag waarop de toestand van disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit ingaat. Dat bedrag overschrijdt het bedrag van het laatste activiteitssalaris niet.

Onder het laatste activiteitssalaris, vermeld in het eerste en het derde lid, wordt verstaan: het salaris dat verschuldigd is overeenkomstig het prestatiestelsel op het ogenblik waarop het personeelslid in disponibiliteit is geplaatst

 

Art. 9: Tekstuele verduidelijking omstandigheidsverloven

 (5de wijzigingsbesluit RPB). Volgende artikels moeten worden aangepast:

 

Art. 205 §1 …..

10° Overlijden van de ouder van een pleegouder van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner of een kind van het pleegkind van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner, in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden, waarbij die ouder of dat kind niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid of de samenwonende partnerOverlijden van de ouder van een pleegouder of een kind van het pleegkind, in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden, waarbij die ouder of dat kind niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid of de samenwonende partner: 1 werkdag op te nemen de dag van de begrafenis;

 

11° Huwelijk van een bloed- of aanverwant:

In de eerste graad, die geen kind is: dag van het huwelijk

In de tweede graad, van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner: dag van huwelijk;

11/1° Huwelijk van een:

a.pleegouder van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner: de dag van het huwelijk;

b. bloed- of aanverwant in de eerste en tweede graad van de pleegouder of het pleegkind van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner: de dag van het huwelijk

 

12° Priesterwijding of intrede in het klooster van een kind van het personeelslid, van de samenwonende of huwelijkspartner, van een pleegkind van het personeelslid, van de samenwonende of huwelijkspartner in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van de priesterwijding of intrede in het klooster of van een broer, zuster, schoonbroer of schoonzuster van het personeelslid: dag van de rooms-katholieke plechtigheid of een daarmee overeenstemmende plechtigheid bij een andere erkende eredienst;...

...

 

18° Zwangerschapsverlies (tot 180 kalenderdagen) bij een personeelslid of bij de echtgenote of samenwonende partner van een personeelslid: 2 werkdagen omstandigheidsverlof. Het verlof wordt toegestaan op basis van vertrouwen, waarbij een melding aan de leidinggevende volstaat.

18° Zwangerschapsverlies van het personeelslid dat zwanger was: twee werkdagen op voorwaarde van het afleggen van een verklaring op eer;
19° Zwangerschapsverlies van de echtgenote of samenwonende partner van het personeelslid: twee werkdagen op voorwaarde van het afleggen van een verklaring op eer;

§2. Het omstandigheidsverlof is in alle gevallen bezoldigd, met uitzondering van het omstandigheidsverlof voor een gebeurtenis als vermeld in het §1, 2°.

Er worden geen maaltijdcheques toegekend bij opname van omstandigheidsverlof.

...

§6. In het eerste lid wordt verstaan onder:

  1. langdurige pleegzorg: de pleegzorg waarbij het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft voor minstens zes maanden of de pleegzorg waarbij het kind in het verleden voor minstens zes maanden was ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, of de pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het pleegkind voor minstens zes maanden deel zal uitmaken van het gezin van het personeelslid, in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft;
  2. kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg, vermeld in punt 1;
  3. zwangerschapsverlies: alle vormen van zwangerschapsverlies, zowel medisch als spontaan ingeleid, vanaf het ogenblik dat het verlies zich voordoet, vanaf het begin van de zwangerschap tot en met 180 kalenderdagen zwangerschap, zonder dat het personeelslid een attest hoeft voor te leggen

 

Art. 10: Aanpassingen naar aanleiding van overgang privé naar publiek vakantiestelsel voor contractuelen in 2027: Veranderingen op vlak van vakantiegeld.Artikels 81 tot en met 87 worden geschrapt en vervangen door nieuwe artikels.

 

Afdeling II.2. Het vakantiegeld

Art. 81 §1. Het vakantiegeld publiek stelsel bedraagt voor alle personeelsleden van het lokaal bestuur Asse met volledige prestaties die gedurende het hele referentiejaar zijn verricht, 92% van het geïndexeerde maandsalaris van de maand maart van het vakantiejaar.

Als het personeelslid in de maand maart van het vakantiejaar geen of slechts een gedeeltelijk maandsalaris ontvangen heeft, dan wordt het percentage vermeld in §1, berekend op basis van het maandsalaris dat voor diezelfde maand betaald zou zijn geweest als het personeelslid zijn ambt wel volledig had uitgeoefend.

In het eerste lid wordt verstaan onder:

  1. referentiejaar: het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie wordt toegekend;
  2. vakantiejaar: het jaar waarin de vakantie wordt toegekend;
  3. maandsalaris: het maandsalaris aangevuld met de eventuele haard- of standplaatstoelage.

§2. Bovenop het vakantiegeld zoals bepaald in §1 ontvangt het personeelslid een bovenwettelijk vakantiegeld (onderworpen aan RSZ) van 15,34% berekend op de volgende toelagen die het personeelslid effectief ontvangen heeft in het referentiejaar:

  1. Toelage voor onregelmatige prestaties (zaterdag, zondag, nachtprestaties, feestdagen en overuren)
  2. Toelage voor onregelmatige prestaties voor het verplegend en verzorgend personeel
  3. Verstoringstoelage
  4. Gevarentoelage
  5. Permanentietoelage
  6. Toelage voor opdrachthouderschap
  7. Waarnemingstoelage
  8. Toelage voor functieverzwaring

Art. 82 §1. Als het personeelslid niet gedurende het hele referentiejaar volledige prestaties heeft verricht, wordt, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 84 betreffende de gelijkstellingen, het vakantiegeld zoals bepaald in artikel 81 §1 als volgt vastgesteld:

  1. één dertigste per kalenderdag als de prestaties (effectieve + gelijkgestelde) geen volledige maand beslaan (x/360ste van 92%) OF;
  2. naar rato van de gepresteerde en gelijkgestelde uren op basis van de uurdeler die krachtens de bezoldigingsregeling van toepassing is (x/1976ste van 92%).

 

Art. 83 §1. Het vakantiegeld wordt uitbetaald tussen 1 mei en 30 juni van het vakantiejaar.

§2. In afwijking van de bepalingen van § 1, wordt het vakantiegeld uitbetaald tijdens de maand die volgt op de datum van de pensionering van het personeelslid, de datum van overlijden of de datum van de uitdiensttreding.

Bij de berekening van het vakantiegeld wordt in dat geval rekening gehouden met het percentage en het betreffende maandloon, die op de datum in kwestie van kracht zijn.

Als het personeelslid op die datum geen salaris of een verminderd salaris geniet, dan wordt het percentage berekend op het salaris dat hem betaald zou zijn geweest, als het op die datum zijn ambt uitgeoefend zou hebben.

Art. 84 Volgende perioden komen in aanmerking voor de berekening van het vakantiegeld publieke sector:

  1. een periode van dienstactiviteit bij verlof of afwezigheid als ze op dat ogenblik het recht op salaris volledig of gedeeltelijk behouden;
  2. een periode van arbeidsongeval, ongeval van en naar het werk of een beroepsziekte;
  3. een periode van disponibiliteit beperkt tot 12 maanden (ononderbroken *);
  4. een periode van adoptieverlof;
  5. een periode van pleegzorgverlof;
  6. een periode van pleegouderverlof;
  7. een periode van omstandigheidsverlof naar aanleiding van een familiale gebeurtenis;
  8. een periode met recht op een uitkering in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering die een ander uitkering is dan de uitkering vermeld in punt 9°;
  9. een periode van ziekte of ongeval privéleven met recht op een uitkering in het kader van de verplichte ziekte- en invaliditeitsuitkering beperkt tot 12 maanden (ononderbroken *);
  10. een afwezigheid wegens militaire dienst die geen volledige kalendermaand beslaat.

 

* Een nieuwe periode van twaalf maanden kan pas starten na een werkhervatting van minimum veertien dagen. Het opnemen van vakantiedagen wordt in dit geval niet aanzien als werkhervatting.

 

Art. 85 Om het bedrag van het vakantiegeld publiek stelsel te berekenen, komt de periode vanaf 1 januari van het referentiejaar tot de dag die voorafgaat aan de datum van de indiensttreding als personeelslid, ook in aanmerking als de volgende voorwaarden zijn vervuld:

  1. het personeelslid is jonger dan 25 jaar op het einde van het referentiejaar;
  2. het personeelslid is uiterlijk in dienst getreden op de laatste dag van de vierde maand die volgt na de maand waarin het personeelslid een studie die recht geeft op kinderbijslag heeft beëindigd, of de maand waarin het personeelslid een leerovereenkomst heeft beëindigd.

Art. 86 en art.87 – opgeheven

 

Art. 11: Aanpassingen naar aanleiding van overgang privé naar publiek vakantiestelsel voor contractuelen in 2027: Veranderingen op vlak van verlofdagen.

Artikel 144 wordt gewijzigd en de huidige artikels 145, 146 en 147 worden geschrapt en vervangen.

 

Hoofdstuk II. Jaarlijkse vakantiedagen

Art. 144.§1Een voltijds werkend personeelslid heeft recht op 35 werkdagen betaald jaarlijks vakantieverlof (7 weken van 37,5u = 262,5u), voor een volledig kalenderjaar betaalde vakantie voor een volledig dienstjaar, waarvan 15 dagen vakantie, op basis van de prestaties van het lopende jaar.

Als de vakantieberekening na omzetting in vakantie-uren niet leidt tot een geheel getal wordt het aantal vakantie-uren waarop het personeelslid recht heeft afgerond naar boven, tot het eerstvolgende gehele getal.

 

De vakantiedagen kunnen in principe worden genomen naar keuze van het personeelslid. De vakantiedagen moeten vooraf worden aangevraagd. Als de aangevraagde dagen of periodes niet verzoenbaar zijn met de behoeften van de dienst of de continuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening in het gedrang zouden brengen, dan wordt dit zo vlug mogelijk meegedeeld aan het personeelslid.

Vakantiedagen kunnen worden overgedragen ten bedrage van 1/3 naar het volgend jaar. Deze overgedragen vakantiedagen worden in elk geval genomen vóór 30 april. Een eventueel resterend saldo vervalt, behoudens overmacht (zoals bijvoorbeeld continuïteit van de dienstverlening).

De aanvraag wordt ingediend bij de hiërarchische meerdere die door de algemeen directeur hiervoor werd aangeduid.

§ 2. In afwijking van § 1, tweede lid, kan het personeelslid elk jaar maximum vier vakantiedagen opnemen zonder dat het dienstbelang kan worden ingeroepen om het verlof te weigeren.

§ 3. Personeelsleden van de VIA6-diensten hebben recht op 3 weken aaneensluitend verlof.

Art. 145.§1. Elke periode met recht op salaris geeft recht op jaarlijkse vakantiedagen, die worden omgezet in vakantie-uren.

Volgende perioden tellen mee voor de opbouw van vakantiedagen (gelijkgestelde perioden):

  1. een periode van dienstactiviteit bij verlof of afwezigheid als ze op dat ogenblik het recht op salaris volledig of gedeeltelijk behouden;
  2. een periode van arbeidsongeval, ongeval van en naar het werk of een beroepsziekte;
  3. een periode van disponibiliteit (beperkt tot een ononderbroken periode van 12 maanden) *;
  4. een periode van adoptieverlof;
  5. een periode van pleegzorgverlof;
  6. een periode van pleegouderverlof;
  7. een periode van omstandigheidsverlof naar aanleiding van een familiale gebeurtenis;
  8. moederschapsrust en werkverwijdering omwille van zwangerschap en/of geven van borstvoeding;
  9. een periode van ziekte of ongeval privéleven (beperkt tot een ononderbroken periode van 12 maanden) *;
  10. een afwezigheid wegens militaire dienst die geen volledige kalendermaand beslaat;
  11. een periode van afwezigheid wegens dwingende redenen en wegens het zorgverlof als vermeld in artikel 66/1 van het rechtspositiebesluit van 20 januari 2023.

 

* Een nieuwe periode van twaalf maanden kan pas starten na een werkhervatting van minimum veertien dagen. Het opnemen van vakantiedagen wordt in dit geval niet aanzien als werkhervatting.

§2. De vakantiedagen (uren) worden opgebouwd en toegekend rekening houdend met de effectieve (en gelijkgestelde) prestatieregeling van het personeelslid.

Bij een wijziging van prestatiebreuk van het personeelslid (her)berekent de personeelsdienst het saldo aan vakantierechten.

 

Art. 146§1. Als een personeelslid in de loop van het jaar in dienst treedt of zijn functie definitief neerlegt, worden zijn vakantie-uren in evenredige mate verminderd.

Het vakantierecht wordt tevens verminderd in verhouding tot de niet gelijkgestelde periodes van afwezigheid opgenomen in de loop van het vakantiejaar.

§2. Het aantal vakantiedagen wordt in die gevallen proportioneel verminderd volgens de formule: X-(X x Y)/365, waarbij X het maximaal aantal op te bouwen vakantiedagen is en Y respectievelijk het totaal aantal afwezigheidsdagen (uitgedrukt in kalenderdagen) is dat het personeelslid gedurende de beschouwde twaalf maanden heeft opgenomen.

Als een personeelslid in de loop van eenzelfde kalenderjaar meerdere periodes van niet-gelijkgestelde afwezigheden bekomt dan wordt bij de berekening van het aantal vakantiedagen telkens rekening gehouden met de bedoelde afwezigheden alsof ze één geheel vormden.

Indien het personeelslid een herrekening krijgt van zijn vakantiedagen of -uren in de loop van het vakantiejaar zal indien er een negatief saldo aan vakantiedagen of -uren is, dit negatief saldo verrekend worden op het beginsaldo van het aantal vakantiedagen of -uren van het daaropvolgende vakantiejaar.

Indien er geen verrekening kan gebeuren, zal het teveel aan opgenomen vakantiedagen of -uren omgezet worden in onbetaald verlof en dus beschouwd worden als een onverschuldigde betaling:

1. In eerste instantie wordt het bedrag verrekend met het nog uit te betalen dubbel vakantiegeld.

2. Indien dit niet volstaat, kan een inhouding op het loon gebeuren, mits schriftelijk akkoord van de medewerker en binnen de wettelijk toegelaten grenzen.

3. Indien ook dit niet volstaat, wordt het openstaand bedrag via een factuur aan de medewerker aangerekend.

Indien een verrekening dient te gebeuren, ongeacht op welke manier, zal dit gecommuniceerd worden aan het personeelslid.

 

Art. 147 §1. De vakantiedagen kunnen in principe worden genomen naar keuze van het personeelslid. De vakantiedagen moeten vooraf worden aangevraagd.

Als de aangevraagde dagen of periodes niet verzoenbaar zijn met de behoeften van de dienst of de continuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening in het gedrang zouden brengen, dan wordt dit zo vlug mogelijk meegedeeld aan het personeelslid.

In afwijking van §1, tweede lid kan het personeelslid elk jaar maximum vier vakantiedagen opnemen zonder dat het dienstbelang kan worden ingeroepen om het verlof te weigeren.

§2. Vakantiedagen kunnen worden overgedragen ten bedrage van 1/3 naar het volgend jaar. Deze overgedragen vakantiedagen worden in elk geval genomen vóór 30 april. Een eventueel resterend saldo vervalt, behoudens overmacht (zoals bijvoorbeeld continuïteit van de dienstverlening).

De aanvraag wordt ingediend bij de hiërarchische meerdere die door de algemeen directeur hiervoor werd aangeduid.

§3. Personeelsleden van de VIA-diensten hebben recht op 3 weken aaneensluitend verlof.

Art. 147 bis §1. Bij uitdiensttreding worden de niet opgenomen vakantiedagen (op basis van de prestatiebreuk bij uitdiensttreding) uitbetaald volgens de formule: geïndexeerde basisjaarwedde vermeerderd met de haard– of standplaatsvergoeding/1976 x niet-opgenomen vakantie-uren.

§2. Indien het personeelslid dat uit dienst treedt meer vakantiedagen heeft opgenomen dan er recht op is, dan worden deze omgezet naar onbetaald verlof en wordt dit beschouwd als een onverschuldigde betaling. 

Art. 147 ter Als personeelsleden arbeidsongeschikt worden voor de aanvang van aangevraagde en toegestane vakantiedagen, wordt de vakantie opgeschort.

Als personeelsleden arbeidsongeschikt worden tijdens een periode van jaarlijkse vakantie, wordt het vakantieverlof omgezet in verlof wegens arbeidsongeschiktheid en worden deze vakantiedagen terug toegevoegd aan het saldo vakantiedagen van het vakantiejaar.

Een personeelslid dat arbeidsongeschikt is wegens arbeidsongeschiktheid tijdens een periode van jaarlijkse vakantie, behoudt zijn recht op gewaarborgd loon en latere opname van de vakantiedagen, mits het vervullen van de volgende formaliteiten.

Het personeelslid moet de werkgever onmiddellijk op de hoogte brengen van zijn verblijfplaats indien hij zich niet op zijn thuisadres (domicilieadres) bevindt. Het gaat hier bijvoorbeeld over werknemers die zich in het buitenland bevinden.

Het personeelslid zal zijn arbeidsongeschiktheid moeten aantonen door middel van een medisch attest. Het personeelslid dat zijn arbeidsongeschiktheid niet kan bewijzen, blijft geschorst wegens vakantie.

Het personeelslid doet dit binnen een termijn van 2 werkdagen vanaf de dag van ongeschiktheid. In geval van overmacht maakt het personeelslid het geneeskundig getuigschrift over binnen een redelijke termijn.

De vrijstelling om geen geneeskundig getuigschrift voor te leggen voor de eerste dag van een arbeidsongeschiktheid, geldt hier ook niet.

Het attest maakt melding van de arbeidsongeschiktheid, de waarschijnlijke duur ervan, en of het personeelslid zich met het oog op de controle al dan niet naar een andere plaats mag begeven.

Het personeelslid dat arbeidsongeschikt wordt tijdens een vakantieperiode kan de niet-opgenomen vakantiedagen die samenvallen met de arbeidsongeschiktheid later in het vakantiejaar opnemen.

Als het personeelslid die vakantiedagen onmiddellijk na het einde van de periode van arbeidsongeschiktheid wil opnemen, geldt een bijkomende formaliteit. Uiterlijk op het moment dat hij het medisch attest voorlegt aan de werkgever, stelt het personeelslid de werkgever de vraag of hij de vakantiedagen aansluitend op de periode van arbeidsongeschiktheid kan opnemen. Het akkoord van de werkgever is dus vereist.

Art. 147 quater §1. In het geval dat het personeelslid zijn dagen vakantie niet heeft kunnen opnemen ingevolge ziekte, (omgezette) moederschapsrust, profylactisch verlof, arbeidsongeval, beroepsziekte, adoptieverlof, (langdurig) pleegouderverlof, zal het personeelslid het recht hebben om maximaal 20 vakantiedagen / 4 weken (bovenop de vakantiedagen cfr. artikel 146 §2) te nemen tot 24 maanden die volgen op het einde van het vakantiejaar waarop deze nog op te nemen vakantiedagen betrekking hebben (dus tot 31 december van het vakantiejaar plus 2 jaar).

De reeds opgenomen vakantiedagen worden wel in mindering gebracht op het saldo van de theoretisch 20 over te dragen vakantiedagen of 4 weken vakantieverlof.

Indien deze dagen niet werden opgenomen binnen de periode van 24 maanden, gaan deze definitief verloren.

§2. Het saldo van de overgedragen vakantiedagen (cfr. §1) wordt uitbetaald op het moment van overdracht. De overgedragen vakantiedagen worden dus niet betaald op moment van opname.

Art. 147 quinquies Indien het personeelslid vermindert van prestatiebreuk ten opzichte van zijn aangestelde prestatiebreuk ingevolge een deeltijdse werkhervatting na een periode van arbeidsongeschiktheid worden de verlofrechten maximaal toegekend en opgenomen in verhouding tot de effectieve prestatieregeling, waardoor het aantal vakantieweken voor een voltijds en deeltijds tewerkgesteld personeelslid hetzelfde is.

De effectieve prestatiebreuk waarin het personeelslid de vakantierechten opneemt bepaalt namelijk wat er van het opgebouwde vakantierecht (nog) kan worden opgenomen. De reeds opgenomen vakantie-uren worden steeds aangerekend volgens het principe van opgenomen weken.

Het aantal op te nemen vakantie-uren wordt m.a.w. uitgedrukt in verhouding tot de effectieve prestatiebreuk van het personeelslid waarin deze de vakantie-uren opneemt. Dit impliceert dat het deeltijds tewerkgesteld personeelslid hetzelfde aantal weken vakantie kan opnemen in het vakantiejaar als zijn voltijdse collega.

Wanneer het personeelslid terug prestaties zal verrichten in zijn oorspronkelijk aangestelde prestatiebreuk zal het saldo aan verlofrechten terug worden herrekend naar het onbeperkte opgebouwde recht verminderd met de reeds opgenomen en de naar de nieuwe prestatiebreuk herrekende verlofrechten.

De vakantie-uren die het personeelslid ingevolge deze pro-rata berekeningswijze niet heeft kunnen opnemen worden in december van het vakantiejaar uitbetaald in de vorm van een compensatietoelage die als volgt wordt berekend: 

((Maandloon + Haard-of standplaatsvergoeding) * 12) /1976 * aantal niet opgenomen uren.

 

Art. 12: Aanpassingen naar aanleiding van overgang privé naar publiek vakantiestelsel voor contractuelen in 2027: Overgangsbepalingen. Een nieuw art. 215 bis moet worden ingevoegd:

Art. 215 bis Vanaf 1 januari 2027 wordt het vakantiestelsel van de publieke sector van toepassing voor alle personeelsleden conform de bepalingen opgenomen in deze rechtspositieregeling. 

Voor de contractuele personeelsleden van het lokaal bestuur Asse zullen bij de overgang van het vakantiestelsel private sector (cfr. de bepalingen van de Wet Jaarlijkse Vakantie 28 juni 1971 en het KB van 30 maart 1967) naar het vakantiestelsel van de publieke sector volgende overgangsbepalingen van toepassing zijn: 

        Alle personeelsleden ontvangen hun “wettelijke vakantiedagen” voor 2027 (cfr. de Wet Jaarlijkse Vakantie) op basis van hun prestaties van 2026 in een “vakantiepot”.

     De personeelsleden zijn gehouden om de vakantiedagen uit deze “vakantiepot” op te nemen gespreid over 4 kalenderjaren. Ieder kalenderjaar moet er minstens 25% van deze “vakantiepot” worden opgenomen (voorbeeld: indien een personeelslid 20 wettelijke vakantie heeft, dient deze minstens 5 vakantiedagen per jaar hiervan op te nemen). Een personeelslid kan meer dan 25% opnemen mits goedkeuring van de leidinggevende.

     20 wettelijke vakantiedagen komen overeen met 150u (4 weken van 37,5u).

     De verplicht op te nemen vakantie-uren (25%) uit de “vakantiepot” moeten worden opgenomen voor de “gewone” vakantiedagen toegekend op basis van de prestaties van het vakantiejaar waardoor de volgende cascade ontstaat:

     Vrij overgedragen vakantie-uren van het vorige kalenderjaar (1/3de van het aantal vakantiedagen)

     De verplichte vakantie-uren uit de “vakantiepot”

     De gewone vakantiedagen

     De overgedragen vakantiedagen ingevolge ziekte,…

     Het aantal vakantie-uren uit de “vakantiepot” worden niet geprorateerd wanneer het personeelslid vermindert van prestatiebreuk (en deze vakantie-uren dus opneemt in een lagere prestatiebreuk).

     Indien het personeelslid de vakantie-uren uit de “vakantiepot” in een kalenderjaar (2027 – 2030) niet kan opnemen omwille van arbeidsongeschiktheid, worden de uren uitbetaald in december op basis van het loon van december (maar de vakantie-uren worden niet overgedragen naar het volgende kalenderjaar).

     Indien een personeelslid in de loop van 2027 uit dienst gaat, wordt er alsnog een saldo vertrek vakantiegeld uitbetaald cfr. de bepalingen van de Wet Jaarlijkse Vakantie 28 juni 1971 en het KB van 30 maart 1967 (de reeds opgenomen wettelijke vakantiedagen uit de “vakantiepot” / het uitbetaald dubbel en aanvullend vakantiegeld worden hierop wel verrekend).Personeelsleden ontvangen hiervan het daarbij horende saldo vakantieattest (2026-2027).

     Indien een personeelslid in de loop van 2028, 2029 of 2030 uit dienst gaat, worden de nog openstaande niet opgenomen vakantie-uren uitbetaald op basis van het maandloon van uitdiensttreding (maandloon incl. haard en standplaatsvergoeding x 12 / 1976 x het aantal uit te betalen vakantie-uren).

        In mei 2027 ontvangen de personeelsleden het normale dubbel en aanvullende vakantiegeld ingevolge de berekening regels van de Wet Jaarlijkse Vakantie => wordt DMFA-gewijs geboekt onder 4de kwartaal 2026 omwille van de wijziging van WG-kengetal ingevolge de overgang van privaat vakantiestelsel (750) naar publiek vakantiestelsel (751).

 

 

Art. 13 : Deze bepalingen treden in werking vanaf 1 juni 2026, tenzij anders bepaald in het artikel zelf of door een hogere regelgeving.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Aanpassing arbeidsreglement en bijlagen 1 en 2.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - In het arbeidsreglement wordt onder deel 5 Vakantie art. 5. aangepast als volgt vermits er geen correcte verwijzing naar de huidige rechtspositieregeling bij staat:

 

Artikel 5 – Wettelijke- en extralegale feestdagen en jaarlijks vakantieverlof

- Statutaire en contractuele werknemers

De bepalingen in de rechtspositieregeling zijn van toepassing, met name titel IV hoofdstuk II en III  VIII, hoofdstuk III.

 

Art. 2 - In het arbeidsreglement wordt onder deel 6 Andere afwezighedenartikel 6.1.  aangepast als volgt :

 

Artikel 6.1. …. Uitzondering:drie twee keer per kalenderjaar is er geen verplichting om een geneeskundig getuigschrift voor te leggen voor de eerste dag arbeidsongeschiktheid.

Bij verlenging van de arbeidsongeschiktheid geldt dezelfde procedure. Het personeelslid dient dus ook telefonisch contact op te nemen met de direct leidinggevende.

Indien het personeelslid zich binnen 14 kalenderdagen8 weken na een ziekte opnieuw ziek meldt, gaan we uit van herval tenzij anders vermeld wordt op het medisch attest.

Het “Reglement op het geneeskundig toezicht” is van toepassing en is als bijlage 3 bij dit arbeidsreglement gevoegd.

 

Art. 3 - In het arbeidsreglement wordt onder deel 6 Andere afwezighedenartikel 6.2. aangepast als volgt vermits er geen correcte verwijzing naar de huidige rechtspositieregeling bij staat:

 

Artikel 6.2 – Verloven – vrijstellingen van de dienst

De bepalingen in de rechtspositieregeling zijn van toepassing, met name titel IV  VIII.

 

Art. 4 - In het arbeidsreglement wordt onder deel 10 Sancties artikel 10.2.  De straffen aangepast als volgt:

 

Artikel 10.2 – De straffen

Statutair personeel

De tuchtregeling geldt voor het statutair personeel.

Behalve, indien speciale sancties bij de wet zijn bepaald, kunnen de volgende tuchtstraffen aan de vastbenoemde personeelsleden van de gemeente worden opgelegd:

1. lichte straffen:

 blaam

2. zware straffen:

 de inhouding van salaris [1]

 de schorsing

3. maximumstraffen:

 het ontslag van ambtswege

 de afzetting

 

 

Art. 5 -  De wijzigingen in bijlage 1 Uurroosters worden goedgekeurd zoals voorgesteld in de bijlage.

 

Art. 6 - Punt 2.3 Glijdende werktijden van bijlage 2 Reglement glijdende en flexibele uurregeling van het arbeidsreglement  wordt aangepast als volgt:

 

….

        Voor een personeelslid dat ingeschakeld wordt in de avondpermanentie bestaat de werkweek uit:

  1. 3 werkdagen van 7u30 met de volgende tijdzones: 

vaste tijdzones: van 09.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 16.00u

variabele tijdzones: van 07.30u tot 09.00u, van 12u tot 13.30u en van 16.00u tot 18.00u.
Indien het om een deeltijds werkend personeelslid gaat, kunnen de werkdagen ook 3u45 zijn met de tijdzones zoals hierboven beschreven.

  1. 1 werkdag van 5u met de volgende tijdzones:

vaste tijdzone: van 09.00u tot 12.00u

variabele tijdzones: van 07.30u tot 09.00u en van 12.00u tot 13.00u

OF

vaste tijdzone van 13.30u – 16.00u

variabele tijdzones van 12.30u tot 13.30u en van 16.00u tot 18.00u

  1. 1 werkdag van 10u met de volgende tijdzones:

vaste tijdzones: van 09.00u tot 12.00u, van 13.30u tot 16.00u en van 17.00u tot 19.00u

variabele tijdzones:  van 07.30u tot 09.00u, van 12.00u tot 13.30u, van 16.00u tot 17.00u  en van 19.00u tot 19.30u

In geval van een deeltijds personeelslid kan de dag van de avondpermanentie er als volgt uitzien:

1 werkdag van 6.15u met de volgende tijdzones:

vaste tijdzones: van 13.30u tot 16.00u en van 17.00u tot 19.00u

variabele tijdzones: van 12.00u tot 13.30u, van 16.00u tot 17.00u  en van 19.00u tot 19.30u

…..

 

Art. 7 -  Een exemplaar van deze bijlagen ter kennisgeving te publiceren op intranet zodat alle personeelsleden die onder gezag arbeid verrichten van het gemeentebestuur dit ten allen tijde kunnen raadplegen.

 

Art. 8 -  Een afschrift van dit besluit ter kennisgeving te bezorgen aan de Inspectie van de sociale wetten.

 


[1] Mits naleving van de loonbeschermingswet

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Kosteloze grondverwerving Terlindenweg.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De gemeente Asse zal het volgende goed kosteloos verwerven van mevrouw Anne Lambert:

  - een perceel, deel van de wegenis van de Terlindenweg te 1730 Asse, ten kadaster gekend als Asse, eerste afdeling, sectie F, nr. 409/G3, met een oppervlakte van 14a 03ca.

 

Art. 2 - Het in artikel 1 vermelde goed wordt ingelijfd in het openbaar domein van de gemeente Asse

 

Art. 3 -  De akte tot kosteloze grondafstand zal verleden worden voor de burgemeester en zal namens de gemeente Asse getekend worden door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Kosteloze grondverwerving Bladerenkwartier.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De gemeente Asse zal het volgende goed kosteloos verwerven:

                   - een perceel, gelegen aan het Bladerenkwartier te 1730 Asse, ten kadaster gekend als Asse, eerste afdeling, sectie A, nr. 77/V5, met een oppervlakte van 18ca;

 

Art. 2 -  Het in artikel 1 vermelde goed wordt ingelijfd in het openbaar domein van de gemeente Asse.

 

Art. 3 -  De akte tot kosteloze grondafstand zal verleden worden voor de burgemeester en zal namens de gemeente Asse getekend worden door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Frans Schachtstraat - onderhandse verkoop deel openbaar domein.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - Het volgende goed wordt onderhands verkocht aan de nv Lanson Plant V:

- een strook grond, gelegen aan de Frans Schachtstraat te 1731 Zellik, ten kadaster gekend als Asse, zesde afdeling, sectie B, zonder nummer, deel van het openbaar domein van de gemeente Asse, met een oppervlakte van 309,81 m², zoals op het plan als bijlage in het groen aangeduid.

 

Art. 2 - Het in artikel 1 vermelde goed wordt gedesaffectterd.

 

Art. 3 -  De verkoopprijs bedraagt 25.000,00 euro.

 

Art. 4 -  De aankoopbelofte d.d. 20 april 2026 van de nv Lanson Plant V wordt aanvaard in al haar bepalingen.

 

Art. 5 -  De authentieke verkoopakte wordt verleden voor de burgemeester en namens de gemeente Asse getekend worden door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

 Art. 6 -  De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt uitdrukkelijk vrijgesteld ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte, om welke reden ook.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Aanpassing retributiereglement openbaar domein - parkeren.

 

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Geert Heyvaert, Edwin Fabri, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Erik Beunckens, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Daan Van Elsen, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes, Frank Michiels en Jeannine Buyl), 1 nee-stem (Quinten Vanheuverzwyn), 10 onthoudingen (Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Griet Van den Broeck en Jellis Bollens)

 

Artikel 1 -  Aan het retributiereglement openbaar domein – parkeren, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 15 december 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

 

1° In artikel 3.1 wordt bij Zone 4 ‘parking Gildehof’ toegevoegd.

 

2° Artikel 4.1 wordt artikel 4.1, § 1; artikel 4.2 wordt artikel 4.1, § 2; artikel 4.3 wordt artikel 4.1, § 3.

 

3° Er wordt een nieuw artikel 4.2 ingevoegd, luidende als volgt:

“4.2, § 1. Voor het stationeren van een motorvoertuig in de ondergrondse parking KunstAs geldt het volgende tarief van maandag tot en met vrijdag:

- 00:00-8:00: gratis

- 8:00–12:00: 0,50 euro (vaste prijs)

- 12:00-13:00: gratis

- 13:00–18:00: 0,50 euro (vaste prijs)

- 18:00–00:00: gratis

Parkeren op zaterdag en zondag is gratis.

 

§ 2. In de ondergrondse parking KunstAs zullen de volgende drie betalingsmodaliteiten mogelijk zijn om de in § 1 vermelde retributie te betalen:

        via de app van XPARC / Amano;

        va de betaalautomaat – voor het verlaten van de parking (met QR-code, bankkaart, GSM);

        via factuur bij niet-betaling via app of betaalautomaat (vanaf 2de keer incl. administratieve kost van 15,00 euro); de factuur dient betaald te worden uiterlijk op de vervaldatum, vermeld op de factuur.

 

§ 3. In de ondergrondse parking KunstAs is het bewonersparkeren en parkeren met een abonnement verboden.”

 

4° In artikel 8 wordt de zinsnede “(onder artikel 3.1, 3.2, 3.4 en 4.1)” vervangen als volgt: “(onder artikel 3.1, 3.2, 3.4, 4.1 en 4.2)”.

 

5° Artikel 11 wordt aangevuld met een lid, luidende:

“Het gratis parkeren is ook van toepassing op dinsdagvoormiddag, woensdagnamiddag en zaterdag, met uitzondering van:

- parkeren in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone);

- parkeren in Zellik;

- parkeren op de Shop & Go parkeerplaatsen.”

 

Artikel 2 – Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2026.

 

Artikel 3 – Het aangepaste en gecoördineerde retributiereglement openbaar domein – parkeren luidt als volgt:

 

 

Retributiereglement openbaar domein - parkeren

 

Art. 1 - Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie gevestigd, verschuldigd voor de privatieve ingebruikneming van het openbaar domein (parkeren).

 

Art. 2 - De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat.

 

Art. 3 - De retributies worden vastgesteld:

3.1 Voor het stationeren van een motorvoertuig in volgende zones:

- Zone 2:

Lindenpark, Stationsstraat, Bergestraat (tussen Parklaan en Stationsstraat), Belvedèresteegje, Reiniersbos, Molenstraat (tussen Stationsstraat en Ilsedestraat) en Pastinakenstraat (tussen Boekfos en rotonde Parklaan);

- Zone 3:

Boekfos (plein niet), Vronemeers, Neerstraat, Gemeenteplein (uitgezonderd nr. 17 en 20), Hopmarkt, Arsenaalstraat, Langevijver, Muurveld, Hofveld, Bloklaan, Sint-Martinusstraat, Kerkplein, Nieuwstraat (tussen Muurveld en Ten Boeke);

- Zone 4:

Nieuwstraat (tussen Ten Broeke en Kerkstraat), Ten Broeke, Broekeweg, Oudestraat, Koensborre, Koensborreplein, G. Kurthstraat, K. Astridstraat, Kalkoven (van nr. 18 tot 74 en 111 en 125), parking Gildehof;

- Zone 5:

Parking Prieelstraat, Mollestraat, ondergrondse en bovengrondse parking Huinegem;

- Te Asse/Zellik: Brusselsesteenweg, parkeerstrook van nr. 485 tot 541 en van nr. 574 tot 682;

is het gebruik van parkeerkaart of parkeerautomaat verplicht en geldt het tarief van 1 euro/uur (tarief 2).

In de voornoemde straten is eveneens het bewonersparkeren toegestaan en kan een parkeerabonnement worden bekomen.

De geldigheid van de bewonerskaart is beperkt tot de zone waartoe men behoort.

 

De bewoners die op de grens van een bepaalde zone gedomicilieerd zijn, krijgen de mogelijkheid om in een aangrenzende zone ingedeeld te worden.

 

3.2 Voor het stationeren van een motorvoertuig in volgende straten:

- Weversstraat (van nr. 1 tot 45 en 12 tot 34), Steenweg (van nr. 2 tot 32), Nieuwstraat (tussen nr. 3 tot 19), Kalkoven (tussen nr. 2 tot 10 en tussen nr. 127 tot 131), Stationsplein en Gemeenteplein (van nr. 17 tot 20);

- Parking Nieuwstraat (het onroerende goed, ten kadaster gekend als Asse, tweede afdeling, sectie L, nrs. 258/e en 260/f);

is het gebruik van een parkeerkaart of parkeerautomaat verplicht en geldt het tarief van 1 euro/uur (tarief 2).

In de vernoemde straten is het bewonersparkeren en parkeren met een abonnement verboden.

Bewonersparkeren wordt toegestaan op de parking Prieelstraat. Er is een parkeertijd van 4 uren toegestaan.

 

- Bij grote herinrichtingswerken in de betalende parkeerzone, waardoor de bewoners zich elders dienen te parkeren, wordt de geldigheid van de bewonerskaarten verlengd met de duurtijd van de werken in hun zone.

 

 3.3 De retributie bedraagt:

* 1,00 euro per uur

* 0,50 euro 30 minuten

en is bij voorafbetaling verschuldigd en betaalbaar.

 

Een gratis parkeerticket, dat eveneens volgens de modaliteiten vermeld-op de

parkeerautomaten kan bekomen worden, wordt aangeboden aan de bestuurder

die zijn/haar voertuig wenst te parkeren voor een periode van maximum 15

minuten (kortparkeren).

 

3.4 Bij het overschrijden van de maximum toegelaten duur wordt een retributie voorzien van 18 euro per halve dag (tarief 1).

 

Art. 4 - De retributies worden vastgesteld:

4.1, § 1. Voor het stationeren van een motorvoertuig in de ondergrondse parking Huinegem is het gebruik van de parkeerautomaat verplicht en geldt een tarief van 0,50 euro per halve dag (tarief 3).

In de voornoemde parking is het bewonersparkeren en parkeren met een abonnement verboden.

 

§ 2. De retributie bedraagt 0,50 euro per halve dag en is bij voorafbetaling verschuldigd en betaalbaar.

Een gratis parkeerticket, dat eveneens volgens de modaliteiten vermeld op de parkeerautomaten kan bekomen worden, wordt aangeboden aan de bestuurder die zijn/haar voertuig wenst te parkeren voor een periode van maximum 15 minuten (kortparkeren).

 

§ 3. Bij het overschrijden van de maximum toegelaten duur wordt een retributie voorzien van 18 euro per halve dag.

 

4.2, § 1. Voor het stationeren van een motorvoertuig in de ondergrondse parking KunstAs geldt het volgende tarief van maandag tot en met vrijdag:

- 00:00-8:00: gratis

- 8:00–12:00: 0,50 euro (vaste prijs)

- 12:00-13:00: gratis

- 13:00–18:00: 0,50 euro (vaste prijs)

- 18:00–00:00: gratis

Parkeren op zaterdag en zondag is gratis.

 

§ 2. In de ondergrondse parking KunstAs zullen de volgende drie betalingsmodaliteiten mogelijk zijn om de in § 1 vermelde retributie te betalen:

        via de app van XPARC / Amano;

        va de betaalautomaat – voor het verlaten van de parking (met QR-code, bankkaart, GSM);

        via factuur bij niet-betaling via app of betaalautomaat (vanaf 2de keer incl. administratieve kost van 15,00 euro); de factuur dient betaald te worden uiterlijk op de vervaldatum, vermeld op de factuur.

 

§ 3. In de ondergrondse parking KunstAs is het bewonersparkeren en parkeren met een abonnement verboden.

 

Art. 5

5.1 Voor de aankoop van een kaart bewonersparkeren wordt 25 euro per jaar aangerekend.

Een kaart voor bewonersparkeren wordt afgeleverd aan personen gedomicilieerd in Asse in een straat waar betalend parkeren van kracht is: 1 bewonerskaart per voertuig, maximum 2 bewonerskaarten per domicilie.

Bewonerskaarten warden beperkt tot de voertuigen voorzien door verkeersbord E9b: personenauto's, auto's dubbel gebruik en minibussen ("elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen, die bij gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder, en die voorzien is van een carrosserie van hetzelfde type als dat van lichte vrachtauto's of autobussen").

 

Voor de aankoop van een 2de kaart wordt 50 euro aangerekend.

 

5.2 Een parkeerabonnement kan bekomen worden vanaf minstens 1 maand aan 25 euro per maand.

 

5.3 Voor de aankoop van een kaart paramedici en huisartsen wordt 25 euro per jaar aangerekend. Op de kaart wordt vermeld: Toelating om tijdens de betalende uren te parkeren in alle straten van Asse waarin het betalend parkeren van toepassing is. Te gebruiken in combinatie met de blauwe schijf, voorzien van een correcte tijdsaanduiding, voor een maximum parkeertijd van 45 minuten.

 

Art. 6 - De retributie is betaalbaar:

6.1 voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, 3.4 en 4.1 door het inbrengen in het apparaat van de daartoe bestemde munten of protonkaart (voor wat betreft tarief 2 en 3).

Voor tarief 1: binnen de 5 dagen na ontvangst van de betalingsvordering.

 

6.2 voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 bij aanvraag.

 

Art. 7 - Op de Shop & Go parkeerplaatsen kan er 30 minuten gratis geparkeerd worden. Bij het overschrijden van de maximum toegelaten duur wordt een retributie voorzien van 25 euro per halve dag.

 

Art. 8 - Zijn vrijgesteld van de retributie (onder artikel 3.1, 3.2, 3.4, 4.1 en 4.2): Alle personen met een handicap die houder zijn van een speciale kaart, afgeleverd door een officieel orgaan, overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap. Deze kaart dient op een duidelijke zichtbare plaats en wijze langs de binnenkant van de voorruit van het voertuig geplaatst of op het voorste deel van het voertuig aangebracht.

 

Het is niet toegestaan om met de parkeerkaart voor personen met een handicap langer dan 30 minuten te parkeren op de Shop & Go parkeerplaatsen.

 

Art. 9 - Op een Parkeer&Zorg-plaats kan er 60 minuten gratis geparkeerd worden onder volgende voorwaarden:

- de zorgverlener legt zijn Parkeer&Zorg-kaart achter de voorruit van zijn/haar wagen;

- de zorgverlener plaatst zijn/haar parkeerschijf om de parkeertijd aan te geven;

- de Parkeer&Zorg-kaart is enkel geldig op een Parkeer&Zorg-plaats aangeduid door de Parkeer&Zorg-sticker;

- de gebruiker moet de bepalingen uit de Wegcode naleven en zal zijn voertuig niet hinderlijk of foutief parkeren.

 

Art. 10 - Op de voorbehouden parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen t.h.v. een elektrisch oplaadpunt, is er tijdens het opladen van het voertuig geen parkeerretributie verschuldigd.

Het gebruik van deze parkeerplaats wordt beperkt tot maximaal 2 uur tijdens de uren waarop betalend parkeren van toepassing is.

 

Art. 11 - Op zon- en feestdagen (inbegrepen 11 juli), 4 opeenvolgende zaterdagen te verdelen over de maanden december en januari is er geen retributie verschuldigd.

 “Het gratis parkeren is ook van toepassing op dinsdagvoormiddag, woensdagnamiddag en zaterdag, met uitzondering van:

- parkeren in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone);

- parkeren in Zellik;

- parkeren op de Shop & Go parkeerplaatsen.”

 

Art. 12 - Bij gebreke aan betaling in der minne binnen de op de retributie vastgestelde betalingstermijn zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.

Er wordt een eerste herinnering gestuurd zonder kosten.

Een tweede herinnering wordt gestuurd met 6,25 euro kosten ten laste van de wanbetaler. Ingeval van aanmaning door de advocaat beloopt de invorderingskost 15 euro ten laste van de wanbetaler.

Vooraleer tot dagvaarding over te gaan zal de laatste minnelijk herinneringsschrijven vanwege een deurwaarder gezonden worden, vermeerderd met de wettelijk bepaalde tarieven voor het verzenden van een schuldvordering waaronder - zonder limitatief te zijn - het tarief burgerlijke en handelszaken, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 30 november 1976 (tot vaststelling van het tarief voor akten en prestaties van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken), wordt gehanteerd voor de eventuele minnelijke fase (aanmaning met dreiging - inlichting - postzegel - kwijtings- en inningsrecht);

Indien de retributie nog steeds onbetaald is, zal tot dagvaarding overgaan worden voor de bevoegde rechtbank, waarbij de wettelijke kosten worden aangerekend.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Zwartzusterkapel - beheersovereenkomst Erfgoedstichting Vlaams-Brabant.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art. : De beheersovereenkomst met Erfgoedstichting Vlaams-Brabant voor de Zwartzusterkapel (als bijlage) wordt goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Grondafstand Bergestraat/Groeningekouter ikv een omgevingsvergunningsaanvraag strekkende tot het verkavelen van gronden.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1: De grondafstand en het rooilijnplan in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag strekkende tot het verkavelen van gronden ingediend door Como Living BV te Asse, Bergestraat/Groeningekouter, kadastraal gekend als Asse, 2de afdeling, sectie D, nummer 9F2, wordt vergund.

 

Art. 2: De waarborg voor de aanleg van de wegenis bedraagt 46.945 euro, mits goedkeuring van de omgevingsvergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden te Asse, Bergestraat/Groeningekouter (OMV_2024161494)

 

Art. 3:  De wegenis dient te worden aangelegd conform de reglementen van de nutsmaatschappijen.

 

Art. 4:  De bezwaarschriften wordt gelet op hogere bespreking niet aanvaard.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Beperking duurtijd Conformiteitsattest.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1:

De gemeenteraad keurt het reglement tot bij het beperken van de geldigheidsduur van het conformiteitsattest goed.

  1. Het conformiteitsattest is maximaal vijf jaar geldig indien het technisch verslag vier tot zes gebreken van categorie I vermeldt.
  2. Het conformiteitsattest is maximaal vijf jaar geldig indien het technisch verslag een gebrek vermeldt in één of meer van volgende categorieën:
    1. 101: dak(en) of (hellende en vlakke) plafonds – insijpelend vocht;
    2. 111: buitenmuren (en gemeenschappelijke scheidingsmuren) – opstijgend vocht/doorslaand vocht;
    3. 131: onderste (draag)vloer(en) – vochtschade;
    4. 151: binnenwanden – opstijgend vocht.
  3. Het conformiteitsattest is maximaal vijf jaar geldig bij aanwezigheid van kachels en verwarmingstoestellen van het type B (gebruikt verbrandingslucht uit het stooklokaal) indien deze als hoofdverwarming dienen.
  4. De geldigheidsduur van het conformiteitsattest wordt afgestemd op het EPC-label en het type bebouwing:

 Open en halfopen woningen:

 EPC-label F: geldig tot 31 december 2029;

 EPC-label E: geldig tot 31 december 2034;

 EPC-label D: geldig tot 31 december 2039.

 Rijwoningen en appartementen:

 EPC-label E: geldig tot 31 december 2029;

 EPC-label D: geldig tot 31 december 2034.

 

 In alle andere gevallen blijft de standaard geldigheidsduur van het
  conformiteitsattest behouden op tien jaar.

 

 

Art 2. Toepassingsgebied

Dit besluit is van toepassing op alle conformiteitsattesten die afgeleverd worden

vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, ongeacht de instantie die een

conformiteitsattest aflevert.

 

Art. 3: Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking vanaf 1 juni 2026.


 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Samenwerkingsovereenkomst met Agentschap Integratie en Inburgering - AgII: welkom+ app.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art. : De Gemeenteraad gaat akkoord met de samenwerkingsovereenkomst met Agentschap Integratie en Inburgering die nodig is voor het initiëren van de welkom+ app.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters: activiteitenverslag en jaarrekening 2025, planning en begroting 2026.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1: De gemeenteraad besluit het activiteitenverslag 2025 van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters goed te keuren;

 

 

Art. 2: De gemeenteraad besluit de jaarrekening 2025 van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters goed te keuren;

 

Art. 3: De gemeenteraad besluit de begroting 2026 van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters goed te keuren;

 

Art.4: De gemeenteraad besluit de planning 2026 van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters goed te keuren;

 

Art.5: De gemeenteraad besluit kwijting te geven aan de bestuurders van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters voor de bestuursdaden gesteld in het jaar 2025.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

KunstAs - Capaciteitsbepaling schooljaar 2026/2027.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art.: De capaciteit van de KunstAs – Academie voor muziek, woord, dans en beeld voor het schooljaar 2026-2027 wordt vastgesteld zoals vermeld in de bijlage.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

KunstAs - Beleidsplan schooljaar 2026/2027.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art.:   Het beleidsplan van de KunstAs – Academie voor muziek, woord, dans en beeld voor het schooljaar 2026-2027 wordt vastgesteld zoals vermeld in de bijlage.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

KunstAs - Jaarplanning  schooljaar 2026/2027.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art.: De jaarkalender van de KunstAs – Academie voor muziek, woord, dans en beeld voor het schooljaar 2026-2027 wordt vastgesteld zoals vermeld in de bijlage.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Aanpassing waarderingsregels.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Enig art. : De waarderingsregels worden aangepast zoals voorgesteld.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Advies rekening 2025 – Heilige Godardus Bekkerzeel

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

 

 

Art. 1 - De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Heilige Godardus Bekkerzeel wordt gunstig geadviseerd.

 

 

Art. 2 - Het besluit wordt overgemaakt aan de Provinciegouverneur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Advies rekening 2025 – Sint-Bavo Zellik.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Bavo Zellik wordt gunstig geadviseerd.

 

Art. 2 - Het besluit wordt overgemaakt aan de Provinciegouverneur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Advies rekening 2025 – Sint-Gaugericus Kobbegem.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Gaugericus Kobbegem wordt gunstig geadviseerd.

 

Art. 2 - Het besluit wordt overgemaakt aan de Provinciegouverneur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Advies rekening 2025 – Sint-Hubertus Asse-Terheide.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Hubertus Asse-Terheide wordt gunstig geadviseerd.

 

Art. 2 - Het besluit wordt overgemaakt aan de Provinciegouverneur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Advies rekening 2025  – Sint-Jan de Doper Relegem.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Jan de Doper Relegem wordt gunstig geadviseerd.

 

Art. 2 - Het besluit wordt overgemaakt aan de Provinciegouverneur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Advies rekening 2025 – Sint-Martinus Asse.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus Asse wordt gunstig geadviseerd.

 

Art. 2 - Het besluit wordt overgemaakt aan de Provinciegouverneur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Advies rekening 2025 – Sint-Stefanus Mollem.

 

 

Besluit:

Met algemene stemmen

 

Art. 1 - De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Stefanus Mollem wordt gunstig geadviseerd.

 

Art. 2 - Het besluit wordt overgemaakt aan de Provinciegouverneur.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

Q.Van Heuverzwyn-Vraag om uitleg over de impact van de federale besparingsplannen op het ziekenhuis in Asse.

 

 

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 mei 2026

 

J.Bollens - Opvolging van (e-mail)communicatie.

 

 

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.