Zitting van 15 december 2025
Goedkeuring van de notulen van vorige zitting.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : De notulen van vorige zitting worden goedgekeurd.
Zitting van 15 december 2025
Wijziging reglement internationale samenwerking.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1: De Gemeenteraad gaat akkoord met het gewijzigde subsidiereglement internationale samenwerking en samen leven.
Art. 2: Het gewijzigde subsidiereglement internationale samenwerking gaat van kracht vanaf 01/01/2026 en vervangt het reglement van 14 december 2020.
Art. 3: De adviesraad GROSA krijgt een nieuwe naam: Raad voor samen leven.
Zitting van 15 december 2025
Aanleg van 2 multifunctionele sportveldjes in kunstgras Asphaltcosite Asse - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 2025/123 en de raming voor de opdracht “Aanleg van 2 multifunctionele sportveldjes in kunstgras Asphaltcosite Asse”, opgesteld door de dienst Sport. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt € 197.975,00 excl. btw of € 239.549,75 incl. 21% btw (€ 41.574,75 btw medecontractant).
Art. 2. - Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Art. 3. - De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Zitting van 15 december 2025
Bepaling verdeelsleutel gemeentelijke dotatie 2026 BWZ Vlaams-Brabant West.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : De bepaling verdeelsleutel gemeentelijke dotatie hulpverleningszone Vlaams-Brabant West wordt goedgekeurd.
Zitting van 15 december 2025
Dotatie politiezone AMOW - dienstjaar 2026.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : De bijdrage van de gemeente Asse zoals ingeschreven in de politiebegroting 2026, zijnde in totaal 4 427 481,19 Euro, goed te keuren en aan de politiezone Asse-Merchtem-Opwijk-Wemmel toe te kennen.
Zitting van 15 december 2025
Toekenning renteloze lening aan het AGA 2025.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : De toekenning van een renteloze lening aan het AGA (1 503 029 euro) wordt goedgekeurd.
Zitting van 15 december 2025
Goedkeuring Beleidsplan IOED Erfg Brabantse Kouters 2027-2032 ikv vernieuwde samenwerkingsovereenkomst Vlaamse overheid.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1: De gemeenteraad gaat akkoord met de aanpassing van de erkenning bij de Vlaamse overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) overeenkomstig het gewijzigde werkingsgebied van de IOED, en geeft de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters het mandaat om deze wijziging officieel te melden bij de Vlaamse Overheid;
Art.2: De gemeenteraad keurt het beleidsplan 2027–2032 van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters goed;
Art.3: De gemeenteraad gaat akkoord met het indienen van dit beleidsplan bij de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) als onderdeel van het aanvraagdossier voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED) met de Vlaamse overheid.
Zitting van 15 december 2025
Politieverordening van de burgemeester betreffende de Kersthappening Asse - bekrachtiging.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - De gemeenteraad neemt kennis van de politieverordening d.d. 1 december 2025 van de burgemeester betreffende de Kersthappening Asse.
Art. 2 - De in artikel 1 vermelde politieverordening wordt bekrachtigd.
Zitting van 15 december 2025
Vaststellen prijssubsidies 2026.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : De volgende overeenkomst tussen de gemeente Asse en het
Autonoom Gemeentebedrijf Asse wordt goedgekeurd:
Overeenkomst tussen de gemeente Asse en het Autonoom
Gemeentebedrijf Asse betreffende het vaststellen van de prijssubsidie
Tussen de ondergetekenden
I. de GEMEENTE ASSE, waarvan het gemeentehuis gevestigd is te 1730 Asse,
Gemeenteplein 1, vertegenwoordigd door de heren Koen Van Elsen,
burgemeester, en Lander Van Droogenbroeck, algemeen directeur, hierna
genoemd “de gemeente Asse”,
en
II. het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF ASSE, met zetel te 1730 Asse,
Gemeenteplein 1, ondernemingsnummer 0876249005, vertegenwoordigd door
de heer Koen Van Elsen, voorzitter van de raad van bestuur, hierna genoemd
“het Autonoom Gemeentebedrijf Asse”,
wordt het volgende overeengekomen:
Voorafgaande uiteenzetting
Overwegende dat het Autonoom Gemeentebedrijf Asse - overeenkomstig de
bepalingen van de beheersovereenkomst - de sportinfrastructuur,
bibliotheekinfrastructuur, culturele en jeugdinfrastructuur beheert;
Overwegende dat bij de exploitatie van deze gemeentelijke infrastructuur de
kosten de inkomsten overstijgen;
Overwegende dat, indien deze kosten zouden doorgerekend worden aan de
gebruikers van deze infrastructuur, de prijzen te hoog en sociaal onaanvaardbaar
zouden zijn;
Overwegende dat het derhalve wenselijk is dat de gemeente Asse een
prijssubsidie toekent die ten goede komt aan de gebruikers van de infrastructuur
per prestatie die door het Autonoom Gemeentebedrijf Asse geleverd wordt zodat de toegangsprijzen voor de gebruikers zo laag mogelijk kunnen worden
gehouden;
Overwegende dat de berekening van de prijssubsidie geschiedt door het maken
van een raming van het aantal te verwachten gebruikers en op basis van het
budget;
Overwegende dat deze gegevens op regelmatige basis worden geëvalueerd en
dat de berekening van de prijssubsidie dan kan worden bijgestuurd;
Overwegende dat op de prijssubsidie op de toegangsgelden voor de BTW-toepassing eveneens BTW moet worden gerekend;
Overwegende dat op de prijssubsidie recht van toegang het BTW-tarief van 6%
van toepassing is ingevolge artikel 18, § 1, 12° BTW-Wetboek en het KB nr. 20
tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en
tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (tabel A: Goederen
en diensten onderworpen aan het tarief van 6%, diensten, XXVIII);
Overwegende dat ingevolge de beleidsbeslissing van de gemeente Asse de
activiteiten in de culturele infrastructuur worden gesubsidieerd deels per
gebruiker, en dus volgens het aantal tickets, die recht op toegang geven en deels
per terbeschikkingstelling van een infrastructuur;
Overwegende dat ingevolge de beleidsbeslissing van de gemeente Asse, wat de
bibliotheekinfrastructuur, de gemeente Asse enerzijds een prijssubsidie toekent
per lid dat de bibliotheek betreedt en anderzijds per lid dat boeken ontleent;
Overwegende dat de prijssubsidie voor het verhuren van boeken onderworpen is
aan een BTW-tarief van 21%;
Artikel 1: Gemeentelijk zwembad "Den Aerberg"
De prijssubsidie wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 vastgesteld als volgt:
Per gebruiker: 5,88 euro (exclusief 6% BTW)
Artikel 2: Indoorsportinfrastructuur
De prijssubsidie wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 vastgesteld als volgt:
Per uur gebruik: 5,88 euro (exclusief 6% BTW)
Artikel 3: Bibliotheekinfrastructuur
De prijssubsidie wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 vastgesteld als volgt:
Per ontlener: 5,77 euro (exclusief 21% BTW)
Per bezoeker: 3,19 euro (exclusief 6% BTW)
Artikel 4: Culturele infrastructuur
De prijssubsidie wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 vastgesteld als volgt:
Per terbeschikkingsstelling van een zaal: 26,91 euro (exclusief 21% BTW)
Per ticket: 25,82 euro (exclusief 6% BTW)
Zitting van 15 december 2025
Site Huinegem - verwerving perceel.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - De gemeente zal het volgende goed aankopen van mevrouw Lucie Van Ossel: een perceel, gelegen aan de Huinegem te 1730 Asse, ten kadaster gekend als Asse, tweede afdeling, sectie B, deel van nr. 290/D, met een kadastrale oppervlakte van 13a 10ca en een grafische oppervlakte van 17a 10ca.
Art. 2 - De verkoopprijs bedraagt 70,00 EUR/m², vermeerderd met een wederbeleggingsvergoeding. De exacte verkoopprijs en wederbeleggingsvergoeding zullen vastgesteld worden op basis van de opmeting door landmeter-expert Van den Broeck.
Art. 3 - De verkoopbelofte van mevrouw Lucie Van Ossel wordt aanvaard, met uitzondering van:
1) De specifieke voorwaarde "afwatering ondergronds" wordt weggelaten.
2) De specifieke voorwaarde "enkel voor aanleg van straat - geen bebouwing" wordt gewijzigd in "het perceel wordt gebruikt voor aanleg van straten, parking e.d.; het perceel zal niet gebruikt worden voor bebouwing gedurende een periode van 20 jaar vanaf de authentieke akte".
Art. 4 - De verwerving geschiedt om reden van algemeen nut.
Art. 5 - De authentieke verkoopakte zal verleden worden voor de burgemeester en namens de gemeente getekend worden door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
Art. 6 - De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt uitdrukkelijk vrijgesteld ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte, om welke reden ook.
Zitting van 15 december 2025
Site Huinegem - ruil gronden met Farys.
Werd uitgesteld naar een andere zitting.
Zitting van 15 december 2025
SO Kiemkracht voor Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL).
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1: De samenwerkingsovereenkomst tussen Kiemkracht vzw en de Gemeente Asse, betreffende een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) – organisatie van de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL-ploegen) met 3 VTE, waarvan de tekst integraal deel uitmaakt van dit besluit, wordt goedgekeurd. De overeenkomst loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031.
Art. 2: De bijdrage aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen 2026–2031 voor 3 VTE (4.350 werkuren) van € 40.983 per VTE voor 2026, of € 122.949 (excl. BTW) in totaal, geïndexeerd volgens de in de overeenkomst opgenomen formule wordt goedgekeurd.
Zitting van 15 december 2025
Vernieuwing samenwerking Erfgoedstichting Vlaams-Brabant (2026-2031).
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art.: De gemeenteraad gaat akkoord om de samenwerking met Erfgoedstichting Vlaams-Brabant te verlengen en de convenant die loopt van 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031 te ondertekenen.
Zitting van 15 december 2025
Projectvereniging Hoperfgoed 't Stakenhuis - goedkeuring verlenging, naams- en statutenwijziging.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art.1: De gemeenteraad gaat akkoord met de naamswijziging van 'projectvereniging Hoperfgoed 't Stakenhuis' naar 'Hopvereniging 't Stakenhuis';
Art.2: De gemeenteraad gaat akkoord met de verlenging van de duurtijd van de projectvereniging tot 31 december 2031;
Art.3: De gemeenteraad gaat akkoord met de statutenwijziging van de projectvereniging.
Zitting van 15 december 2025
Evaluatieverslag uitvoering beheersovereenkomst en verzelfstandiging AGA.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : Het evaluatieverslag van het Autonoom Gemeentebedrijf Asse wordt goedgekeurd.
Zitting van 15 december 2025
Aanvullende belasting op de personenbelasting.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente Asse op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 6,9% van het volgens artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorgaande jaar.
Art. 2 - De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Art. 3. De gemeenteraadsbeslissing van 28 januari 2019 houdende vaststelling aanvullende belasting op de personenbelasting wordt opgeheven.
Art. 4.- Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Lander Van Droogenbroeck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Koenraad Van Elsen Danny Van Hemelrijck Johan De Rop Kristof Gaublomme Jellis Bollens Edwin Fabri Geert Heyvaert Jan De Backer Orhan Sahin Daan Van Elsen Michel Vanhaeleweyck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Laura Casagrande Finke Jacobs Tim Lengeler Patrick Biebaut Jos De Raedemaeker Rita De Vos Dounia Khalfaoui Hassani Guy De Bondt Frank Michiels Katleen Meersseman Nand Maes Peter Verbiest Griet Van den Broeck Sigrid Goethals Yoeri Vastersavendts Emiel Saerens Erik Beunckens Bruno De Smet Quinten Vanheuverzwyn aantal voorstanders: 29 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Zitting van 15 december 2025
Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing.
Besluit:
Met 29 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Jan De Backer, Edwin Fabri, Geert Heyvaert, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Tim Lengeler, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Daan Van Elsen, Griet Van den Broeck, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes, Jellis Bollens en Frank Michiels), 3 nee-stemmen (Erik Beunckens, Bruno De Smet en Quinten Vanheuverzwyn)
Art. 1 - Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de gemeente Asse 786 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Art. 2 - De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Art. 3 - De gemeenteraadsbeslissing van 28 januari 2019 houdende vaststelling gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt opgeheven.
Art. 4 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Gemeentelijk retributiereglement op het opruimen of verwijderen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente Asse.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie geheven op het opruimen of verwijderen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente Asse.
Als sluikstort wordt beschouwd het achterlaten, opslaan of beheren van afvalstoffen in strijd met
1) het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, of met
2) de algemene politieverordening en de algemene leefmilieu-, brandpreventie- en politieverordening van de gemeente Asse,
op niet reglementaire plaatsen en/of op niet reglementaire tijdstippen en/of in niet-reglementaire recipiënten.
Als afvalstof wordt beschouwd elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Art. 2 - De retributie is verschuldigd door iedere persoon die het sluikstort achtergelaten heeft of door de eigenaar van het sluikstort.
Art. 3 - § 1. Bij het opruimen of verwijderen van grote sluikstorten (>50cmx50cmx50cm afvalstoffen) door de gemeente wordt het bedrag van de retributie als volgt vastgesteld:
° 1,20 euro per kilometer transport voor het ophalen en afvoeren van de afvalstoffen;
° 48,00 euro per arbeidsuur en per arbeider die door de gemeente bij het opruimen van het sluikstort wordt ingezet;
° 54,00 euro per uur en per ingezet voertuig (vrachtwagen, kraan …), inclusief chauffeur;
° 0,48 euro per kg opgeruimde afvalstoffen, inzoverre het geen afval betreft waarvoor een bijkomende verwerking noodzakelijk is. In desbetreffend geval worden ook de werkelijke kosten van deze verwerking doorgerekend aan de persoon die het sluikstort heeft achtergelaten of de eigenaar van het sluikstort.
De voormelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur en/of ingezamelde kilogram en/of begonnen kilometer.
Het minimumtarief bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door de gemeente bedraagt 300 euro om kostendekkend te zijn.
§ 2. Bij het opruimen of verwijderen van kleine sluikstorten (<50cmx50cmx50cm afvalstoffen) door of in opdracht van de gemeente wordt het bedrag van de retributie vastgesteld op 50 euro.
§ 3. Bij het ambtshalve opruimen of verwijderen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente wordt het factuurbedrag van deze derde doorgerekend aan de persoon die het sluikstort heeft achtergelaten of de eigenaar van het sluikstort.
Art. 4 - De retributie moet betaald worden na ontvangst van de factuur en binnen de termijn die daarop vermeld is.
Art. 5 - De in artikel 3 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2023. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 3] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2023.
Art. 6 - De gemeenteraadsbeslissing van 19 februari 2024 houdende vaststelling van het gemeentelijk retributiereglement op het opruimen of verwijderen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente Asse wordt opgeheven.
Art. 7 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Gemeentebelasting op het openen van gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen (vergunningstaks).
Besluit:
Met algemene stemmen
Art.1. - Er wordt voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting geheven op het openen van gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen, met name de ingedeelde inrichtingen van de eerste en de tweede klasse, zoals bepaald in artikel 5.2.1 van het DABM en de indelingslijst, opgenomen als bijlage 1 bij titel II van het VLAREM.
Art.2. - Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 310,55 euro voor de ingedeelde inrichtingen van de eerste klasse en 62,00 euro voor de ingedeelde inrichtingen van de tweede klasse.
Art.3. - De belasting is verschuldigd bij het verlenen van de omgevingsvergunning alsook bij elke hernieuwing of verlenging ervan.
Art.4. - De belasting is verschuldigd door de exploitant van de inrichting.
De belasting wordt contant ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
Art. 5.- De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Art. 6 – Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 7 - De in artikel 2 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 2] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 8 - De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 houdende vaststelling van de gemeentebelasting op het openen van gevaarlijke en hinderlijke inrichtingen (vergunningstaks) wordt opgeheven.
Art. 9 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Belasting op de voor bestemmelingen kosteloze verspreiding van reclamedrukwerk.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1. - Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de voor de bestemmelingen kosteloze verspreiding van reclamedrukwerk.
Art. 2. - Onder reclamedrukwerk wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen en die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.
Onder verspreiding wordt verstaan het op het grondgebied van de gemeente (of een deel daarvan) achterlaten van reclamedrukwerk in de brievenbussen van de bestemmeling.
Art. 3. - De belasting wordt vastgesteld op:
○ 0,0495 euro per verspreid exemplaar beperkt tot eenbladig reclamedrukwerk
○ 0,0988 euro per verspreid exemplaar voor alle andere exemplaren.
Het opengeplooide reclamedrukwerk dat groter is dan 1 A4 (29,6 cm x 21 cm) wordt aanzien als meerbladig reclamedrukwerk.
Indien verscheidene reclamedrukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder reclamedrukwerk als een apart exemplaar beschouwd.
Als één geheel vormend wordt beschouwd de reclamedrukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen ofwel aaneengeniet of geplakt zijn ofwel op iedere andere wijze zijn samengebracht waardoor de reclamedrukwerken niet losbladig zijn.
Indien verscheidene reclamedrukwerken die qua vorm, kleur, layout of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene reclamedrukwerken elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in het vorige lid vermelde wijze zijn samengebracht en waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, layout of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke reclamedrukwerken als een apart exemplaar beschouwd.
Art. 4. - Van de belasting is vrijgesteld de verspreiding van drukwerken waarvan de bedrukte oppervlakte voor 30% of meer wordt ingenomen door tekst en/of afbeeldingen zonder handelskarakter.
Art. 5. - Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld:
- verenigingen zonder winstoogmerk voor zover ze sociale of culturele doeleinden hebben.
- plaatselijke sport- of culturele verenigingen voor zover ze folders uitgeven voor eigen organisaties.
- publiciteit gevoerd door vormingsinstellingen en plaatselijke onderwijsinstellingen.
- regionale pers.
Als regionale pers wordt beschouwd de periodiek verschijnende publicaties die het lokaal nieuws inzake cultuur, sport én politiek mededelen.
Art. 6. - De belasting is verschuldigd door de uitgever. De drukker en de verdeler zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Wanneer de uitgever, drukker en verdeler niet gekend zijn, is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem de reclame wordt gevoerd.
Art. 7. - De belastingplichtige moet binnen de 48 uur na de verspreiding aangifte doen bij het gemeentebestuur. Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag, meer bepaald een specimen van het te verspreiden reclamedrukwerk en een verklaring van het aantal exemplaren.
Voor de periodieke verspreidingen mag de aangifte bij voorbaat gedaan worden voor een periode van hoogstens 3 maanden.
Art. 8. - Onvolledige verspreiding van de drukwerken waarvan aangifte werd gedaan bij het gemeentebestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.
Art. 9. - Bij gebreke aan of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege ingekohierd volgens de procedure beschreven in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 20%.
Art. 10. - Het bedrag van de belasting mag ingekohierd worden vanaf de dag van de verdeling.
Art. 11. - De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat periodiek vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 12. - De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 13 – Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 14 - De in artikel 3 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 3] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 15 - De gemeenteraadsbeslissing van 28 januari 2019 houdende vaststelling belasting op het voor bestemmelingen kosteloos reclamedrukwerk wordt opgeheven.
Art. 16 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Lander Van Droogenbroeck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Koenraad Van Elsen Geert Heyvaert Laura Casagrande Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Nand Maes Kristof Gaublomme Orhan Sahin Yoeri Vastersavendts Dounia Khalfaoui Hassani Peter Verbiest Daan Van Elsen Finke Jacobs Edwin Fabri Tim Lengeler Danny Van Hemelrijck Michel Vanhaeleweyck Katleen Meersseman Rita De Vos Bruno De Smet Jan De Backer Jos De Raedemaeker Patrick Biebaut Erik Beunckens Griet Van den Broeck Quinten Vanheuverzwyn Emiel Saerens Jellis Bollens Joris Van Den Cruijce Johan De Rop Sigrid Goethals aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Zitting van 15 december 2025
Algemene milieubelasting.
Besluit:
Met 22 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Jan De Backer, Edwin Fabri, Geert Heyvaert, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Peter Verbiest, Tim Lengeler, Katleen Meersseman, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Daan Van Elsen, Bruno De Smet, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes en Frank Michiels), 6 nee-stemmen (Emiel Saerens, Erik Beunckens, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Griet Van den Broeck en Quinten Vanheuverzwyn), 4 onthoudingen (Johan De Rop, Sigrid Goethals, Joris Van Den Cruijce en Jellis Bollens)
Art. 1. - Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een algemene milieubelasting geheven.
Art. 2. - § 1. De belasting is verschuldigd door IEDER GEZIN, gewoonlijk of tijdelijk verblijvend in een bebouwde eigendom.
Wordt volgens dit reglement beschouwd als gezin:
a) ofwel een persoon die gewoonlijk alleen leeft;
b) ofwel twee of meer personen die, al dan niet door verwantschap aan elkander verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er samenleven (Algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters).
§ 2. De belasting is tevens verschuldigd door al wie een ZELFSTANDIG of VRIJ BEROEP uitoefent, door UITBATERS van feestzalen, eetgelegenheden, cafés of winkels op het grondgebied van de gemeente, voor zover tenminste één lokaal voor die activiteit gebruikt wordt. Indien hetzelfde gebouw tezelfdertijd het eigenlijke gezin van hogervermelde belastingplichtige huisvest, dan kan de belasting slechts verschuldigd zijn uit hoofde van artikel 2, § 1 van dit belastingreglement.
§ 3. De belasting is verschuldigd door elke RECHTSPERSOON, natuurlijke personen uitgesloten, in gelijk welke verenigings- of vennootschapsvorm, waarvan de maatschappelijke zetel of een uitbatingszetel op het grondgebied van de gemeente is gevestigd voor zover deze geen wettelijke vrijstelling geniet.
Rechtspersonen die naar aanleiding van de hernummering industriezones (goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 20 juni 2005) per maatschappelijke zetel of uitbatingszetel meerdere nummers kregen toegewezen, worden slechts 1 maal belast per maatschappelijke of uitbatingszetel.
Art. 3.- Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:
§ 1.Voor belastingplichtigen die de verplicht gestelde vuilniszakken gebruiken of moeten gebruiken:
a) 55,00 euro voor de personen omschreven in artikel 2, § 1, b), in artikel 2, § 2 en in artikel 2, § 3.
b) 35,00 euro voor de personen omschreven in artikel 2, § 1, a).
§ 2.Voor belastingplichtigen die gebruik maken van een gemeenschappelijke container van het voorgeschreven model (Europees model, din +/- 1.100 I inhoud):
a) 170,00 euro voor de personen omschreven in artikel 2, § 1, b).
b) 118,00 euro voor de personen omschreven in artikel 2, § 1, a).
Art. 4.- Worden van de belasting vrijgesteld:
1. de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de ocmw’s en de openbare instellingen en inrichtingen, tenzij voor gedeelten van gebouwen die door de beambten van die organismen privaat en voor hun persoonlijk gebruik bewoond worden.
2. de belastingplichtige, omschreven in artikel 2, § 1, a), die vanaf 1 januari van het aanslagjaar ononderbroken in een woonzorgcentrum, revalidatieziekenhuis of voorziening voor personen met een handicap heeft verbleven en ofwel adreswijziging heeft aangevraagd naar zulke instelling.
Art. 5 - De belasting is voor het begonnen aanslagjaar in één enkele betaling
verschuldigd door de in artikel 2 omschreven belastingplichtige, met dien
verstande dat de toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in acht
genomen.
Voor de belastingplichtige, omschreven in artikel 2, betekent dit
meer bepaald dat wie op 1 januari van het aanslagjaar ingeschreven
is in de bevolkingsregisters van de gemeente Asse, de belasting
verschuldigd is, zelfs al is het bewezen dat hij in feite elders woonde.
Art.6.- De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
Art. 7.- De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 8 –Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 9 - De gemeenteraadsbeslissing van 28 januari 2019 houdende vaststelling algemene milieubelasting wordt opgeheven.
Art. 10 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Lander Van Droogenbroeck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Finke Jacobs Orhan Sahin Peter Verbiest Geert Heyvaert Guy De Bondt Frank Michiels Patrick Biebaut Nand Maes Joris Van Den Cruijce Katleen Meersseman Koenraad Van Elsen Laura Casagrande Emiel Saerens Tim Lengeler Daan Van Elsen Bruno De Smet Johan De Rop Michel Vanhaeleweyck Jellis Bollens Dounia Khalfaoui Hassani Griet Van den Broeck Erik Beunckens Jos De Raedemaeker Danny Van Hemelrijck Edwin Fabri Jan De Backer Sigrid Goethals Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Hendrik De Baerdemaeker Kristof Gaublomme Quinten Vanheuverzwyn aantal voorstanders: 31 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Zitting van 15 december 2025
Globale bedrijfsbelasting.
Besluit:
Met 31 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Jan De Backer, Edwin Fabri, Geert Heyvaert, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Tim Lengeler, Erik Beunckens, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Daan Van Elsen, Bruno De Smet, Griet Van den Broeck, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes, Jellis Bollens en Frank Michiels), 1 nee-stem (Quinten Vanheuverzwyn)
Art. 1. - Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een globale bedrijfsbelasting geheven.
Art. 2. - De globale bedrijfsbelasting is verschuldigd door:
1) de natuurlijke personen, ongeacht hun woonplaats, en de rechtspersonen, ongeacht waar hun zetel gevestigd is, die op 1 januari van het aanslagjaar als hoofd- en/of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente Asse:
- een nijverheids-, landbouw-, tuinbouw- of handelsbedrijf exploiteren;
- een vrij beroep of een zelfstandige activiteit uitoefenen, inbegrepen de vennootschappen die roerende en/of onroerende goederen beheren.
De natuurlijke persoon die uit hoofde van zijn beroepswerkzaamheid uitsluitend optreedt als werkend vennoot, zaakvoerder of bestuurder in een vennootschap wordt niet als belastingplichtige beschouwd.
2) de gepensioneerden, ongeacht hun woonplaats, die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Asse bijkomend nog één of meer van de onder punt 1) hiervoor bedoelde activiteiten uitoefenen.
Art. 3. - Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige bestaan. De hoedanigheid van belastingplichtige gaat slechts verloren wanneer de in artikel 2 opgesomde activiteiten met inbegrip van eventuele vereffeningsactiviteiten zijn stopgezet.
Art. 4. - De belasting is verschuldigd afzonderlijk per vestiging, hoe dan ook genaamd, gelegen op het grondgebied van de gemeente Asse en a rato van de door de belastingplichtige gebruikte of tot zijn gebruik voorbehouden oppervlakte, zowel bebouwde als onbebouwde, berekend per niveau, met inbegrip van alle aanliggende terreinen en aanhorigheden die een functionele band hebben met de uitoefening van de bedrijfsactiviteit, de zelfstandige activiteit of het vrij beroep, zoals kantoren, wachtkamers, werk- en opslagplaatsen, toonzalen, winkelruimten, stortplaatsen, handelsruimten en dergelijke.
Wordt beschouwd als een vestiging elk (gedeelte van een) onroerend goed of geheel van onroerende goederen die samen ruimtelijk één complex of entiteit vormen, waarop zich een activiteitskern of centrum van werkzaamheden bevindt onder gelijk welke vorm en van individuele of collectieve aard, en dat bestemd of benut wordt ten behoeve van een in artikel 2 omschreven activiteit.
indien de vestiging zich uitstrekt op het grondgebied van verschillende gemeentes dan treft de belasting enkel het gedeelte gelegen op het grondgebied van de gemeente Asse.
De globale bedrijfsbelasting is reeds verschuldigd indien er aanwezigheid is van onroerende goederen die economische activiteit veronderstellen, zoals kantoren, kabinetten, handelsruimten, magazijnen, opslagplaatsen, terreinen en soortgelijke.
Een maatschappelijke zetel of zetel van bestuur, beheer of administratie wordt beschouwd als een vestiging.
Komt niet in aanmerking en dient derhalve niet aangegeven te worden, de oppervlakte uitsluitend aangewend voor private doeleinden, de parkeerterreinen, private toegangswegen, laad- en loskades en de oppervlakte van groene zones.
Wordt als groene zone beschouwd (een deel van) een perceel waar bij de aanleg, de inrichting en het beheer landschappelijke, ecologische of milieubeschermende overwegingen overheersen, waarbij het uitzicht, de structuur of de aard van de vegetatie het resultaat is van menselijke beïnvloeding en dat een esthetisch element in het landschap vormt. Een groene zone kan bestaan uit grasvelden, bloemperken, waterpartijen, bosgedeelten of gedeelten die begroeid zijn met bomen, kruiden en kruidachtige gewassen.
Wordt als parkeerterrein beschouwd een garage of een standplaats daartoe speciaal aangelegd en uitgerust én uitsluitend bestemd voor het parkeren van voertuigen.
Komt eveneens niet in aanmerking en dient derhalve niet aangegeven te worden, de braakgelegde gronden. Deze gronden mogen niet voor enige winstgevende activiteit worden gebruikt, ongeacht of die activiteit al dan niet verband houdt met de land- en tuinbouw.
Art. 5. - Indien een oppervlakte van een vestiging of een deel van een vestiging door meer dan één belastingplichtige wordt gebruikt of tot hun gebruik wordt voorbehouden, is de belasting verschuldigd ofwel door iedere belastingplichtige waarbij de oppervlakte wordt berekend door de totale gemeenschappelijke oppervlakte te delen door het aantal belastingplichtigen, ofwel — indien de belastingplichtigen dit wensen - door één van de belastingplichtigen voor de totale oppervlakte. In het laatste geval dienen de andere belastingplichtigen die gemeenschappelijke oppervlakte niet aan te geven, doch zijn zij in elk geval het forfaitair minimum verschuldigd.
Art. 6. - § 1. De aanslagvoet voor alle belastingplichtigen - met uitzondering van nachtwinkels, de bodemnijverheid, land- en tuinbouwbedrijven — wordt per vestiging vastgesteld op:
Schijf Tarief
a) van 0 tot en met 200 m2 0,00 euro
b) van 201 tot en met 15.000 m2 1,56 euro per m2
c) > 15.000 m2 0,06 euro per m2
§ 2. De aanslagvoet voor de land- en tuinbouwbedrijven wordt per vestiging vastgesteld op:
1° voor landbouwbedrijven:
Schijf Tarief
a) van 0 tot en met 5 ha 0,00 euro
b) > 5 ha 6,25 euro per ha
2° voor tuinbouwbedrijven met openluchtteelt:
Schijf Tarief
a) van 0 tot en met 1 ha 0,00 euro
b) > 1 ha 7,55 euro per ha
3° voor tuinbouwbedrijven met teelten onder glas of andere duurzame beschermingsinstallatie:
Schijf Tarief
a) van 0 tot en met 15 are 0,00 euro
b) > 15 are 3,77 euro per are
§ 3. De aanslagvoet voor nachtwinkels wordt per vestiging vastgesteld op:
Schijf Tarief
a) van 0 tot en met 100 m2 1.078,31 euro
b) van 101 tot en met 15.000 m2 5,39 euro per m2
c) > 15.000 m2 0,22 euro per m2
§ 4. De aanslagvoet voor de bodemnijverheid wordt per vestiging vastgesteld op:
Schijf Tarief
a) van 0 tot en met 5 ha 0,00 euro
b) > 5 ha 7,55 euro per ha
§ 5. De belastingplichtigen vermeld in § 1 die door hun aard en voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook grond gebruiken voor nachtwinkels, bodemnijverheid, land-en/of tuinbouw, worden, naast de gewone taxatie voor de andere oppervlakten, voor bedoeld areaal belast tegen het tarief geldend voor nachtwinkels, bodemnijverheid land- en/of tuinbouwbedrijven.
De belastingplichtigen vermeld in § 2 die door hun aard en voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook grond gebruiken voor nachtwinkels en/of bodemnijverheid, worden, naast de gewone taxatie voor de andere oppervlakten, voor bedoeld areaal belast tegen het tarief geldend voor nachtwinkels en/of bodemnijverheid.
De belastingplichtigen vermeld in § 3 die door hun aard en voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook grond gebruiken voor bodemnijverheid, worden, naast de gewone taxatie voor de andere oppervlakten, voor bedoeld areaal belast tegen het tarief geldend voor bodemnijverheid.
§ 6. Een fractie van één vierkante meter, hectare of are wordt als een eenheid beschouwd.
Wordt beschouwd als landbouw de activiteit gericht op akkerbouw en/of weidebouw en/of bosbouw en/of veeteelt.
Wordt beschouwd als tuinbouw de activiteit gericht op groenteteelt, fruitteelt, boomkwekerij, sierteelt, kweek van tuinbouwzaden, plantgoed en/of aanverwante teelten, met het oog op een geregelde verkoop.
Wordt beschouwd als veeteelt het houden, het kweken/fokken, africhten en/of opleiden van de dieren vermeld in de bijlage I bij het koninklijk besluit van 29 juni 2014 betreffende de organisatie van landbouwenquêtes uitgevoerd door de Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium.
Wordt beschouwd als bodemnijverheid de bedrijven met als hoofdactiviteit de winning en de verwerking van delfstoffen.
Wordt beschouwd als nachtwinkel de winkel die in algemene voedingswaren handelt en die gesloten is tussen 7u en 18u.
Art. 7. - De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. De stopzetting of vermindering van de werkzaamheden in de loop van het aanslagjaar, of de vermindering van de belastbare oppervlakte in dit jaar, geven geen aanleiding tot belastingvermindering.
Art. 8. - De beschutte werkplaatsen en de rechtspersonen bedoeld in de artikelen 180, 181 en 182 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting zijn niet aan de belasting onderworpen.
Art. 9. - De belastingplichtige is ertoe gehouden jaarlijks het aangifteformulier in te dienen bij het gemeentebestuur binnen een termijn van 1 maand na ontvangst van dit formulier. Dit formulier wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 10. - Bij gebreke aan of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege ingekohierd volgens de procedure beschreven in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 20%.
Art. 11. -De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 12. -De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 13. -Elke belastingplichtige die in de loop van het aanslagjaar:
- een bedrijfs-, handels- of andere economische activiteit op het grondgebied van de gemeente Asse aanvangt of stopzet, of een vestiging in gebruik neemt of sluit, of
- zijn naam, rechtsvorm, briefwisselings- of vestigingsadres wijzigt,
moet, uit eigen beweging, binnen de maand het gemeentebestuur van Asse hiervan schriftelijk in kennis stellen.
Art. 14. – De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 15. – Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 16. - De in artikel 6 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijzen en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 6] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art.17. – De gemeenteraadsbeslissing van 28 januari 2019 houdende vaststelling van de globale bedrijfsbelasting wordt opgeheven.
Art.18. – Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Belasting op bouwen en verbouwen.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1.
Er wordt voor een termijn, ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op het bouwen en verbouwen van constructies waarvoor in toepassing van de wetgeving op de stedenbouw en de ruimtelijke ordening een voorafgaandelijke omgevingsvergunning is vereist. De belasting is eveneens verschuldigd bij een regularisatieomgevingsvergunning.
Art. 2.
§ 1. De belasting wordt berekend naar rato van het totaal volume (m³) van de constructie, met inbegrip van de bruikbare ondergrondse gedeelten en zolderingen, doch met uitsluiting van de eigenlijke grondvesten.
Elk gedeelte van een m³ wordt beschouwd als een gehele m³.
Bij het verbouwen van een bestaande constructie wordt de belasting berekend naar rato van het volume van het vernieuwd gedeelte.
Het volume wordt berekend op basis van de bij de omgevingsvergunning goedgekeurde plannen.
§ 2. De tarieven worden vastgesteld op:
Schijf: Tarief:
a) van 0 tot en met 1.000 m³ 0,8 euro per m³
b) van 1.001 tot en met 5.000 m³ 1 euro per m³
c ) > 5.000 m³ 0,06 per m³
§ 3. In afwijking van § 2 worden de tarieven voor het bouwen van appartementsgebouwen vastgesteld op:
Schijf: Tarief:
a) van 0 tot en met 1.000 m³ 0,8 euro per m³
b) van 1.001 tot en met 2.000 m³ 4,00 euro per m³
c) > 2.001 m³ 6,00 euro per m³
Met het bouwen van een appartementsgebouw worden gelijkgeschakeld:
- het bouwen van een meergezinswoning;
- het gemeenschappelijk oprichten van minstens twee woningen die een gemeenschappelijke werf hebben en fysisch of stedenbouwkundig met elkaar verbonden zijn (groepswoningbouwproject).
Wordt niet gelijkgeschakeld met het bouwen van een appartementsgebouw het oprichten van uitsluitend zorgvoorzieningen.
§ 4. Voor het creëren van bijkomende woongelegenheden binnen een bestaand volume wordt de aanslagvoet vermeld in § 2 of § 3 verhoogd met een forfaitair bedrag van 2.000,00 euro per extra wooneenheid.
§ 5. De aanslagvoet vermeld in § 2 wordt verhoogd met 200% voor het oprichten/aanleggen van zwembaden en/of vijvers.
§ 6. Reliëfwijzigingen zijn eveneens onderworpen aan deze belasting. Onder reliëfwijzigingen wordt verstaan het aan- en wegvoeren van grond of andere stoffen. Het tarief wordt vastgesteld op 0,31 euro per m³ verplaatste grond of andere stoffen.
Art. 3.
Een belasting van minder dan 10,00 euro wordt niet ingevorderd.
Art. 4.
De constructies, gedeeltelijk opgericht op het grondgebied van de gemeente Asse en gedeeltelijk op het grondgebied van een andere gemeente, worden slechts belast voor het gedeelte van de constructie gelegen op het grondgebied van de gemeente Asse.
Art. 5.
Van de belasting zijn vrijgesteld:
1. Het bouwen of verbouwen van landbouwaanhorigheden (serres, stallen, schuren ...) welke uitsluitend bestemd zijn voor landbouw.
2. Het bouwen of verbouwen van constructies die vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing overeenkomstig artikel 2.1.6.0.1, 1° t.e.m. 3° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
3. Het bouwen of verbouwen van woningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, sociale huisvestingsmaatschappijen, sociale verhuurkantoren en het Vlaams Woningfonds.
4. Het bouwen van constructies met een voorlopig karakter, d.w.z. deze welke worden afgebroken binnen een termijn van hoogstens één jaar, te rekenen vanaf de datum van de omgevingsvergunning.
5. Het heropbouwen door dezelfde zakelijk gerechtigde van door oorlogsfeiten, brand of een ramp vernielde of beschadigde constructies, op voorwaarde dat de herbouwde constructie dezelfde aard en bestemming heeft als de oorspronkelijke constructie, alsook een gelijkaardige omvang heeft.
6. Het bouwen of verbouwen van woningen waarvoor een Vlaamse renovatiepremie of aanpassingspremie wordt toegekend voor die bouw- of verbouwingswerken.
Art. 6.
De belasting is verschuldigd door de titularis van de omgevingsvergunning.
In geval van veelheid van belastingplichtigen zijn zij elk hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de gehele belasting.
Art. 7.
De belasting is verschuldigd op het moment van het afleveren van de omgevingsvergunning.
De belasting wordt contant ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 8.
Overeenkomstig artikel 11, 1° van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen is artikel 376 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 op onderhavige belasting van toepassing. De financieel directeur kan derhalve ambtshalve ontheffing verlenen van de overbelasting die voortvloeit uit materiële vergissingen of uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten op voorwaarde dat de overbelasting wordt vastgesteld of door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wordt meegedeeld binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting gevestigd is.
Art. 9.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Art. 10.
Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 11.
De in artikel 2 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 2] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
In afwijking van voorgaande lid wordt het tarief vermeld in artikel 2, § 4, gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2025. Het wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 2] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2025
Art. 12.
De belasting op bouwen en verbouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 21 december 2021, wordt opgeheven.
Art. 13.
Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Belasting op het afleveren van omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op het afleveren van omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden.
Art.2 - De belasting wordt vastgesteld als volgt:
■ zonder wegenis: 336,34 EUR, vermeerderd met 105,11 EUR vanaf 4e kavel;
■ met wegenis: 672,68 EUR, vermeerderd met 210,22 EUR vanaf 4e kavel.
Art. 3 - De belasting is verschuldigd door de verkavelaar.
Art. 4 - De belasting moet contant worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
Art. 5.- De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Art. 6 – Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 7 - De in artikel 2 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 2] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 8 - De gemeenteraadsbeslissing van 28 januari 2019 houdende vaststelling belasting op het afleveren van verkavelingsvergunningen wordt opgeheven.
Art. 9 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Belasting op de uitbatingsvergunning.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.
Art. 2 - Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1) Uitbatingsvergunning: de vergunning die wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in het kader van het uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen.
2) Afgifte van een uitbatingsvergunning: de eerste toekenning van een uitbatingsvergunning voor een bepaalde belastingplichtige voor een uitbating van een inrichting.
Een hernieuwing van een uitbatingsvergunning geldt niet als een afgifte van een uitbatingsvergunning.
3) Inrichting: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres en die voor de consument toegankelijk is.
4) Uitbater: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgebaat.
Art. 3 - § 1. De eenmalige belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning bedraagt 6.000,00 euro voor de afgifte van een uitbatingsvergunning.
§ 2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning bedraagt 1.500,00 euro voor het hebben van een uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 4 - De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning wordt niet opgelegd in het jaar van de afgifte van de uitbatingsvergunning.
De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is ondeelbaar: de stopzetting of vermindering van de uitbating, het verval van rechtswege, de administratieve schorsing of intrekking van de uitbatingsvergunning of de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting tijdens het aanslagjaar kan niet leiden tot een vermindering of kwijtschelding van de belasting.
Art. 5 - § 1. De belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de uitbater op wiens naam de uitbatingsvergunning wordt toegekend.
§ 2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de houder van de uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 6 - De in artikel 3 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2020. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 4] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2020.
Art. 7 - De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 8 - De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 9 - Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 10 - De gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2020 houdende vaststelling van de belasting op de uitbatingsvergunningen wordt opgeheven.
Art. 11 - Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Gemeentebelasting op het aansluiten op het openbaar rioolnet.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1. - Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting gevestigd op het aansluiten op het openbaar rioolnet.
Art. 2. - Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 2.814,40 euro per gewone aansluiting.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 312,71 euro per aansluiting in een private verkaveling waarbij een nieuwe weg wordt aangelegd samen met alle nutsvoorzieningen en riolering met inbegrip van de wachtaansluitputjes per bouwperceel.
De bedragen, vermeld in de voorgaande leden, worden verhoogd met 312,71 euro per woongelegenheid in een flatgebouw of meergezinswoning, te rekenen vanaf de tweede woongelegenheid.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 312,71 euro per aansluiting op een collector van Aquafin waarbij geen tussenkomst van de gemeente vereist is.
Art.3. - De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de persoon die eigenaar is wanneer de belasting eisbaar wordt, d.i. op de dag waarop de werken tot aansluiting aan het openbaar rioolnet voltooid zijn. Het vervreemden van de eigendom nadat de werken voltooid zijn, ontslaat de vervreemder niet van het betalen van deze belasting.
In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtig waarbij de totale belastingsschuld wordt gedeeld door het aantal mede-eigenaars.
Art. 4 - De belasting wordt contant ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
Art. 5.- De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Art. 6 – Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 7 - De in artikel 2 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 2] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 8 - De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 houdende vaststelling van de gemeentebelasting op het aansluiten op het openbaar rioolnet wordt opgeheven.
Art. 9 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen buiten de openbare weg, zoals bepaald in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aangaande het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen buiten de openbare weg.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Er wordt voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen buiten de openbare weg, zoals bepaald in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aangaande het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen buiten de openbare weg, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 19 januari 2015.
Art. 2 - De belasting is verschuldigd:
1° op het ogenblik van het afleveren van de omgevingsvergunning;
2° op het ogenblik dat het gebruiksrecht van een parkeerplaats en/of fietsstelplaats wordt beëindigd;
3° op het ogenblik dat vastgesteld wordt dat de in de omgevingsvergunning voorziene parkeerplaats en/of fietsstelplaats niet werden aangelegd en het gebouw reeds in gebruik genomen werd.
Art. 3 - De belasting is verschuldigd door:
1° de houder van de omgevingsvergunning die de vereiste parkeerplaats en/of fietsstelplaats niet heeft aangelegd;
2° de houder van een zakelijk recht die de bestemming van een parkeerplaats en/of fietsstelplaats heeft gewijzigd zodat niet meer voldaan is aan de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aangaande het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen buiten de openbare weg, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 19 januari 2015;
3° de houder van een zakelijk recht die niet langer het genot heeft van een parkeerplaats en/of fietsstelplaats.
Art. 4 - De belasting wordt vastgesteld op:
■ 15.000 euro per ontbrekende parkeerplaats;
■ 500 euro per ontbrekende fietsstelplaats.
Art. 5 - Alle bepalingen, opgenomen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aangaande het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen buiten de openbare weg, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 19 januari 2015, zijn van toepassing op onderhavig belastingreglement.
Art. 6 - De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 7 - De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 8 - Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 9 - De in artikel 4 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 4] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 10 - De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 houdende vaststelling van het belastingreglement wanneer niet kan voldaan worden aan de minimumnormen opgelegd door de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aangaande het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsstelplaatsen wordt opgeheven.
Art. 11 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Belasting op het privaat in gebruik nemen van het openbaar domein.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1- Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting gevestigd op het privaat in gebruik nemen van het openbaar domein, onder gelijk welke vorm, gelijk-, boven- of ondergronds, tenzij deze ingebruikname reeds aanleiding geeft tot de toepassing van een andere gemeentelijke belasting of retributie, of toegestaan is krachtens een overeenkomst.
Art. 2- De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de vergunning voor de bezetting openbaar domein of door de persoon die het openbaar domein in gebruik neemt.
Art. 3- De belasting wordt vastgesteld op:
3.1.
- Afhaalautomaten:
● Automaten met een minimale grondoppervlakte van 0,20m²: 250,00 €/jaar
● Automaten met een grondoppervlakte minder dan 0,20m²: 35,00€ /jaar
- Ambulante handel:
● Occasioneel plaatsen van een kraam, stand of voertuig (max. 30m²): 15,64 €/dag
● Per bijkomende schijf van 10 m²: 15,64 €/dag
3.2.
§ 1. Voor werkzaamheden verricht door aannemers, ambachtslieden en andere privépersonen (plaatsen van stellingen, containers en andere materialen): 0,29 €/m²/dag (met minimum van 5,80 €/dag).
§ 2. De tarieven, vermeld in § 1, worden verdubbeld indien een openbare weg volledig is afgesloten voor het doorgaand verkeer.
3.3. De tarieven, vermeld onder 3.1 en 3.2, worden verdubbeld indien bij de ingebruikname betalende parkeerplaatsen worden ingenomen.
Art. 4- Zijn vrijgesteld van de belasting:
- De werkzaamheden van algemeen belang.
- Werken uitgevoerd door nutsmaatschappijen.
- Werken of opdrachten uitgevoerd door of in opdracht van openbare besturen.
- Terrassen, zowel permanente, tijdelijke als occasionele.
- Uitstallingen en commerciële gelegenheidsinnames (reclamepanelen, stoepbord, kledingrek, aandachtstrekker, verkoopinstallatie, aankondiging, niet vast fietsenrek, reclamevlaggen, tenten, …), zowel permanente, tijdelijke als occasionele.
Voor het in gebruik nemen van het openbaar domein dient wel een vergunning bekomen te worden.
Art. 5- Het intrekken van de vergunning bij gerechtelijke, administratieve of politiemaatregel wegens onrechtmatig gebruik of het afzien van het genot van de vergunning door de verkrijger van de vergunning, brengt voor de belastingplichtige geen enkel recht mee tot terugbetaling van het betaalde bedrag.
Art. 6- § 1. Voor de berekening van het bedrag van de belasting, die vastgesteld is per m², is de oppervlakte die in aanmerking moet worden genomen die van de rechthoek of van het vierkant, dat fictief rond het voorwerp of de groep voorwerpen, die het openbaar bezet(ten), kan getrokken worden.
§ 2. De afgeleverde vergunning dient op een zichtbare plaats aangebracht te worden in de onmiddellijk nabijheid van de inname.
Art. 7- §1. Bij een privatieve ingebruikname van het openbaar domein met een vergunning wordt de belasting contant ingevorderd bij het afleveren van de vergunning tegen afgifte van een kwitantie. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
§ 2. Bij een privatieve ingebruikname van het openbaar domein zonder een vergunning wordt de belasting ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 8- De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Art. 9– Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 10- De in artikel 3 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijs-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 3] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 11 - De gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2022 houdende vaststelling belasting op het privaat in gebruik nemen van het openbaar domein wordt opgeheven.
Art. 12 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Lander Van Droogenbroeck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Michel Vanhaeleweyck Jan De Backer Dounia Khalfaoui Hassani Hendrik De Baerdemaeker Jos De Raedemaeker Frank Michiels Emiel Saerens Nand Maes Joris Van Den Cruijce Finke Jacobs Koenraad Van Elsen Geert Heyvaert Edwin Fabri Patrick Biebaut Daan Van Elsen Yoeri Vastersavendts Jellis Bollens Laura Casagrande Sigrid Goethals Guy De Bondt Peter Verbiest Johan De Rop Kristof Gaublomme Katleen Meersseman Rita De Vos Griet Van den Broeck Orhan Sahin Danny Van Hemelrijck Tim Lengeler Erik Beunckens Quinten Vanheuverzwyn Bruno De Smet aantal voorstanders: 29 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Zitting van 15 december 2025
Retributiereglement openbaar domein - parkeren.
Besluit:
Met 29 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Jan De Backer, Edwin Fabri, Geert Heyvaert, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Tim Lengeler, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Daan Van Elsen, Griet Van den Broeck, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes, Jellis Bollens en Frank Michiels), 3 nee-stemmen (Erik Beunckens, Bruno De Smet en Quinten Vanheuverzwyn)
Art. 1 - Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie gevestigd, verschuldigd voor de privatieve ingebruikneming van het openbaar domein (parkeren).
Art. 2 - De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat.
Art. 3 - De retributies worden vastgesteld:
3.1 Voor het stationeren van een motorvoertuig in volgende zones:
- Zone 2:
Lindenpark, Stationsstraat, Bergestraat (tussen Parklaan en Stationsstraat), Belvedèresteegje, Reiniersbos, Molenstraat (tussen Stationsstraat en Ilsedestraat) en Pastinakenstraat (tussen Boekfos en rotonde Parklaan);
- Zone 3:
Boekfos (plein niet), Vronemeers, Neerstraat, Gemeenteplein (uitgezonderd nr. 17 en 20), Hopmarkt, Arsenaalstraat, Langevijver, Muurveld, Hofveld, Bloklaan, Sint-Martinusstraat, Kerkplein, Nieuwstraat (tussen Muurveld en Ten Boeke);
- Zone 4:
Nieuwstraat (tussen Ten Broeke en Kerkstraat), Ten Broeke, Broekeweg, Oudestraat, Koensborre, Koensborreplein, G. Kurthstraat, K. Astridstraat, Kalkoven (van nr. 18 tot 74 en 111 en 125);
- Zone 5:
Parking Prieelstraat, Mollestraat, ondergrondse en bovengrondse parking Huinegem;
- Te Asse/Zellik: Brusselsesteenweg, parkeerstrook van nr. 485 tot 541 en van nr. 574 tot 682;
is het gebruik van parkeerkaart of parkeerautomaat verplicht en geldt het tarief van 1 euro/uur (tarief 2).
In de voornoemde straten is eveneens het bewonersparkeren toegestaan en kan een parkeerabonnement worden bekomen.
De geldigheid van de bewonerskaart is beperkt tot de zone waartoe men behoort.
De bewoners die op de grens van een bepaalde zone gedomicilieerd zijn, krijgen de mogelijkheid om in een aangrenzende zone ingedeeld te worden.
3.2 Voor het stationeren van een motorvoertuig in volgende straten:
- Weversstraat (van nr. 1 tot 45 en 12 tot 34), Steenweg (van nr. 2 tot 32), Nieuwstraat (tussen nr. 3 tot 19), Kalkoven (tussen nr. 2 tot 10 en tussen nr. 127 tot 131), Stationsplein en Gemeenteplein (van nr. 17 tot 20);
- Parking Nieuwstraat (het onroerende goed, ten kadaster gekend als Asse, tweede afdeling, sectie L, nrs. 258/e en 260/f);
is het gebruik van een parkeerkaart of parkeerautomaat verplicht en geldt het tarief van 1 euro/uur (tarief 2).
In de vernoemde straten is het bewonersparkeren en parkeren met een abonnement verboden.
Bewonersparkeren wordt toegestaan op de parking Prieelstraat. Er is een parkeertijd van 4 uren toegestaan.
- Bij grote herinrichtingswerken in de betalende parkeerzone, waardoor de bewoners zich elders dienen te parkeren, wordt de geldigheid van de bewonerskaarten verlengd met de duurtijd van de werken in hun zone.
3.3 De retributie bedraagt:
* 1,00 euro per uur
* 0,50 euro per 30 minuten
en is bij voorafbetaling verschuldigd en betaalbaar.
Een gratis parkeerticket, dat eveneens volgens de modaliteiten vermeld op de
parkeerautomaten kan bekomen worden, wordt aangeboden aan de bestuurder
die zijn/haar voertuig wenst te parkeren voor een periode van maximum 15
minuten (kortparkeren).
3.4 Bij het overschrijden van de maximaal toegelaten duur wordt een retributie voorzien van 18 euro per halve dag (tarief 1).
Art. 4 - De retributies worden vastgesteld:
4.1 Voor het stationeren van een motorvoertuig in de ondergrondse parking Huinegem is het gebruik van de parkeerautomaat verplicht en geldt een tarief van 0,50 euro per halve dag (tarief 3).
In de voornoemde parking is het bewonersparkeren en parkeren met een abonnement verboden.
4.2 De retributie bedraagt 0,50 euro per halve dag en is bij voorafbetaling verschuldigd en betaalbaar.
Een gratis parkeerticket, dat eveneens volgens de modaliteiten vermeld op de parkeerautomaten kan bekomen worden, wordt aangeboden aan de bestuurder die zijn/haar voertuig wenst te parkeren voor een periode van maximum 15 minuten (kortparkeren).
4.3 Bij het overschrijden van de maximum toegelaten duur wordt een retributie voorzien van 18 euro per halve dag.
Art. 5
5.1 Voor de aankoop van een kaart bewonersparkeren wordt 25 euro per jaar aangerekend.
Een kaart voor bewonersparkeren wordt afgeleverd aan personen gedomicilieerd in Asse in een straat waar betalend parkeren van kracht is: 1 bewonerskaart per voertuig, maximum 2 bewonerskaarten per domicilie.
Bewonerskaarten worden beperkt tot de voertuigen voorzien door verkeersbord E9b: personenauto's, auto's dubbel gebruik en minibussen ("elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen, die bij gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder, en die voorzien is van een carrosserie van hetzelfde type als dat van lichte vrachtauto's of autobussen").
Voor de aankoop van een 2de kaart wordt 50 euro aangerekend.
5.2 Een parkeerabonnement kan bekomen worden vanaf minstens 1 maand aan 25 euro per maand.
5.3 Voor de aankoop van een kaart paramedici en huisartsen wordt 25 euro per jaar aangerekend. Op de kaart wordt vermeld: Toelating om tijdens de betalende uren te parkeren in alle straten van Asse waarin het betalend parkeren van toepassing is. Te gebruiken in combinatie met de blauwe schijf, voorzien van een correcte tijdsaanduiding, voor een maximum parkeertijd van 45 minuten.
Art. 6 - De retributie is betaalbaar:
6.1 voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, 3.4 en 4.1 door het inbrengen in het apparaat van de daartoe bestemde munten of protonkaart (voor wat betreft tarief 2 en 3).
Voor tarief 1: binnen de 5 dagen na ontvangst van de betalingsvordering.
6.2 voor de gevallen, bedoeld in artikel 5 bij aanvraag.
Art. 7 - Op de Shop & Go parkeerplaatsen kan er 30 minuten gratis geparkeerd worden. Bij het overschrijden van de maximaal toegelaten duur wordt een retributie voorzien van 25 euro per halve dag.
Art. 8 - Zijn vrijgesteld van de retributie (onder artikel 3.1, 3.2, 3.4 en 4.1): Alle personen met een handicap die houder zijn van een speciale kaart, afgeleverd door een officieel orgaan, overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap. Deze kaart dient op een duidelijke zichtbare plaats en wijze langs de binnenkant van de voorruit van het voertuig geplaatst of op het voorste deel van het voertuig aangebracht.
Het is niet toegestaan om met de parkeerkaart voor personen met een handicap langer dan 30 minuten te parkeren op de Shop & Go parkeerplaatsen.
Art. 9 - Op een Parkeer&Zorg-plaats kan er 60 minuten gratis geparkeerd worden onder volgende voorwaarden:
- de zorgverlener legt zijn Parkeer&Zorg-kaart achter de voorruit van zijn/haar wagen;
- de zorgverlener plaatst zijn/haar parkeerschijf om de parkeertijd aan te geven;
- de Parkeer&Zorg-kaart is enkel geldig op een Parkeer&Zorg-plaats aangeduid door de Parkeer&Zorg-sticker;
- de gebruiker moet de bepalingen uit de Wegcode naleven en zal zijn voertuig niet hinderlijk of foutief parkeren.
Art. 10 - Op de voorbehouden parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen t.h.v. een elektrisch oplaadpunt, is er tijdens het opladen van het voertuig geen parkeerretributie verschuldigd.
Het gebruik van deze parkeerplaats wordt beperkt tot maximaal 2 uur tijdens de uren waarop betalend parkeren van toepassing is.
Art. 11 - Op zon- en feestdagen (inbegrepen 11 juli), 4 opeenvolgende zaterdagen te verdelen over de maanden december en januari is er geen retributie verschuldigd.
Art. 12 - Bij gebreke aan betaling in der minne binnen de op de retributie vastgestelde betalingstermijn zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.
Er wordt een eerste herinnering gestuurd zonder kosten.
Een tweede herinnering wordt gestuurd met 6,25 euro kosten ten laste van de wanbetaler. Ingeval van aanmaning door de advocaat beloopt de invorderingskost 15 euro ten laste van de wanbetaler.
Vooraleer tot dagvaarding over te gaan zal de laatste minnelijk herinneringsschrijven vanwege een deurwaarder gezonden worden, vermeerderd met de wettelijk bepaalde tarieven voor het verzenden van een schuldvordering waaronder - zonder limitatief te zijn - het tarief burgerlijke en handelszaken, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 30 november 1976 (tot vaststelling van het tarief voor akten en prestaties van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken), wordt gehanteerd voor de eventuele minnelijke fase (aanmaning met dreiging - inlichting - postzegel - kwijtings- en inningsrecht);
Indien de retributie nog steeds onbetaald is, zal tot dagvaarding overgaan worden voor de bevoegde rechtbank, waarbij de wettelijke kosten worden aangerekend.
Art. 13 - Het retributiereglement openbaar domein - parkeren, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 februari 2023, wordt opgeheven.
Art. 14 – Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Retributiereglement op het parkeren blauwe zone.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentelijke retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone) namelijk:
- Relegem, Dorpsstraat 22-24.
- Te Asse, Nerviërsstaat, parkeerstrook van nr. 138 tot 136, van nr. 104 tot 102 en van nr. 30 tot 26.
- Te Asse, Vaal (uitgezonderd bewoners) (Zone 6).
- Te Asse, Lindendries, tussen Vaal en Lindenpark (uitgezonderd bewoners)
(Zone 6).
- Te Asse, Brusselsesteenweg, parkeerstrook van nr. 2 tot 60 (uitgezonderd bewoners) (Zone 6).
- Te Asse, Spiegelstraat, Ilsedestraat, Molenstraat, Borrevaal, Wagenmeers, Brugstraat (Zone 1).
- Te Asse, Voorstehoeve t.h.v. nr.76 (uitgezonderd bewoners).
- Te Asse, Parklaan, tussen Pastinakenstraat en Bergestraat (uitgezonderd bewoners).
- Te Asse/Zellik, Brusselsteenweg van nr. 814 tot 804.
- Te Asse/Zellik, Mgr. Denayerstraat, C. Van Malderenstraat, Driekoningenlaan, Aandenberg, Kerklaan (tussen T. Coppensstraat en Brusselsesteenweg), Brusselsesteenweg (tussen Sint Quirinuslaan en nr.574 en tussen Henri Rosseelslaan en nr. 485), Fr.Thirrystraat, A. De Deckerstraat, Vinkenlaan, Openveldstraat, Baron J.Greindllaan, Merelstraat, Laarbeeklaan, Fr.Timmermansstraat (uitgezonderd parking station), Nachtegaallaan, Leliegaarde, Langehaag en Kloosterstraat.
(Zone Zellik)
- Te Asse/Zellik, Breughelpark paviljoenen 1 t.e.m. 13.
De blauwe zone in Breughelpark is van toepassing 24 op 24 uren en 7 op 7 dagen.
Bij grote herinrichtingswerken in de blauwe zone, waardoor de bewoners zich elders dienen te parkeren, wordt de geldigheid van de bewonerskaarten verlengd met de duurtijd van de werken in hun zone.
De geldigheid van de bewonerskaart is beperkt tot de zone waartoe men behoort.
In de voornoemde straten is bewonersparkeren toegestaan, uitgezonderd volgende locaties:
- Zellik, Brusselsesteensteenweg van nr. 814 tot 804.
- Relegem, Dorpsstraat 22-24.
- Asse, Nerviërsstraat, parkeerstrook van nr. 138 tot 136, van nr. 104 tot 102 en van nr. 30 tot 26.
- Asse, Voorstehoeve t.h.v. nr.76.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaats verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Art. 2 - De retributie wordt als volgt vastgesteld:
- Gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden.
- Een forfaitair bedrag van 18,00 euro voor elke periode die langer is dan deze die reglementair is toegestaan.
- Een forfaitair bedrag van 54,00 euro voor elke periode die langer is dan deze die reglementair is toegestaan in Breughelpark 1-13.
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap is gratis.
Het statuut van "persoon met een handicap" wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereikt overeenkomstig met ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap.
Art. 3 - De retributie is verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden, en is betaalbaar door overschrijving op de rekening van de aangestelde van de gemeente; deze laatste mogelijkheid wordt enkel aangeboden als de gebruiker opteert voor de toepassing van het forfaitair tarief.
Art. 4 - De gebruiker van een motorvoertuig die een parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig plaatst, wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 2 bedoelde forfaitaire tarief.
De toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de aangestelde van de gemeente een uitnodiging om de retributie binnen de vijf dagen te betalen aan op de voorruit van het voertuig.
Art. 5 - Bij gebreke aan betaling in der minne binnen de op de retributie vastgestelde betalingstermijn zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.
Er wordt een eerste herinnering gestuurd zonder kosten.
Een tweede herinnering wordt gestuurd met 6,25 euro kosten ten laste van de wanbetaler. Ingeval van aanmaning door de advocaat beloopt de invorderingskost 15 euro ten laste van de wanbetaler.
Vooraleer tot dagvaarding over te gaan zal de laatste minnelijk herinneringsschrijven vanwege een deurwaarder gezonden worden, vermeerderd met de wettelijk bepaalde tarieven voor het verzenden van een schuldvordering waaronder - zonder limitatief te zijn - het tarief burgerlijke en handelszaken, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 30 november 1976 (tot vaststelling van het tarief voor akten en prestaties van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken), wordt gehanteerd voor de eventuele minnelijke fase (aanmaning met dreiging - inlichting - postzegel - kwijtings- en inningsrecht);
Indien de retributie nog steeds onbetaald is, zal tot dagvaarding overgaan worden voor de bevoegde rechtbank, waarbij de wettelijke kosten worden aangerekend.
Art. 6 Voor de aankoop van een kaart bewonersparkeren wordt 25 euro per jaar aangerekend. Voor de aankoop van een 2e kaart wordt 50 euro aangerekend. Een kaart voor bewonersparkeren wordt afgeleverd aan personen gedomicilieerd in Asse in een straat waar blauwe zone uitgezonderd bewoners, van kracht is: 1 bewonerskaarten per voertuig, maximum 2 bewonerskaart per domicilie.
Bewonerskaarten worden beperkt tot de voertuigen voorzien van verkeersbord E9b: personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen ("elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen, die bij gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen, ten hoogte acht plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder, en die voorzien is van een carrosserie van hetzelfde type als dat van lichte vrachtauto's of autobussen").
Deze retributie is betaalbaar bij aanvraag.
Art. 7 – Het retributiereglement op het parkeren blauwe zone, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 februari 2023, wordt opgeheven.
Art. 8 – Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Retributiereglement gebruik fietskluizen gelegen aan de N9 (station Asse).
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt er een retributie gevestigd voor het gebruik van de fietskluizen gelegen aan de N9 (station Asse).
Art. 2 - De retributie wordt vastgesteld op:
Uurtarief: € 0,20.
Dagtarief: € 1,00.
Annulatiekost: € 0,50.
Art. 3 - De retributie is verschuldigd door degene die de fietskluis gebruikt en moet onmiddellijk betaald worden.
Art. 4 - De gemeenteraadsbeslissing van 15 januari 2024 houdende vaststelling tarieven gebruik fietskluizen gelegen aan de N9 (station Asse) wordt opgeheven.
Art. 5 - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Gemeentelijk reglement opname en belasting van leegstaande woningen en gebouwen.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art.- Het gemeentelijk leegstandreglement Asse, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2019, wordt opgeheven en vervangen door het hierna volgende reglement:
Gemeentelijk reglement opname en belasting van leegstaande woningen en gebouwen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast zijn met de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen. Zij bezitten onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden. De administratie voert alle taken uit met betrekking tot de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder (of medehouder) van het zakelijk recht: de betrokken partij(en) met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
5° leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw;
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten, zoals vermeld in artikel 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
6° leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
7° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig de functie;
8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
Hoofdstuk 1: Opname leegstandsregister
Artikel 2. Leegstandsregister
§ 1. De administratie houdt een register bij van leegstaande woningen en gebouwen. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° Kadastrale gegevens
3 ° het dossiernummer;
4 ° de datum van opname in het leegstandsregister.
Artikel 3. Vaststelling van leegstand
§ 1. Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd wanneer meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden.
Een gebouw met economische functie wordt als leegstaand beschouwd wanneer meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer deze niet wordt aangewend in overeenstemming met de woonfunctie gedurende een termijn van minstens twaalf opeenvolgende maanden.
§ 2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een opnameattest. Dit attest bevat minstens één foto en een vermelding van de indicaties die de leegstand staven. De datum van het opnameattest geldt als datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum in het register.
§ 3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van minstens twee objectieve indicatie uit onderstaande lijst:
● geen inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
● het ontbreken van een stedenbouwkundige vergunning van maximum drie jaar oud voor grondige renovatiewerken of sloop op het adres van de woning of het gebouw;
● een vermindering van het kadastraal inkomen wegens leegstand of improductiviteit op basis van artikel 15 WIB 1992;
● het ontbreken van aansluiting op nutsvoorzieningen of een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik overeenkomstig de functie van de woning of het gebouw kan worden uitgesloten;
● verwaarloosde buitenruimte door opschietende en niet onderhouden beplanting, geen tekenen van betreding, of tekenen van vernieling aan of in de woning, het gebouw of de omgeving;
● de onmogelijkheid om de woning of het gebouw te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang, dichtgemetselde of dichtgetimmerde gevelopeningen;
● ernstig vervuild glas- en/of buitenschrijnwerk;
● de woning of het gebouw is niet bemeubeld of ingericht;
● getuigenissen: verklaringen van buurtbewoners, postmedewerkers, wijkinspecteurs, gemeenschapswachten en andere betrokkenen;
● de woning of het gebouw wordt niet gebruikt overeenkomstig de functie;
● het ontbreken van openingsuren of bedrijfsinformatie bij een gebouw of online;
● het ontbreken van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) voor een gebouw;
● een onbruikbaar gemaakte, weggehaalde of (over)volle brievenbus.
§ 4. Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan ook worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
§ 5. Register tweede verblijven en register leegstaande woningen en gebouwen kunnen niet gecombineerd worden. Bij twijfel of onvoldoende bewijzen zal de administratie de woning opnemen in het register van leegstaande woningen en gebouwen.
§ 6. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan niet worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen. Omgekeerd kan dit wel, een woning die opgenomen wordt in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen, kan nadien ook opgenomen worden in de gewestelijke inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen.
§ 7. Assistentiewoningen worden juridisch niet als afzonderlijke woningen beschouwd. Ze kunnen enkel als leegstaand worden geregistreerd als meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van het gebouw niet gebruikt wordt volgens de functie van het gebouw.
Artikel 4: Kennisgeving van de opname
§ 1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
§ 2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan de verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 5: Beroep tegen de opname
§ 1. Het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het register van leegstaande woningen en gebouwen is terug te vinden via de website van de gemeente of te vragen aan de administratie.
Het beroepschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener;
2° het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het leegstandsregister onterecht is gebeurd. De opname kan worden betwist met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt de houder van het zakelijk recht bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij deze optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§ 2. De houder van het zakelijk recht vult het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het register van leegstaande woningen en gebouwen in binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de beveiligde zending omtrent de opname in het leegstandsregister.
§ 3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §2 niet verstreken is. Dan vervalt het eerste beroep.
§ 4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing wordt genomen op basis van de stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd, of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§ 5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent de beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de indiening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§ 6. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister op datum van het opnameattest.
Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister
§ 1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer een houder van het zakelijk recht bewijst dat:
● de woning gedurende minstens zes opeenvolgende maanden wordt aangewend overeenkomstig de woonfunctie,
● de woning volledig werd gesloopt en dit blijkt uit objectieve veststellingen, waaronder de volledige ruiming van het puin.
De administratie kan op eigen initiatief een woning uit het leegstandsregister schrappen, op basis van objectieve en controleerbare bewijzen.
De schrapping uit het leegstandsregister geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag waarop de woning werd gebruikt overeenkomstig de woonfunctie, of vanaf de datum waarop het puin volledig werd geruimd na sloop.
Het effectief gebruik wordt aangetoond door een inschrijving van minstens zes opeenvolgende maanden in het bevolkingsregister. Indien dit onvoldoende blijkt, kan de administratie een aanvullend feitenonderzoek uitvoeren.
§ 2. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer een houder van het zakelijk recht bewijst dat:
● meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte gedurende minstens zes opeenvolgende maanden wordt aangewend overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 5°, of
● het gebouw volledig werd gesloopt en dit blijkt uit objectieve vaststellingen, waaronder de volledige ruiming van het puin.
De schrapping uit het leegstandsregister geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag waarop het gebouw overeenkomstig de functie werd gebruikt, of vanaf de datum waarop het puin volledig werd geruimd na sloop.
De administratie stelt deze aanwending of sloop vast op basis van administratieve gegevens of, indien nodig, na een onderzoek ter plaatse.
§ 3. De loutere voorlegging van een (handels)huurovereenkomst kan niet volstaan als bewijs voor de beëindiging van de leegstand van een gebouw of woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van het gebouw of de woning.
§ 4. Het modelformulier om een schrapping aan te vragen is terug te vinden via de website van de gemeente of aan te vragen aan de administratie. De schrappingsaanvraag bevat:
● de identiteit en het adres van de indiener;
● het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
● de bewijsstukken zoals vermeld in § 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van ontvangst.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, wordt een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toegevoegd aan het dossier, tenzij deze persoon optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§ 5. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van de beslissing met een beveiligde zending. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het leegstandsregister.
§ 6. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5. Dezelfde termijnen en procedures gelden.
Hoofdstuk 2: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
Artikel 7: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§ 1. Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 geldt er een gemeentebelasting op woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat de woning of het gebouw zes opeenvolgende maanden opgenomen is in het leegstandsregister.
§ 2. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het leegstandsregister, blijft elk aanslagjaar de belasting verschuldigd.
§ 3. Belasting tweede verblijven en de belasting op leegstaande woningen en gebouwen kunnen niet gecombineerd worden. Bij twijfel of onvoldoende bewijzen beslist de gemeente dat de belasting op leegstaande woningen en gebouwen van toepassing is op basis van objectieve gegevens.
Artikel 8: Belastingplichtige
§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de leegstaande woning of het leegstaande gebouw.
§ 2. Bij een onverdeelde of mede-eigendom zijn alle eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag. Een eigenaar met een persoonsgebonden vrijstelling is vrijgesteld van betaling; de overige eigenaars blijven hoofdelijk aansprakelijk voor het resterende bedrag.
De belastingplichtige kan de administratie vragen zijn/haar aandeel in de belastingschuld te bepalen.
§ 3. ln geval van overdracht van het zakelijk recht informeert de verkoper of diens notaris de verkrijger van het zakelijk recht vooraf dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. De verkoper of diens notaris stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte via beveiligde zending in kennis van de overdracht. De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:
● het adres van de overgedragen woning of gebouw;
● naam en adres van de nieuwe houder van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;
● datum van de akte van verkoop;
● naam en kantooradres van de notaris.
De belastingplicht gaat over op de nieuwe houder vanaf de datum van de akte van verkoop.
Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
In elk geval wordt er geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst aangaande de verschuldigde belasting.
Artikel 9: Tarief van de belasting
§ 1. Voor het eerste aanslagjaar bedraagt de belasting 2.000 euro.
§ 2. Het bedrag van de belasting wordt jaarlijks vermeerderd met 2.000 euro voor elk jaar dat de woning of het gebouw ononderbroken in het leegstandsregister is opgenomen, met een maximum van 10.000 euro per jaar.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschuldigde bedragen, exclusief indexaanpassing:
Duur van opname in leegstandsregister | Aanslagjaar | Belasting (excl. Index) |
6 maanden | Eerste jaar | 2.000 euro |
18 maanden | Tweede jaar | 4.000 euro |
30 maanden | Derde jaar | 6.000 euro |
42 maanden | Vierde jaar | 8.000 euro |
54 maanden | Vanaf het vijfde jaar | 10.000 euro |
§ 3. De in §§ 1 en 2 vermelde bedragen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Als referentiepunt geldt de gezondheidsindex van december 2025.
§ 4. Wanneer een vrijstelling van de leegstandsbelasting wordt toegekend, wordt bij het verstrijken van de vrijstellingsperiode opnieuw gekeken naar het totaal aantal opeenvolgende maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister is opgenomen.
§ 5. Indien er een overdracht is van het zakelijk recht, vervalt het aantal termijnen dat de woning of een gebouw in het leegstandsregister staat. Op basis van artikel 11, §3, 1° kan de nieuwe houder van het zakelijk recht een vrijstelling aanvragen voor de eerste drie jaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Vanaf het vierde jaar zal de nieuwe houder zakelijk recht voor het eerst worden belast.
Artikel 10: Wijze van inning
§ 1. De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§ 2. De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaarprocedure
§ 1. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§ 2. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn door de belastingschuldige of diens vertegenwoordiger. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden. De termijn van drie maanden begint te lopen als:
● Het aanslagbiljet per post werd verstuurd, de derde werkdag na de verzenddatum;
● Het aanslagbiljet elektronisch werd verzonden, de datum van verzending:
● De belastingplichtige en het bestuur maken gebruik van hetzelfde informatiesysteem om berichten elektronisch uit te wisselen, de datum waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
§ 3. De belastingplichtige kan beroep doen op de volgende persoonsgebonden of woning- of gebouwgebonden vrijstellingsmogelijkheden. De persoonsgebonden vrijstellingen gaan niet over op de nieuwe houder van het zakelijk recht bij overdracht. Een vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd.
Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan drie jaar houder is van het zakelijk recht op de woning of het gebouw, voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van dat zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt.
2° De enige belastingplichtige die verblijft in een erkende oudervoorziening, of opgenomen is in een psychiatrische instelling. Het verblijf of de opname moet worden bevestigd met een gedateerd attest van de betrokken voorziening of instelling. De vrijstelling geldt voor maximaal drie aanslagjaren na de opname in de voorziening of instelling, op voorwaarde dat de belastingplichtige de laatste bewoner was van de woning.
3° De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolgde een gerechtelijke beslissing. De beperkte handelingsbekwaamheid dient aangetoond te worden door een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt enkel voor het eerste aanslagjaar volgend op de datum van de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister.
Gebouw- of woning gebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen is vrijgesteld een woning of gebouw dat:
4° Grondig werd gerenoveerd in het jaar waarop de belasting betrekking heeft. De werken die werden uitgevoerd moeten betrekking hebben op het wegwerken van de leegstand. De volgende bewijsstukken moeten worden voorgelegd:
● indien van toepassing een goedgekeurde stedenbouwkundige- of omgevingsvergunning (geen sloopvergunning);
● een schets of plan met aanduiding van de uitgevoerde werken;
● een beschrijving van de uitgevoerde werken;
● facturen van de uitgevoerde werken;
● foto's van voor en na de renovatie.
De vrijstelling geldt voor maximaal twee opeenvolgende aanslagjaren voor niet-vergunningsplichtige werken, en voor maximaal vijf opeenvolgende aanslagjaren vanaf de datum van aflevering van de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning. De vrijstelling geldt enkel bij grondige renovatiewerken waarbij de woning tijdelijk onbewoonbaar is wegens gebrek aan basiscomfort. Beide termijnen kunnen niet worden gecumuleerd.
5° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen vergunning meer kan worden afgeleverd wegens een voorlopig of definitief onteigeningsplan. De vrijstelling geldt voor maximaal de eerste vijf aanslagjaren na de goedkeuring van het plan. Het goedgekeurd onteigeningsplan moet worden voorgelegd.
6° Vernield of beschadigd werd door een plotse ramp (brand of overstroming). De vrijstelling wordt toegekend op basis van een besluit van de burgemeester (artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet) of op basis van een interventieverslag van de brandweer waaruit de onbruikbaarheid van de woning blijkt en geldt voor maximaal de eerste drie aanslagjaren na dat besluit of interventieverslag. Deze vrijstelling geldt enkel als de woning of het gebouw voor de ramp niet in het leegstandsregister was opgenomen.
7° Een gebouw dat in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar gedurende minstens vier maanden, al dan niet aaneensluitend, ter beschikking werd gesteld van een pop-up, handels- of horecazaak op basis van een overeenkomst conform het decreet van 26 juli 2016 houdende huur van korte duur voor handel en ambacht, komt in aanmerking voor vrijstelling, op voorwaarde dat:
● de overeenkomst correct werd aangemeld bij het gemeentebestuur;
● de uitbating effectief plaatsvond;
● en de activiteit voldeed aan de geldende wettelijke en stedenbouwkundige voorschriften (zoals vergunningen).
Deze vrijstelling kan maximaal voor één aanslagjaren worden toegekend.
Artikel 12: Overgangsbepaling
§ 1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Woningen en gebouwen die voor 1 januari 2026 zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, blijven opgenomen met behoud van hun opnamedatum. Deze opname blijft rechtsgeldig en vormt de basis van de toepassing van dit reglement, tenzij de eigenaar aantoont dat de woning of het gebouw niet langer leegstaat conform de bepalingen van dit reglement.
§ 2. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan op het aantal maanden dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. Deze regeling is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026.
§ 3. Indien de houder van zakelijk recht onder een vorig reglement een vrijstelling heeft verkregen voor meerdere aanslagjaren, dient vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, een nieuwe aanvraag in te dienen conform de voorwaarden en procedure zoals bepaald in artikel 11. Eerder vrijstellingen worden niet automatisch verlengd onder dit reglement.
§ 4. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere leegstandsreglementen.
Zitting van 15 december 2025
Gemeentelijk reglement opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art.- Het gemeentelijk reglement ter bestrijding van verwaarloosde woningen en gebouwen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 19 april 2021, wordt opgeheven en vervangen door het hierna volgende reglement:
Gemeentelijk reglement opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast zijn met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. Zij bezitten onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden. De administratie voert alle taken uit met betrekking tot de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder (of medehouder) van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
5° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;
6° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
Hoofdstuk 1: Opname
Artikel 2: Verwaarlozingsregister
§ 1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§ 2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° het dossiernummer,
3° de datum van opname in het verwaarlozingsregister.
Artikel 3: Vaststelling van verwaarlozing
§ 1. Een gebouw of een woning wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Op basis van het opnameattest wordt geoordeeld hoeveel indicaties van verwaarlozing aanwezig zijn.
Indien 3 of meer gebreken van categorie I (klein gebrek) of minstens 1 gebrek van categorie II (ernstig gebrek) aanwezig is, is er sprake van verwaarlozing.
§ 2. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§ 3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§ 4. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§ 5. Een woning die opgenomen is in het gemeentelijk register tweede verblijven, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Artikel 4: Kennisgeving van de opname
§ 1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
§ 2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan de verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 5: Beroep tegen de opname
§ 1. Het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister is terug te vinden via de website van de gemeente of op te vragen aan de administratie.
Het beroepschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister onterecht is gebeurd. De opname kan worden betwist met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt de houder van het zakelijk recht bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij deze optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§ 2. De houder van het zakelijk recht vult het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister in binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de beveiligde zending omtrent de opname in het verwaarlozingsregister.
§ 3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in § 1. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van § 2 niet verstreken is. Dan vervalt het eerste beroep.
§ 4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd, of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§ 5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent de beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de indiening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§ 6. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Artikel 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§ 1. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat:
● de woning of het gebouw maximaal twee gebreken van categorie I vertoont en geen gebreken van categorie II, zoals vermeld in het opnameattest en deze toestand niet langer aanleiding geeft tot verwaarlozing;
● de woning of het gebouw volledig werd gesloopt, wat blijkt uit objectieve vaststellingen, waaronder de volledige ruiming van het puin.
De houder van het zakelijk recht kan dit aantonen door het aanleveren van bewijsstukken. Indien dit onvoldoende blijkt, kan de administratie een aanvullend feitenonderzoek uitvoeren.
De administratie kan op eigen initiatief een woning of gebouw uit het verwaarlozingsregister schrappen, indien bij een controle ter plaatse blijkt dat maximaal twee gebreken van categorie I aanwezig zijn en geen gebreken van categorie II voorkomen, zoals vastgesteld in het opnameattest.
§ 2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
● de identiteit en het adres van de indiener,
● het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
● de bewijsstukken zoals vermeld in §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, wordt een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toegevoegd aan het dossier, tenzij deze persoon optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§ 3. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van de beslissing met een beveiligde zending. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
§ 4. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5. Dezelfde termijnen en procedures gelden.
Hoofdstuk 2: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 7: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§ 1. Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 geldt er een gemeentebelasting op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat de woning of het gebouw zes opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
§ 2. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft elk aanslagjaar de belasting verschuldigd.
Artikel 8: Belastingplichtige
§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw.
§ 2. Bij een onverdeelde of mede-eigendom zijn alle eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag. Een eigenaar met een persoonsgebonden vrijstelling is vrijgesteld van betaling; de overige eigenaars blijven hoofdelijk aansprakelijk voor het resterende bedrag.
De belastingplichtige kan de administratie vragen zijn/haar aandeel in de belastingsschuld te bepalen.
§ 3. ln geval van overdracht van het zakelijk recht informeert de verkoper of diens notaris de verkrijger van het zakelijk recht vooraf dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. De verkoper of diens notaris stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte via beveiligde zending in kennis van de overdracht. De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:
● het adres van de overgedragen woning of gebouw;
● naam en adres van de nieuwe houder van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;
● datum van de akte van verkoop;
● naam en kantooradres van de notaris.
De belastingplicht gaat over op de nieuwe houder vanaf de datum van de akte van verkoop.
Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van § 1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
In elk geval wordt er geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst aangaande de verschuldigde belasting.
Artikel 9: Tarief van de belasting
§ 1. Voor het eerste aanslagjaar bedraagt de belasting 2.000 euro.
§ 2. Het bedrag van de belasting wordt jaarlijks vermeerderd met 2.000 euro dat de woning of het gebouw ononderbroken in het verwaarlozingsregister is opgenomen, met een maximum van 10.000 per jaar.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschuldigde bedragen, exclusief indexaanpassing:
Duur van opname in verwaarlozingsregister | Aanslagjaar | Belasting (excl. Index) |
6 maanden | Eerste jaar | 2.000 euro |
18 maanden | Tweede jaar | 4.000 euro |
30 maanden | Derde jaar | 6.000 euro |
42 maanden | Vierde jaar | 8.000 euro |
54 maanden | Vanaf het vijfde jaar | 10.000 euro |
§ 3. De in §§ 1 en 2 vermelde bedragen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Als referentiepunt geldt de gezondheidsindex van december 2025.
§ 4. Wanneer een vrijstelling van de verwaarlozingsbelasting wordt toegekend, wordt bij het verstrijken van de vrijstellingsperiode opnieuw gekeken naar het totaal aantal opeenvolgende maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister is opgenomen.
§ 5. Indien er een overdracht is van het zakelijk recht, vervalt het aantal termijnen dat de woning of een gebouw in het verwaarlozingsregister staat. Op basis van artikel 11, § 3, 1° kan de nieuwe houder van het zakelijk recht een vrijstelling aanvragen voor het eerste jaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Vanaf het tweede jaar zal de nieuwe houder zakelijk recht voor het eerst worden belast.
Artikel 10: Wijze van inning
§ 1. De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§ 2. De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaarprocedure
§ 1. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§ 2. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn door de belastingschuldige of diens vertegenwoordiger. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden. De termijn van drie maanden begint te lopen als:
● Het aanslagbiljet per post werd verstuurd, de derde werkdag na de verzenddatum;
● Het aanslagbiljet elektronisch werd verzonden, de datum van verzending:
● De belastingplichtige en het bestuur maken gebruik van hetzelfde informatiesysteem om berichten elektronisch uit te wisselen, de datum waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
§ 3. De belastingplichtige kan beroep doen op de volgende persoonsgebonden of woning- of gebouwgebonden vrijstellingsmogelijkheden. De persoonsgebonden vrijstellingen gaan niet over op nieuwe houder van het zakelijk recht bij overdracht. Een vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd.
Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder is van het zakelijk recht op de woning of het gebouw, voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van dat zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt.
2° De enige belastingplichtige die verblijft in een erkende oudervoorziening, of opgenomen is in een psychiatrische instelling. Het verblijf of de opname moet worden bevestigd met een gedateerd attest van de betrokken voorziening of instelling. De vrijstelling geldt voor maximaal twee opeenvolgende aanslagjaren na de opname in de voorziening of instelling, op voorwaarde dat de belastingplichtige de laatste bewoner was van de woning.
Gebouw- of woning gebonden vrijstellingen:
Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld een woning of gebouw dat:
3° Grondig werd gerenoveerd in het jaar waarop de belasting betrekking heeft. De werken die werden uitgevoerd moeten betrekking hebben op het wegwerken van de indicaties vermeld in het opnameattest. De volgende bewijsstukken dienen voorgelegd te worden:
● indien van toepassing een goedgekeurde stedenbouwkundige- of omgevingsvergunning (geen sloopvergunning);
● een schets of plan met aanduiding van de uitgevoerde werken;
● een beschrijving van de uitgevoerde werken;
● facturen van de uitgevoerde werken;
● foto's van voor en na de renovatie.
De vrijstelling geldt voor maximaal twee opeenvolgende aanslagjaren voor niet-vergunningsplichtige werken, en voor maximaal vijf opeenvolgende aanslagjaren vanaf de datum van aflevering van de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning. Beide termijnen kunnen niet worden gecumuleerd.
4° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen vergunning meer kan worden afgeleverd wegens een voorlopig of definitief onteigeningsplan. De vrijstelling geldt voor maximaal de eerste vijf aanslagjaren na de goedkeuring van het plan. Het goedgekeurd onteigeningsplan moet worden voorgelegd.
5° Vernield of beschadigd werd door een plotse ramp (brand of overstroming). De vrijstelling wordt toegekend op basis van een besluit van de burgemeester (artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet) of op basis van een interventieverslag van de brandweer waaruit de onbruikbaarheid van de woning blijkt en geldt voor de eerste twee aanslagjaren na dat besluit interventieverslag. Deze vrijstelling geldt enkel als de woning of het gebouw voor de ramp niet in het verwaarlozingsregister was opgenomen.
Artikel 12: Overgangsbepaling
§ 1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Woningen en gebouwen die voor 1 januari 2026 zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, blijven opgenomen met behoud van hun opnamedatum. Deze opname blijft rechtsgeldig en vormt de basis van de toepassing van dit reglement, tenzij de eigenaar aantoont dat de woning of het gebouw niet langer verwaarloost is conform de bepalingen van dit reglement.
§ 2. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan op het aantal maanden dat de woning of het gebouw is opgenomen in het verwaarlozingsregister, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. Deze regeling is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026.
§ 3. Indien de houder van zakelijk recht onder een vorig reglement een vrijstelling heeft verkregen voor meerdere aanslagjaren, dient vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, een nieuwe aanvraag in te dienen conform de voorwaarden en procedure zoals bepaald in artikel 11. Eerder vrijstellingen worden niet automatisch verlengd onder dit reglement.
§ 4. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere verwaarlozingsreglementen.
Zitting van 15 december 2025
Belasting op tweede verblijven.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1- Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting op de tweede verblijven geheven.
Het volgende belastingreglement wordt goedgekeurd:
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° belastingplichtige: de houder (of medehouder) van het zakelijk recht met betrekking tot een woning met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een woning;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een (elektronisch) aangetekend schrijven,
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs,
c) via de gemeentelijke website indien een meldingsformulier voorzien is,
d) elke andere door de administratie toegelaten betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° hoofdverblijfplaats: de woning waar een gezin of een alleenstaande effectief en gewoonlijk verblijft;
4° tweede verblijf: elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of huurder, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger;
5° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande. Toeristische logies die onder het Vlaamse Logiesdecreet van 5 april 2016 vallen, worden niet als woning beschouwd.
Artikel 2: Niet-beschouwde tweede verblijven
Worden niet beschouwd als een tweede verblijf:
● woongelegenheden die minder dan 7 dagen per aanslagjaar bewoond worden of waarvoor het verbruik lager ligt dan 5 m³ water of 100 kWh elektriciteit; deze worden beschouwd als leegstaande woningen;
● lokalen waar een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend;
● garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens;
● private woongelegenheden die niet voldoen aan de minimale criteria van bewoonbaarheid, zoals:
○ instabiliteit of onveiligheid van de woning;
○ stedenbouwkundige onverenigbaarheid;
○ ontbreken van basismeubilair om er minstens te kunnen eten en slapen;
○ ontbreken van sanitaire voorzieningen zoals een goed functionerend toilet, stromend water en aansluiting op de riolering;
○ ontbreken van verwarmingsmogelijkheden om de woning op een veilige manier tot een normale temperatuur te verwarmen;
○ afwezigheid van elektriciteit om de woning te kunnen verlichten en elektrische installaties veilig te kunnen gebruiken;
○ geen toegang vanaf het openbaar domein.
● een woongelegenheid die tijdelijk gebruikt wordt als opvanglocatie voor personen in acute noodsituaties, zoals dakloosheid, huiselijk geweld of de plotselinge onbewoonbaarheid van de eigen woning; deze opvang moet georganiseerd worden door (lokale) overheden of erkende maatschappelijke instellingen en mag niet bedoeld zijn voor reguliere of langdurige bewoning.
Artikel 3: Aangifteplicht
§ 1. De belastingplichtige moet jaarlijks, uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar, een aangifte tweede verblijf indienen via het aangifteformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de gemeentelijke website. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een controle ter plaatse uitvoeren.
§ 2. De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen. Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte geldt in dat geval als aangifte.
Als de gegevens op dit voorstel overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, is de belastingplichtige niet verplicht dit formulier tegen de voormelde indieningsdata terug te sturen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde voorstel van aangifte.
§ 3. Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd mits inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen. Naast ambtshalve vestiging volgt ook een belastingverhoging zoals voorzien in artikel 7 van dit reglement.
§ 4. De tweede verblijven worden bijgehouden in een register.
Artikel 4: Belastbare periode
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 geldt er een gemeentebelasting tweede verblijven.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar.
Artikel 5: Belastingplichtige
§ 1. De belasting is éénmalig en voor het volledige jaar verschuldigd per woning zonder inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister of waarvoor nog geen aanvraag tot inschrijving is ingediend en die effectief wordt gebruikt op 1 januari van het aanslagjaar. De belasting blijft verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op 1 januari van het aanslagjaar.
§ 2. De houder van het zakelijk recht is ook belastingplichtig als de woning verhuurd wordt als tweede verblijf.
§ 3. Bij mede-eigendom wordt de belasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsaandeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belasting.
§ 4. Bij verkoop in de loop van het jaar is de belasting ondeelbaar en blijft de belasting verschuldigd door de eigenaar van het zakelijk recht op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 6: Tarief van de belasting
De belasting bedraagt: 2.000 euro per jaar en per tweede verblijf.
Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex van december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Als referentiepunt geldt de gezondheidsindex van december 2025.
Artikel 7: Belastingverhoging
§ 1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 3, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belasting ambtshalve gevestigd.
§ 2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd, zoals vermeld in artikel 3, §3 met:
● 30% van de ontdoken belasting in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte;
● 30% bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, maar bedraagt minimaal 25 euro en maximaal 500 euro. In geen geval mag het verhoogd recht het dubbele van de verschuldigde belasting overschrijden.
Artikel 8: Wijze van inning
§ 1. De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§ 2. De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Bij niet-betaling binnen de termijn volgen invorderingsmaatregelen conform het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§ 3. Het bedrag van de verhoogde belasting zoals vermeld in artikel 7, §2 wordt ook ingekohierd.
Artikel 9: Bezwaarprocedure
§ 1. De belastingschuldige of de vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§ 2. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn door de belastingschuldige of diens vertegenwoordiger. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden. De termijn van drie maanden begint te lopen als:
● het aanslagbiljet per post werd verstuurd, de derde werkdag na verzending per post;
● het aanslagbiljet elektronisch werd verzonden, de datum van elektronische verzending;
● de belastingplichtige en het bestuur gebruik maken van hetzelfde informatiesysteem om berichten elektronisch uit te wisselen, de datum waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige via het gedeelde informatiesysteem.
Artikel 10:
Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Artikel 11: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Reglement tot vaststelling van de vergoeding voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek.
Besluit:
Met algemene stemmen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
- een aangetekend schrijven;
- een afgifte tegen ontvangstbewijs;
- elke andere betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
2° conformiteitsattest: het attest bedoeld in artikel 3.6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
3° hercontrole: indien na een vooronderzoek blijkt dat de woning niet conform is wordt er opnieuw een controle uitgevoerd.
4° entiteit: is een deel van een pand en heeft volgende eigenschappen:
- een woonfunctie of niet-woonfunctie (bv. economische functie);
- valt al dan niet samen met het pand;
- is zelfstandig of niet zelfstandig.
5° houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
6° technisch verslag: het verslag dat een woningcontroleur in het kader van een conformiteitsonderzoek opstelt aan de hand van de modellen, zoals bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, 132° Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
7° woningcontroleur: de persoon door de gemeente gemachtigd tot het uitvoeren van woningcontroles op het grondgebied van de gemeente en opmaak van technische verslagen in het kader van woningkwaliteit
Artikel 2: Toepassingsgebied vergoeding
Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een vergoeding gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
§ 1. Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
● In kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● In kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In de eerste situatie zal er vanaf het vooronderzoek een vergoeding gevraagd worden.
In de tweede en derde situatie zal er vanaf de eerste hercontrole een vergoeding gevraagd worden.
§ 2. De houder van het zakelijk recht is vrijgesteld van de vergoeding vermeld in artikel 4 wanneer onderzoeken op basis van het afsprakenkader, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 18 mei 2020, gebeuren met het oog op een nieuwe inhuurname via de woonmaatschappij.
Artikel 3: Vergoedingsplichtige
De vergoeding is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning verhuurt of te huur of ter beschikking stelt, zoals vermeld in artikel 3.7, §1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 4: Tarief
De vergoeding wordt vastgesteld op 200 EUR per entiteit en per conformiteitsonderzoek zoals voorzien in het toepassingsgebied, bepaald in artikel 2.
Het bedrag van 200 EUR wordt geïndexeerd zoals bepaald in artikel 3.4, laatste lid Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 5: Inning
De vergoeding is verschuldigd door de aanvrager op het ogenblik dat het conformiteitsonderzoek wordt aangevraagd.
Bij elke nieuwe aanvraag onder het toepassingsgebied, bepaald in artikel 2, is de vergoeding verschuldigd.
Bij niet-betaling wordt de vergoeding ingevorderd op basis van artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur of via een procedure bij de burgerlijke rechtbank.
Artikel 6. Opheffing en inwerkingtreding
Het reglement tot vaststelling van de vergoeding voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 mei 2024, wordt opgeheven.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Belasting op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen, de uitstrooiing van veraste overblijfselen en de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1.- Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op:
- de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen op een gemeentelijke begraafplaats;
- de uitstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen op de strooiweide van een gemeentelijke begraafplaats;
- de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium van een gemeentelijke begraafplaats;
- de begraving van veraste stoffelijke overblijfselen in een urnenveld van een gemeentelijke begraafplaats.
Art. 2.- § 1. De belasting is niet van toepassing op de begraving, uitstrooiing of bijzetting van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen van personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente.
§ 2. Voor wat de toepassing van de vorige paragraaf betreft, worden de personen die de gemeente effectief bewonen, maar krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten van de inschrijving in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente zijn vrijgesteld, gelijkgesteld met personen ingeschreven in deze registers.
§ 3. Met de personen vermeld in paragraaf 1 worden gelijkgeschakeld de minderjarige kinderen waarvan één van de ouders of wettelijke voogden ingeschreven is in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente.
Art. 3.- De belasting is verschuldigd door de persoon die de begraving, de uitstrooiing of de bijzetting in een columbarium aanvraagt.
Art. 4.- De belasting wordt vastgesteld op 312,71 euro per begraving, uitstrooiing of bijzetting in een columbarium.
Art. 5.- Zijn van de belasting vrijgesteld de begraving, de uitstrooiing en de bijzetting in een columbarium van de stoffelijke overblijfselen van personen die:
- in Asse woonden en aansluitend voor verzorging of wegens ouderdom, ziekte of handicap hun intrek genomen hebben buiten de gemeente in een instelling of bij een kind of bloedverwant tot en met de tweede graad op voorwaarde dat zijn domicilie daar gevestigd bleef tot op het moment van zijn overlijden;
- de laatste 30 jaar voorafgaand aan hun overlijden minimum 20 jaar in de gemeente Asse hebben gewoond;
- personen die in het gehucht "Bollebeek", "Bosbeek", "Brussegem" of "Mollem op het grondgebied van de gemeente Merchtem wonen.
Art. 6.- De belasting moet contant worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
Art. 7.- De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Art. 8.– Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze gemeentebelasting en voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Art. 9.- Het in artikel 4 vermelde tarief wordt gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemt overeen met de index van december 2018. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief vermeld in artikel 4] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 10. - De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 houdende vaststelling van de belasting op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen, de uitstrooiing van veraste overblijfselen en de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium wordt opgeheven.
Art. 11. - Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Retributiereglement gemeentelijke begraafplaatsen.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1.1.- Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
i) inwoner: de persoon die op het ogenblik van de concessieaanvraag:
a) ingeschreven is in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente.
Worden hiermee gelijkgesteld:
- minderjarige kinderen waarvan één van de ouders of wettelijke voogden ingeschreven is in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente;
- personen van de gehuchten “Bollebeek”, “Bosbeek”, “Brussegem” en “Mollem” op het grondgebied van de gemeente Merchtem wonen;
b) de gemeente effectief bewoont, maar krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten van de inschrijving in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente is vrijgesteld;
c) - in Asse woonde en aansluitend voor verzorging of wegens ouderdom, ziekte of handicap zijn intrek genomen heeft buiten de gemeente in een instelling of bij een kind of bloedverwant tot en met de tweede graad op voorwaarde dat zijn domicilie daar gevestigd bleef tot op het moment van zijn overlijden.
- de laatste 30 jaar voorafgaand aan zijn overlijden minimum 20 jaar in de gemeente Asse heeft gewoond.
ii) niet-inwoner: de persoon die op het ogenblik van de concessieaanvraag niet tot één van de categorieën sub i) behoort.
Art. 1.2.- Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden grafconcessies verleend voor een periode van vijfentwintig jaar.
De grafconcessies kunnen betrekking hebben op:
a) een perceel grond;
b) een grafkelder;
c) een nis in een columbarium.
Art. 1.3.- Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 worden de tarieven van de grafconcessies, ongeacht of het om een oorspronkelijke concessie, dan wel om een hernieuwing gaat, vastgesteld als volgt:
§ 1: Voor een perceel grond van 2 m²/urnenveld/columbarium:
- alle begunstigden zijn inwoner: 862,65 euro
- minstens 1 begunstigde is niet-inwoner: 1.725,30 euro
§ 2: Voor een perceel grond van 1 m² voor een kind beneden de zeven jaar:
- de begunstigde is inwoner: 202,18 euro
- de begunstigde is niet-inwoner: 404,37 euro
§ 3: Voor een nis in een columbarium: hetzelfde tarief als § 1 voor een perceel grond van 2 m².
§ 4: Voor een grafkelder:
- de begunstigde is inwoner: 1.078,31 euro
- minstens 1 begunstigde is niet-inwoner: 2.156,63 euro
Art. 1.4.- De hernieuwing van een altijddurende concessie die krachtens het keizerlijk decreet van 23 prairial jaar XII werd verleend vóór de inwerkingtreding van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de daarmee gelijkgestelde concessies geschiedt kosteloos en dit telkens voor 50 jaar.
Art. 1.5.- § 1.Het concessiebedrag van een nieuwe concessie wordt bij het indienen van de aanvraag tot begraving van de eerste begunstigde onmiddellijk ingevorderd waarbij een kasticket met het geïnde bedrag wordt afgeleverd.
§ 2. Het concessiebedrag van de verlenging van een concessie wordt bij het indienen van de aanvraag onmiddellijk ingevorderd waarbij een kasticket met het geïnde bedrag wordt afgeleverd.
Art. 2.1.- Het gemeentebestuur biedt grafkelders aan op de gemeentelijke begraafplaatsen gedurende de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Art. 2.2. - De prijs van een grafkelder bedraagt 875,59 euro.
Art. 2.3. - De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Art. 2.4. - De retributie is eisbaar bij de aankoop van de grafkelder en moet betaald worden na ontvangst van de factuur en binnen de termijn die daarop vermeld is.
Art. 3.1. - Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt er een retributie gevestigd voor de aankoop van een naamplaat op de stolp van gemeentelijke columbaria.
Art. 3.2. - De retributie voor de aankoop van een naamplaat op de stolp van gemeentelijke columbaria bedraagt 156,36 euro.
Art. 3.3. - Het plaatsen van een naamplaatje op de gemeentelijke strooiweides en de aankoop van een symbool op de sterretjesweide (1 per overleden kindje) zijn kosteloos.
De prijs voor:
■ het bedrukken, laten plaatsen en het behouden gedurende 25 jaar (te rekenen vanaf de datum van aanvraag)
■ of de verlenging van het behouden gedurende 25 jaar (te rekenen vanaf de datum van nieuwe aanvraag)
van de gedenkblaadjes in de troostboom is kosteloos (1 per overledene) voor volgende personen die een aanvraag voor een gedenkblaadjes kunnen indienen:
- iedereen die valt onder de definitie van inwoner van Asse zoals opgenomen in artikel 5.1.6 van het reglement op de begraafplaatsen;
- iedereen die een gedenkblaadje wil aankopen voor een overledene die op het ogenblik van overlijden viel onder de definitie van inwoner van Asse zoals opgenomen in artikel 5.1.6 van het reglement op de begraafplaatsen.
Art.4.- De voormelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
Art. 5.- De gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2019 houdende aanpassing belasting concessies op de gemeentelijke begraafplaatsen wordt opgeheven.
De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 houdende vaststelling retributiereglement aangaande plaatsing grafkelders wordt opgeheven.
Art. 6.- Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1- Algemeen
Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 wordt er aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen zijn:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,...), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit- e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten...) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg; deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Art. 2- Retributie
RETRIBUTIE OP BASIS VAN SLEUFLENGTES
|
|
| ||
Aandeel sleuflengte n.a.v. van wegenwerken en op vraag van gemeente
|
| 29.33% | ||
Bedrag basisretributie per m² | Aardewegen | € 0,36 | ||
| Voetpaden | € 0,60 | ||
| Rijwegen | € 0,78 | ||
Toeslag bij niet-coördinatie |
| 25% | ||
Aandeel sleuven niet in coördinatie |
| 20% | ||
Toeslag bij overschrijding tijd |
| 50% | ||
Toeslag bij overschrijding ingenomen oppervlakte en tijd |
| 50% | ||
Aandeel werken met overschrijding tijd |
| 25% | ||
Aandeel werken met overschrijding oppervlakte en tijd |
| 25% | ||
FORFAITAIRE RETRIBUTIE VOOR KLEINE WERKEN
|
|
| ||
Forfaitaire vergoeding per aansluiting op grondgebied gemeente
|
| € 1,0 | ||
FORFAITAIRE VERGOEDING TER COMPENSATIE VAN DIVERSE HEFFINGEN EN BELASTINGEN
| ||||
Forfaitaire vergoeding per aansluiting op grondgebied gemeente
|
| € 0,5 | ||
Op de basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Art. 3- Verdeling onder de gemeenten
Door het invullen van de genoemde parameters in het berekeningsmodel, worden bedragen bekomen per distributienetbeheerder. Deze globale bedragen worden vervolgens verdeeld onder de activiteiten elektriciteit en gas.
Per activiteit worden de berekende bedragen opgesplitst tussen de retributie voor de gemaakte sleuven en de forfaitaire retributie. De forfaitaire retributie op basis van het aantal aansluitingen wordt rechtstreeks toegekend per gemeente. De retributie op basis van sleuven wordt verdeeld onder de gemeenten, in functie van de aanwezige netlengte en het aantal aansluitingen, waarbij aan ieder van deze parameters een gewicht van 50% wordt toegekend.
Art. 4- Opheffing en inwerkingtreding
Het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 januari 2023, wordt opgeheven.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Lander Van Droogenbroeck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Daan Van Elsen Rita De Vos Dounia Khalfaoui Hassani Nand Maes Jan De Backer Edwin Fabri Orhan Sahin Finke Jacobs Michel Vanhaeleweyck Yoeri Vastersavendts Kristof Gaublomme Geert Heyvaert Hendrik De Baerdemaeker Koenraad Van Elsen Danny Van Hemelrijck Laura Casagrande Guy De Bondt Peter Verbiest Tim Lengeler Jos De Raedemaeker Griet Van den Broeck Bruno De Smet Sigrid Goethals Emiel Saerens Erik Beunckens Joris Van Den Cruijce Quinten Vanheuverzwyn Katleen Meersseman Jellis Bollens Patrick Biebaut Johan De Rop aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 14 Goedgekeurd
Zitting van 15 december 2025
Retributiereglement op het gebruik maken van gemeentelijke diensten.
Besluit:
Met 18 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Jan De Backer, Edwin Fabri, Geert Heyvaert, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Daan Van Elsen, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes en Frank Michiels), 14 nee-stemmen (Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Tim Lengeler, Erik Beunckens, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Bruno De Smet, Griet Van den Broeck, Jellis Bollens en Quinten Vanheuverzwyn)
Art. 1.- Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie gevestigd:
I. voor prestaties van openbare hygiëne;
II. voor diverse prestaties.
Art. 2.- De retributie is verschuldigd door de persoon die gebruik maakt van de dienst.
DEEL I. PRESTATIES VAN OPENBARE HYGIËNE.
Art. 3.- Het ophalen, op verzoek, aan huis van hiernavolgende materialen wordt als volgt getarifeerd:
- grof huisvuil (geen afbraakmaterialen): 0,26 €/kg.
Art. 4.- Er wordt een retributie geheven van:
Fractie Volume Contantretributie
Huisvuil 60L € 2,50
30L € 1,25
15L € 0,63
GFT 60L € 1,25
30L € 0,63
15L € 0,31
PMD 60L € 0,15
100L € 0,25
De retributie voor 1 stortbeurt in een ondergrondse afvalcontainer (restafval) bedraagt 1,50 € (maximum hoeveelheid 60 liter).
De retributie voor de aankoop van een badge om toegang te krijgen tot ondergrondse afvalcontainers bedraagt 10,00 €.
De modaliteiten om toegang te krijgen tot ondergrondse afvalcontainers worden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen duidt de verkooppunten aan van de recipiënten.
Art. 5.- Het afleveren in een recyclagepark van volgende materialen wordt als volgt getarifeerd:
a) gras: 0,63 € per te ledigen zak (30l), waarvan de inhoud overeenkomt met de inhoud van de bij algemene leefmilieu-, brandpreventie- en politieverordening verplicht gestelde vuilniszakken.
b) haagsnippers en bladeren, vrij van stenen, grond, P.V.C. en papier: 0,63 € per te ledigen zak (30 l), waarvan de inhoud overeenkomt met de inhoud van de bij algemene leefmilieu-, brandpreventie- en politieverordening verplicht gestelde vuilniszakken.
c) boomwortels en –stronken: 6,25 € per m³.
d) steenpuin: 18,76 € per m³.
e) snoeihout: 6,25 € per m³.
f) autobanden: 2,48 € per band.
g) bruin- en witgoed: gratis.
h) grof huisvuil: 24,80 € per m³.
en voor de eerste 1/4 m³ wordt 6,28 € aangerekend
en voor de eerste 1/2 m³ wordt 12,51 € aangerekend.
i) asbestcement: 32,35 € per m³ met een minimum van 6,25 €.
(1 m³ per gezin per jaar gratis).
j) harde plastic: 8,00 € per m³
en voor de eerste 1/4 m³ wordt 2,00 € aangerekend
en voor de eerste 1/2 m³ wordt 4,00 € aangerekend.
Art. 6.- Andere werken, uitgevoerd door gemeentelijk personeel, dienen vergoed op basis van de hiernavolgende tarifering:
6.1. Personeel:
6.1.1. van niveau A: 37,20 €/uur.
6.1.2. van niveau B en C: 24,80 €/uur.
6.1.3. van niveau D en E: 20,33 €/uur.
6.1.4. deze tarieven worden verhoogd met 50% voor prestaties uitgevoerd tussen 22.00 en 6.00 uur of op een zondag of een wettelijke of decretale feestdag.
6.2. Materieel:
6.2.1. gebruik van personenwagen: 14,02 €/uur.
6.2.2. gebruik van vrachtwagen: 18,76 €/uur.
6.2.3. gebruik van kraan en/of klepelmaaier: 24,80 €/uur.
6.3. Administratiekosten: 18,76 € forfaitair.
Art. 7.- Alle verplaatsingskosten gemaakt door de organisatie die door de gemeente belast wordt met het ophalen of verwijderen van zwervende, verloren of achtergelaten dieren of van krengen op het openbaar domein worden verhaald op de eigenaar.
De verplaatsingskosten zijn:
- 72,79 € overdag
- 91,66 € ‘s nachts of weekend.
Art. 8.-
8.1. De afhalingskosten van slachtafval, uitgevoerd door de NV Rendac, en niet gespecifieerd onder punt 8.2, worden vastgesteld op 27,50 € en worden verhaald op de aanvrager.
8.2. De vernietigingskost van slachtafval, die één van volgende materialen bevatten, wordt vastgesteld op 0,63 €/kg en wordt verhaald op de aanvrager:
• ruggemerg van runderen, schapen, geiten ouder dan 2 jaar;
• hersenen en tonsillen van schapen en geiten ouder dan 2 jaar;
• milt van schapen en geiten.
DEEL II. ANDERE PRESTATIES.
Art. 9.- De stalling van op politiebevel verwijderde voertuigen op de gemeentelijke opslagplaats zal aangerekend worden tegen 15,64 € per dag.
Art. 10.- De kosten gemaakt door de gemeente voor het onderbrengen in een dierenasiel van zwervende, verloren of achtergelaten dieren zullen integraal teruggevorderd worden op de eigenaar van het dier.
Art. 11.- Opzoekingen in de registers van de burgerlijke stand, uitgevoerd door gemeentepersoneel, worden getarifeerd conform de bepalingen van artikel 6.1.
Art. 12.-
12.1. Voor het organiseren van private manifestaties en evenementen (congressen, feesten, jumpings e.d.m.) waarbij de openbare weg voor het plaatsen van voertuigen en/of paarden dient vrijgehouden te worden: 155,28 €/dag/vergunning.
12.2. Voor het gebruik en de aansluiting op de verdeelkast van de elektriciteit op de gemeentelijke terreinen langs de Boekfos: 155,28 €/dag activiteit.
Het gebruik ervan wordt afhankelijk gesteld van het voorleggen van een keuringsbewijs van de apparatuur, waarvoor de aansluiting wordt gevraagd. Bovendien vallen de kosten voor elektriciteit- en waterverbruik ten laste van de gebruiker naar rato van de gebruikte hoeveelheid tegen de op het ogenblik van het gebruik van toepassing zijnde tarieven van de nutsmaatschappij die zorgt voor de bedeling, zoals voor elk ander gebruik van verdeelkasten van elektriciteit en van waterleidingen, eigen aan de gemeente.
12.3. Voor het gebruik en de aansluiting op andere verdeelkasten ter gelegenheid van de wekelijkse markt wordt een bedrag van 15,64 € per drie maand aangerekend.
12.4. Voor het gebruik en de aansluiting op andere verdeelkasten ter gelegenheid van een kermis worden volgende tarieven aangerekend:
- attractie 32 ampère (driefasig 220 V): 62,54 € per kermis.
- attractie 63 ampère (driefasig + N 380 V): 125,08 € per kermis.
- woonwagen (driefasig 220 V): 31,27 € per kermis.
12.5. Het uitzetten van de bouwlijn en controle der bouwwerken n.a.v. het verlenen van een omgevingsvergunning door een door de gemeente aangeduide deskundige: 356,95 €.
Art. 13.- Het verhakselen van het snoeihout kost 8,63 € per m³.
Er dient voldaan aan volgende voorwaarden:
- enkel het snoeihout van particulieren afkomstig van het onderhoud van tuinen en plantsoenen komt in aanmerking;
- het snoeihout dient los opeengestapeld in dezelfde richting en ordelijk te worden gelegd, goed bereikbaar, op privaat domein en veilig voor het verkeer;
- de diameter van de takken mag de 10 cm niet overtreffen;
- de lengte van de takken bedraagt maximum 1,20 meter;
- de maximum aangeboden hoeveelheid bedraagt 10 m³;
- doornhagen, rozen, taxus en coniferen worden niet verhakseld;
- het verhakselde snoeihout blijft ter plaatse en wordt niet meegenomen;
- de aanvrager staat zelf in voor het opruimen van de omgeving na het verhakselen;
- de aanvrager dient aanwezig te zijn tijdens de werkzaamheden;
- de werkzaamheden vinden plaats tijdens de werkuren (9.00-15.00 uur).
DEEL III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN.
Art. 15.- De duur van de getarifieerde prestaties is gelijk aan de tijd die verloopt tussen het uur van vertrek en het uur van aankomst in de standplaats.
Ieder begonnen uur wordt volledig aangerekend.
Wordt het materieel om gelijk welke reden niet gebruikt, dan wordt het aangerekend naar rato van één uur gebruik of van één verplaatsing (prestatie).
Hetzelfde geldt voor het personeel dat, eenmaal ter plaatse, niet heeft moeten optreden. Voor dat personeel wordt een forfaitaire prestatie van één uur aangerekend.
Art. 16.- Alle retributies zijn in de regel bij voorafbetaling verschuldigd.
Deze zijn verschuldigd door de persoon die van de dienst gebruik maakt.
De retributie is betaalbaar:
16.1. voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 12.2, 12.3 en 12.4, na het verlenen van de dienst, doch er kan geëist worden dat een bedrag in consignatie wordt gegeven vóór het verlenen van de dienst.
16.2. voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 8 en 12.1, bij de aanvraag.
16.3. voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 6, 7, 9, 10 en 11, na afgifte van de factuur of schuldvordering.
16.4. voor het geval, bedoeld in artikel 4, tegen afgifte van de zakken en voor de verkoopspunten via facturatie of contante invordering.
Een kwitantie voor het betaalde bedrag wordt afgeleverd op aanvraag.
16.5. voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 5 en 13, tegen contante inning.
De retributie dient in regel betaald te worden in handen van de algemeen directeur of van diens aangestelde, of van de ambtenaar of bediende die door de algemeen directeur belast werd met de inning van contante gelden (geringe dagontvangsten).
16.6. voor het geval, bedoeld in artikel 12.5, bij de afgifte van de omgevingsvergunning.
Art. 17.- De voormelde tarieven, behalve deze van artikel 4, worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
De in artikel 4 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van december die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule:
[tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2025.
Art. 18.- Het retributiereglement op het gebruik maken van gemeentelijke diensten van openbare hygiëne, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 27 mei 2024 en gewijzigd door de gemeenteraad in zittingen van 20 oktober 2025 en 17 november 2025, wordt opgeheven.
Art. 19.- Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Retributiereglement op het afgeven van administratieve stukken.
Besluit:
Met algemene stemmen
Art. 1 - Er wordt voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributie gevestigd op het afleveren door het gemeentebestuur van administratieve stukken en inlichtingen.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijk of rechtspersoon aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Art. 2 - Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld :
2.1. Getuigschriften : gratis
2.2. Legalisatie of voor echt verklaring van documenten : gratis
2.3. Identiteitskaarten en verblijfsbewijzen :
2.3.1. Identiteitsbewijzen voor kinderen van minder dan 12 jaar,
afgeleverd in uitvoering van het KB van 10 december 1996 betreffende het elektronisch identiteitsdocument voor het Belgisch kind onder de twaalf jaar :
2.3.1.1. Elektronische identiteitskaarten voor kinderen:
● Belgische kinderen van minder dan 12 jaar
● of voor kinderen die recht hebben op een EU, EU+, F, F+, M of M duurzaam kaart van minder dan 12 jaar
afgeleverd in uitvoering van het KB van 18 oktober 2006 betreffende het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar :
- 9,40 euro voor het eerste of voor elke andere die uitgereikt wordt tegen inlevering van de oude.
- 9,40 eurovoor een duplicaat ingevolge diefstal.
- 18,90euro voor een duplicaat ingevolge verlies.
- 121,20 euro voor een dringende aflevering.
- 160 euro voor een dringende aflevering met levering in Brussel.
2.3.1.2. Elektronische identiteitskaarten voor kinderen die recht hebben op een A, B, K, of L kaart van minder dan 12 jaar afgeleverd in uitvoering van het KB van 18 oktober 2006 betreffende het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar :
- 12,60 euro voor het eerste of voor elke andere die uitgereikt wordt tegen inlevering van de oude.
- 12,60 euro voor een duplicaat ingevolge diefstal.
- 22,10 euro voor een duplicaat ingevolge verlies.
- 133,20 euro voor een dringende aflevering.
2.3.2. Elektronische identiteits- en verblijfskaarten voor personen vanaf 12 jaar :
2.3.2.1. Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, afgeleverd in uitvoering van het KB van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten :
- 27,60 euro.
- 27,60 euro voor elk duplicaat ingevolge diefstal.
- 38,80 euro voor elk duplicaat ingevolge verlies.
- 141,20 euro voor een dringende aflevering.
- 180,00 euro voor een dringende aflevering met levering in Brussel.
2.3.2.2. Elektronische vreemdelingenkaarten opgesteld volgens het model EU, EU+, F, F+ kaart afgeleverd in uitvoering van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten :
− 27,60 euro.
− 27,60 euro voor een nieuwe kaart ingevolge diefstal.
− 38,80 euro voor een nieuwe kaart ingevolge verlies.
− 141,20 euro voor een dringende aflevering.
2.3.2.3. Verblijfsbewijzen van vreemdelingen :
- 5,16 euro voor een attest immatriculatie.
- gratis voor een bewijs inschrijving vreemdelingenregister (bijlage 8).
- gratis bij Aankomstverklaring.
2.3.2.4. Elektronische vreemdelingenkaarten opgesteld volgens het Europees model A, B, H, I, J, K, L kaart afgeleverd in uitvoering van :
- de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten :
- 28,20 euro.
- 28,20 euro voor een nieuwe kaart ingevolge diefstal.
- 39,40 euro voor een nieuwe kaart ingevolge verlies.
- 141,20 euro voor dringende aflevering.
2.3.2.5. Elektronische verblijfskaarten van het type M, M duurzaam verblijf en N die worden afgeleverd in uitvoering van:
- de wet van 16 december 2020 betreffende de begunstigden van het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie:
- 27,60 euro.
- 27,60 euro voor een nieuwe kaart ingevolge diefstal.
- 38,80 euro voor een nieuwe kaart ingevolge verlies.
- 141,20 euro voor dringende aflevering.
2.3.3. De prijs voor een eerste voornaamswijziging wordt vastgesteld op 0 euro. De prijs vanaf een tweede voornaamswijziging wordt vastgesteld op 150,00 euro. Niet-ontvoogde minderjarigen die een tweede maal om een voornaamswijziging verzoeken in het kader van hun transgenderidentiteit betalen 10% van het vastgestelde retributiebedrag.
2.4. Rijbewijzen :
Rijbewijs Europees model (bankkaart) : 26,96 euro.
Voorlopig rijbewijs Europees model (bankkaart) : 26,96 euro.
Afleveren van een internationaal rijbewijs : 26,96 euro.
2.5. Trouwboekjes : 16,17 euro (huwelijksgetuigschrift inbegrepen).
Eenzijdige opzegging van een wettelijke samenwoonst : 215,66 euro.
2.6. Paspoorten:
2.6.1 Paspoorten voor inwoners ingeschreven in het Bevolkingsregister van Asse en voor Belgen op doorreis:
- 84,84 euro per exemplaar gewone procedure.
- 264,33 euro volwassene spoedprocedure.
- 43,45 euro minderjarige gewone procedure.
- 221,86 euro minderjarige spoedprocedure.
2.6.2 Reisdocumenten voor vluchtelingen, vreemdelingen en staatlozen
- 80,74 euro per exemplaar gewone procedure.
- 254,10 euro volwassene spoedprocedure.
- 49,59 euro minderjarige gewone procedure.
- 221,86 euro minderjarige spoedprocedure.
In afwijking op artikel 6 van dit reglement zullen de gemeentezegels van de producten uit artikel 2.6.2 gekoppeld worden aan de gemeentezegels van toepassing op de producten van artikel 2.6.1.
2.7. Diverse inlichtingen en lijsten.
2.7.1. a) 2,16 euro per blad voor eenmalige inlichtingen uit bevolkingsregisters, registers (adreswijzigingen,selectielijsten,...).
b) gratis voor inlichtingen omtrent eigen persoonsgegevens, zoals bedoeld in de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
2.7.2. per blad voor afschriften van andere publicata en van stedenbouwkundige plannen :
- 0,06 euro voor een afschrift in zwart/wit op A4 formaat.
- 0,13 euro voor een afschrift in zwart/wit op A3 formaat.
- 1,25 euro voor een afschrift in kleur op A4 formaat.
- 1,88 euro voor een afschrift in kleur op A3 formaat .
2.7.3. 12,51 euro per planafdruk.
2.8. Omgevingsvergunningen.
2.8.1. Er is een retributie verschuldigd van :
|
|
Melding van een ingedeelde inrichting of activiteit of stedenbouwkundige handelingen of combinatie | 55 euro |
Omgevingsvergunningsaanvragen van een ingedeelde inrichting of activiteit, of stedenbouwkundige handelingen, of kleinhandelsactiviteiten, of combinatie ● Gewone ● Vereenvoudigde |
160 euro 80 euro |
Indien omgevingsvergunningsaanvragen met klasse 1 rubrieken ● Zonder Mer ● Met Mer |
1.136 euro 1.895 euro |
Vraag tot omzetting van een milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanente | 160 euro |
Omgevingsvergunningsaanvragen voor het verkavelen van gronden ● Zonder wegenis ● Met wegenis |
160 euro + 90 euro/lot 210 euro + 90 euro/Lot |
Verzoek tot bijstelling van een verkavelingsvergunning | 160 euro + 45 euro/lot |
Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden | 55 euro |
Aanvraag van een stedenbouwkundig attest | 55 euro |
Omgevingsvergunninsaanvragen voor springstoffen | 160 euro |
Omgevingsvergunningsaanvragen ioniserende stralingen | 160 euro |
Aanvraag tot het houden van een projectvergadering | 350 euro |
Voor het in kennis brengen van kadastrale eigenaars en omwonenden tijdens de procedure van de aanvraag | 9,23 euro |
De tarieven van artikel 2.8.1 worden verdubbeld bij een regularisatie.
De tarieven van artikel 2.8.1 worden verhoogd met 25 euro als de gemeente moet digitaliseren.
Er is een vrijstelling voor aanvragen voor :
2.9. Huisnummers : gratis
2.10. Document 240i : gratis
2.11. Algemene politieverordening : 6,25 euro per exemplaar.
2.12. Een retributie per dossier is verschuldigd voor :
- de stedenbouwkundige-, juridische- en milieu-inlichtingen welke het gemeentebestuur dient te bezorgen aan de notaris, vastgoedmakelaar of eigenaar bij het opmaken van een verkoopakte voor een gebouw, een perceel of een entiteit van percelen en gebouwen, voor de subentiteiten (appartement, winkelruimte,...) : 170,00 euro.
- Het verstrekken van milieu-informatie (bodemstalen, milieuvergunningen, historiek bedrijvigheid) voor studiebureau's, bedrijven … : 55,00 euro.
2.13. Per slachtingsaangifte op het grondgebied van de gemeente is er een retributie verschuldigd van 5,39 euro per dier.
2.14. Een afschrift van een belasting- of retributiereglement : 0,06 euro per blad (een afschilt in zwart/wit op A4 formaat).
Art. 3 - Zijn vrijgesteld van de retributie :
3.1. de stukken die in uitvoering van een wet, decreet, besluit of gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos worden afgeleverd.
3.2. de stukken die afgeleverd worden aan behoeftige personen; de behoeftigheid wordt door ieder overtuigend bewijsstuk gestaafd.
3.3. de machtigingen betreffende godsdienstige of politieke manifestaties.
3.4. de machtigingen betreffende activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp uitmaken van een belasting of retributie ten voordele van de gemeente.
3.5. de inlichtingen en stukken, gevraagd door het Rijk, De Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies of de gemeenten, en door de gerechtelijke of administratieve overheden, alsook door de instellingen van openbaar nut.
3.6. de stukken die krachtens een wet, een decreet, een besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten voordele van de gemeenten onderworpen zijn.
Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten die de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen.
3.7. de stukken die afgeleverd worden met het oog op de samenstelling van het dossier dat overeenkomstig het decreet van 5 april 2019 houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest moet ingediend worden teneinde een vergoeding te bekomen voor de geleden schade.
Art. 4 - Eventuele verzendkosten van betalende documenten zijn ten laste
van de aanvrager.
Art. 5 - De retributie wordt contant ingevorderd :
5.1. voor de gevallen bedoeld in artikel 2.1 tot en met 2.6 en 2.12 tegen afgifte van het document of bij het stuk, waarbij een kasticket met het geïnde bedrag wordt afgeleverd.
5.2. voor de gevallen bedoeld in artikel 2.8, 2.9, 2.10 en 2.13 tegen afgifte van het exemplaar.
5.3. voor de gevallen bedoeld in artikel 2.7 en 2.11 tegen afgifte van een kwitantie.
Art. 6 - Behoudens wat hierna bepaald is, worden de voormelde tarieven gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2018. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van december die aan de aanpassing voorafgaat, een eerste keer op 1 januari 2026.
Formule:
[tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2018.
De tarieven, vermeld in artikel 2.3.1.1, in artikel 2.3.1.2, in artikel 2.3.2.1, in artikel 2.3.2.2, in artikel 2.3.2.4 en in artikel 2.3.2.5 worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig artikel 2 van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan de vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven.
De in artikel 2.8.1 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van december 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het consumptieprijsindexcijfer van december die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule:
[tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat / consumptieprijsindexcijfer van december 2025.
Art. 7- Het belastingreglement op het afgeven van administratieve stukken, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 15 januari 2024 en gewijzigd door de gemeenteraad in zittingen van 27 mei 2024 en 18 november 2024, wordt opgeheven.
Art. 8- Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 december 2025
Aanpassing meerjarenplan 2020-2025 AGA.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : Het beleidsrapport '7e aanpassing meerjarenplan 2020-2025' van het Autonoom Gemeentebedrijf Asse wordt goedgekeurd.
Zitting van 15 december 2025
Meerjarenplan 2026-2031 AGA.
Besluit:
Met algemene stemmen
Enig art. : Het meerjarenplan 2026-2031 van het Autonoom Gemeentebedrijf Asse wordt goedgekeurd.
Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Lander Van Droogenbroeck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Finke Jacobs Koenraad Van Elsen Joris Van Den Cruijce Griet Van den Broeck Laura Casagrande Frank Michiels Jan De Backer Hendrik De Baerdemaeker Michel Vanhaeleweyck Dounia Khalfaoui Hassani Orhan Sahin Edwin Fabri Rita De Vos Peter Verbiest Danny Van Hemelrijck Jellis Bollens Johan De Rop Sigrid Goethals Nand Maes Tim Lengeler Geert Heyvaert Katleen Meersseman Patrick Biebaut Kristof Gaublomme Jos De Raedemaeker Emiel Saerens Guy De Bondt Daan Van Elsen Yoeri Vastersavendts Quinten Vanheuverzwyn Bruno De Smet Erik Beunckens aantal voorstanders: 29 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Zitting van 15 december 2025
Aanpassing meerjarenplan 7 2020 - 2025.
Besluit:
Met 29 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Jan De Backer, Edwin Fabri, Geert Heyvaert, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Tim Lengeler, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Daan Van Elsen, Griet Van den Broeck, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes, Jellis Bollens en Frank Michiels), 3 nee-stemmen (Erik Beunckens, Bruno De Smet en Quinten Vanheuverzwyn)
Art. 1 - Het deel gemeente van het aangepast meerjarenplan 2020-2025 van gemeente en OCMW Asse wordt vastgesteld.
Art. 2 - De gemeenteraad neemt kennis van de vaststelling van het deel OCMW van het aangepast meerjarenplan 2020-2025 van gemeente en OCMW Asse.
Art. 3 - Het aangepast meerjarenplan 2020-2025 maakt integraal deel uit van dit besluit.
Art. 4 - De gemeenteraad keurt het deel OCMW van het aangepast meerjarenplan 2020-2025 van gemeente en OCMW Asse goed.
Art. 5 - De kredieten 2025 worden vastgesteld zoals voorzien in het aangepast meerjarenplan 2020-2025.
Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Lander Van Droogenbroeck Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Frank Michiels Geert Heyvaert Koenraad Van Elsen Bruno De Smet Joris Van Den Cruijce Hendrik De Baerdemaeker Guy De Bondt Emiel Saerens Daan Van Elsen Edwin Fabri Erik Beunckens Dounia Khalfaoui Hassani Sigrid Goethals Finke Jacobs Jos De Raedemaeker Yoeri Vastersavendts Rita De Vos Michel Vanhaeleweyck Johan De Rop Orhan Sahin Tim Lengeler Griet Van den Broeck Katleen Meersseman Jan De Backer Peter Verbiest Kristof Gaublomme Laura Casagrande Patrick Biebaut Nand Maes Jellis Bollens Quinten Vanheuverzwyn Danny Van Hemelrijck Dounia Khalfaoui Hassani Rita De Vos Finke Jacobs Laura Casagrande Daan Van Elsen Geert Heyvaert Danny Van Hemelrijck Orhan Sahin Yoeri Vastersavendts Kristof Gaublomme Edwin Fabri Guy De Bondt Nand Maes Frank Michiels Hendrik De Baerdemaeker Michel Vanhaeleweyck Koenraad Van Elsen Jan De Backer Jos De Raedemaeker Jellis Bollens Erik Beunckens Katleen Meersseman Tim Lengeler Johan De Rop Griet Van den Broeck Emiel Saerens Sigrid Goethals Peter Verbiest Bruno De Smet Patrick Biebaut Joris Van Den Cruijce Quinten Vanheuverzwyn aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 14 Goedgekeurd
Zitting van 15 december 2025
Meerjarenplan 2026 - 2031.
Besluit:
Met 18 ja-stemmen (Koenraad Van Elsen, Jan De Backer, Edwin Fabri, Geert Heyvaert, Rita De Vos, Kristof Gaublomme, Yoeri Vastersavendts, Finke Jacobs, Michel Vanhaeleweyck, Hendrik De Baerdemaeker, Guy De Bondt, Orhan Sahin, Laura Casagrande, Danny Van Hemelrijck, Daan Van Elsen, Dounia Khalfaoui Hassani, Nand Maes en Frank Michiels), 14 nee-stemmen (Emiel Saerens, Peter Verbiest, Johan De Rop, Sigrid Goethals, Tim Lengeler, Erik Beunckens, Katleen Meersseman, Joris Van Den Cruijce, Jos De Raedemaeker, Patrick Biebaut, Bruno De Smet, Griet Van den Broeck, Jellis Bollens en Quinten Vanheuverzwyn)
Art. 1 - Het deel gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Asse wordt vastgesteld.
Art. 2 - De gemeenteraad neemt kennis van de vaststelling van het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Asse.
Art. 3 - Het meerjarenplan 2026-2031 maakt integraal deel uit van dit besluit.
Art. 4 - De gemeenteraad keurt het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Asse goed.
Art. 5 - De kredieten 2026 worden vastgesteld zoals voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Zitting van 15 december 2025
B.De Smet-Straatverlichting in Asse en deelgemeenten.
Zitting van 15 december 2025
J.Van den Cruijce-Opstellen Canon van Asse.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.